‘Deze verkiezingen lossen niets op’

Verkiezingen zijn goed, vindt de internationale gemeenschap. Dus zijn er zondag verkiezingen in Mali. Ook al is de vrede er nauwelijks teruggekeerd.

Geen slechtere tijd om verkiezingen te organiseren in Mali dan eind juli. De zware regens zijn begonnen, boeren zijn druk met planten en nomaden trekken naar de ontluikende grasgronden. De wegen waarover het verkiezingsmateriaal alle uithoeken van het moeilijk bereisbare land moet bereiken, veranderen in modderpoelen.

Bovendien is het ramadan en na uren vasten raakt de geest verdwaasd en het lichaam uitgeput bij temperaturen van boven de veertig graden.

Toch worden komende zondag presidentsverkiezingen in Mali gehouden, onder grote druk van Frankrijk, de Verenigde Staten en de Verenigde Naties. Met de stembusgang moet een streep worden getrokken onder een turbulente periode van anderhalf jaar, met een militaire putsch, een bezetting van het noorden door extremistische moslimgroepen, en tenslotte – in januari van dit jaar – een Franse invasie.

De hemel gaat open boven de hoofdstad Bamako en de straten ogen twee uur lang als rivieren. Even lijkt het alsof de geplande verkiezingsrally van presidentskandidaat Soumaïla Cissé in duigen valt, maar enige tijd later tuffen duizenden toeterende bromfietsers door de kwijnende modderplassen naar het stadion. Om vijf uur in de middag, elf uur na de aanvang van het vasten, rijdt Cissé het stadion binnen. De tienduizenden jonge supporters hebben gegeten noch gedronken, en zelfs hun speeksel niet doorgeslikt, en toch staan ze te juichen en te zingen. Wordt hier de terugkeer van de democratie gevierd? Of is het gewoon een leuk feest met lekkere muziek en dans en gratis T-shirts?

Secretaris-generaal Ban ki-Moon van de Verenigde Naties voorspelde vorige week dat de verkiezingen „niet perfect” zullen zijn en de Malinese interim-president Dioncounda Traore zei vergoelijkend dat de slechte organisatie ten nadele van alle kandidaten zal gelden. Regeringsvertegenwoordigers zijn nog nauwelijks in het noorden teruggekeerd en in Kidal, bastion van de opstandige Toearegbevolking, werden enkele dagen geleden nog verkiezingsfunctionarissen ontvoerd (die overigens weer zijn vrijgelaten). Waarom dan toch verkiezingen?

„Er bestaat behoefte aan stabiliteit. Er is geen legitieme president en daarom zeggen veel Malinezen dat deze verkiezingen een nieuw begin kunnen betekenen”, legt Bert Koenders uit, die nu hoofd is van de net begonnen vredesmissie van de VN in Mali. „Iedereen heeft het gevoel dat er iets moet gebeuren, maar niet iedereen weet wat”.

De voormalige Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking vertelt over de logistieke uitdagingen in een bar landschap met de omvang van Frankrijk en Duitsland tezamen. En over de nog voortdurende onveiligheid. De overheid functioneert nauwelijks meer en aanhangers van extremistische groepen kunnen daarvan gebruik maken om aanslagen te plegen. Kortom, Mali verkeert nog steeds in shocktoestand. Ondanks de tekortkomingen bij de gang naar de stembus moeten de verkiezingen daaraan een einde maken.

Achtentwintig kandidaten doen mee aan de verkiezingen. Allen beloven Mali weer trots te maken en weer waardigheid te geven. En verzoening te brengen, tussen landbouwers en veehouders, tussen de licht gekleurde Toearegs in het noorden en de zwarten in het zuiden. Er dingen zelfs voor het eerst twee vrouwelijke kandidaten mee.

In de eerste ronde zal vermoedelijk geen enkele kandidaat de vereiste vijftig procent plus van de stemmen behalen en een tweede ronde ruim twee weken later is waarschijnlijk. De drie grootste kanshebbers zijn ex-premier Ibrahim Boubacar Keita, ex-minister van Financiën Cissé en Dramane Dembele van de voormalige regeringspartij Adema.

„Allemaal komen ze voort uit het oude politieke establishment”, sniert in Bamako de politicoloog Fadiala Ba, „het is onwaarschijnlijk dat zij de broodnodige vernieuwingen zullen doorvoeren”.

Menig Malinees stond vorig jaar maart te juichen bij de militaire staatsgreep tegen de democratisch gekozen president Amadou Toumani Touré. Het volk was de corrupte politieke klasse beu. Onder de amicale maar incapabele Touré wonnen smokkelaars van drugs en kidnappers aan invloed, terwijl de capaciteit van het leger door gebrek aan wapens en training werd ondermijnd. De militaire coup en de inname van het noorden eerst door Toearegseparatisten gevolgd door islamitische extremisten waren het gevolg van de zwakke, door de politieke klasse uitgeholde staat.

„Verkiezingen lossen een dergelijk diepe politieke, sociale en religieuze crisis en een gebrek aan staatsgezag niet op”, stelt de politicoloog Ba. Bij een mogelijk dispuut over de uitslag kunnen ze zelfs tegenstellingen aanwakkeren, zegt hij. „De cirkel lijkt weer rond. Met de gestarte operatie van de VN-missie komen tonnen aan geld binnen en daaraan vast zitten de talrijke voorwaarden van het buitenland, zoals het houden van verkiezingen. Dezelfde politieke klasse zwaait de scepter, er wordt alleen maar van stoelen gewisseld. Zo raakt Mali niet uit zijn problemen”.

Ondanks alle handicaps is de overheid er naar eigen zeggen in geslaagd ruim 60 procent van de kiezerskaarten te distribueren. Van de ongeveer 14 miljoen Malinezen is de helft op basis van een drie jaar oud verkiezingsregister stemgerechtigd. De half miljoen vluchtelingen in buurlanden mogen in principe ook stemmen, maar zullen dat naar verwachting niet doen.

Er worden niet, zoals gebruikelijk, tegelijkertijd parlementsverkiezingen gehouden. „De nieuw te kiezen president wordt dus oppermachtig”, zegt Ba, „de democratische controle blijft voorlopig achterwege”.

Waarom dansen en hossen in het stadion van Bamako dan toch de aanhangers van kandidaat Cissé, in de modder en op lege magen? „Er ontstaat weer een sprankje hoop”, zegt een half rood, half groen geverfde jongen. „Hoop is de deugd waarmee wij Malinezen er ons altijd weer doorheen slaan.”