Dit moeten we echt eens vaker doen! Maar niet heus

In verdedigen schrijvers het onverdedigbare. Vandaag over de onzin van beleefdheid.

De indianentaal Wayana kent een achtervoegsel, -lep, dat na een werkwoord kan worden geplaatst. ‘-Lep’ geeft aan dat de handeling onsuccesvol is geweest. Wordt dit achtervoegsel bijvoorbeeld achter het werkwoord ‘jagen’ geplakt, dan is de totale betekenis: ik ben gaan jagen, maar zonder succes. In de indianencultuur is dit een zinvol grammaticaal element, omdat er nogal wat aangemodderd wordt door die indianen.

Als je in het Nederlands duidelijk wilt maken dat je oprecht bent, moet je dat benadrukken. ‘Even zonder dollen, ik vond het écht leuk om je te zien.’ Of: ‘Leuk je even gesproken te hebben. Maar echt.’ Wij hebben het woord ‘echt’ nodig om aan te geven dat wij hetgeen wij zeggen ook daadwerkelijk menen. In onze cultuur is het woordje ‘echt’ een zinvol grammaticaal element aan het worden, omdat wij een nogal leugenachtig volkje zijn.

En daar moeten we eens mee ophouden. Laten we eerlijker zijn in onze sociale contacten. We zullen immers nooit toegeven dat we geen zin hebben in een afspraak en daarom niet komen opdagen. We houden beleefd onze mond wanneer we een date niet geslaagd vinden, geven de ander nog een paar zoenen, sluiten af met ‘het was leuk je te zien’ en klagen pas thuis over hoe saai de avond was. De hele avond hebben we ons ondergedompeld in beleefdheden zonder daar een snars van te menen. De vorm is de norm geworden en de inhoud koerst daar in een chasse patate achteraan.

En waarom? Waarom voelen wij ons na een halve seconde oogcontact gedwongen tegenover die oude schoolvriend in de trein te gaan zitten en een gesprek aan te knopen? Waarom eindigen wij gesprekken met ‘leuk je weer eens te zien’ als onze gesprekspartners er de oorzaak van zijn dat wij voortaan een bus eerder naar ons werk nemen? Waarom eindigen wij avonden met ‘moeten we snel nog eens doen’ als we weten dat we de komende maanden geen moeite zullen doen om het contact met die vriend te onderhouden?

Wij zijn liever oneerlijk dan onaardig. En hoewel we graag beweren dat oprechtheid ons grootste goed is (‘zeg het me in me face dan!’), zijn we als de dood om onaardig gevonden te worden. En dus paaien we onze gesprekspartners met ongemeende beleefdheden en worden wij op onze beurt in de watten gelegd met inhoudsloze vleierijen. De taal is niet het middel om te zeggen wat wij denken en voelen, maar juist om te verhullen wat wij denken en voelen.

Het gevolg is dat we na talloze sociale contacten nog steeds niet weten wat de ander nu echt van ons vindt. Met onze handen op onze telefoons wachten we tot de prins op het witte paard onze broekzak binnentrilt. Hij had immers beloofd te bellen. Zonder woorden staan we tegenover onze gesprekspartners uit ongemak tegen ons glas te tikken en turen we naar de grond omdat niemand toe wil geven dat er niets meer te bespreken valt. We verzinnen toiletbezoeken en spenderen een godsvermogen aan een rondje drank voor de hele groep om de stilte op te vullen en de schijn van vriendschappelijkheid op te houden.

Iedereen wint

We kunnen dit alles vermijden door eerlijker te zijn tegen onze gesprekspartners. Tegen een oud-klasgenoot die je in de trein tegenkomt, moet je kunnen zeggen: ‘Het is niet voor niets dat wij elkaar al jaren niet gesproken hebben, als jij nu hier gaat zitten dan ga ik in de volgende coupé de krant lezen. Leuke broek trouwens.’ Het moet normaal zijn om een stroef verlopen gesprek af te sluiten met ‘ik vond dit een matig gesprek en ik zie er weinig in dit contact voort te zetten’. Of: ‘Deze ontmoeting was voor mij een 5,5, maar ik zou best een keer met je naar bed willen.’

Dat is niet onaardig. De vrees bestaat dat de oude bekende, subtiel gewezen op zijn beperkingen als gesprekspartner, zijn tranen niet kan bedwingen of zelfs zijn woede op een bushokje koelt. Dat de blind date een scène schopt in het restaurant waarin je haar net op veel te dure soep hebt getrakteerd.

Maar niets is minder waar. Een veel waarschijnlijker scenario is dat de gesprekspartner blij verrast uitroept dat ze jouw verhalen over je trektocht in Nicaragua niet te harden vond en dat zij haar horloge net twee uur vooruit heeft gezet om de date sneller klaar te laten zijn. Je schudt elkaar begripvol de hand, staat vrij van schuldgevoel op en vervolgt zonder omkijken je weg. Geen kater, geen onbegrip, geen wrok. Iedereen wint.

Peter krijgt een drie op Facebook

Naderhand beoordeel je het contact op Facebook. Als Peters vrienden Peter gemiddeld een drie geven dan moet hij eens bij zichzelf te rade gaan, op de volgende verjaardag een duurder cadeau meebrengen of lid worden van de Facebookgroep ‘mensen met gemiddeld een drie’ en daar zijn nieuwe vrienden zoeken.

Wanneer eerlijkheid de norm wordt leren we sociaal contact op den duur weer op waarde te schatten. Wij menen weer wat wij zeggen en iedereen weet waar hij aan toe is. We zijn geen uren meer kwijt aan een façade van valse hoffelijkheid en houden tijd over om op zoek te gaan naar onze echte vrienden. We zullen ze bij ons uitnodigen, met hen drinken en barbecuen en aan het eind van de avond zeggen dat we dat snel nog eens over moeten doen.

Maar dan echt.

In de zomerserie ‘Advocaat van de duivel’ kraken schrijvers een taboe. Volgende week vrijdag Nina Polak over ongezellig zijn.