Column

De ultieme copy-paste fout

Je vraagt je toch af hoe dat gaat: „O jezus, wéér een ramp”, denkt een overspannen persmedewerker van de Spaanse premier Rajoy. „Maar wacht, ik had hier nog wat liggen… Eens even kij-ken: tragische gebeurtenissen, diepste medeleven, verlies van mensenlevens, oprechte condoleances, familieleden slachtoffers… Prima, prima... Nog even een beetje aanpassen, ‘trein’ en ‘Santiago de Compostela’ erin en het is gepiept.” Het condoleancebericht wordt eruit gestuurd en een paar uur later gaat de telefoon: boze mensen die zich afvragen waarom de premier in het condoleancebericht niet alleen rept over de slachtoffers van de treinramp, maar ook vrij onverwacht opnieuw medeleven betuigt aan de slachtoffers van een aardbeving die een paar dagen geleden in China plaatsvond.

Een ultieme copy-paste fout.

Je ziet de medewerker voor je: handen in het haar, de schaamte, de ontzetting. En je hebt wel een vaag idee hoe het moet voelen. Iedereen heeft immers weleens op ‘verzenden’ gedrukt terwijl je de nanoseconde daarna beseft: dit was níet het goede mailtje, dit was een oude versie/gericht aan de verkeerde/met de intieme voorgeschiedenis-mailwisseling er nog aan geplakt/per ongeluk ondertekend met ‘kussiekussiekussie’ terwijl het aan je baas gericht is/een mail waarin bcc en cc weer eens door elkaar gehaald zijn, alsof het nog steeds 2008 is. Terwijl de paniek over je heen golft, probeer je iets te bedenken om het mailtje te stoppen, een soort rode ABORT MISSION-knop op je computer die je hiervoor altijd over het hoofd hebt gezien, of een functie in je mailprogramma waarbij je alle uitgestuurde post kan tegenhouden of teruggraaien (opeens wordt het weer visueel, e-mail versturen, alsof het gaat om papieren vliegtuigjes die je zojuist hebt verzonden en waar je als je geluk hebt misschien nog net bij kan). Misschien overweeg je zelfs wel bruusk de stekker uit je computer te trekken. Het mag al niet meer baten – verstuurd is verstuurd.

En het gebeurt niet alleen met de mail – in deze lijn bevinden zich natuurlijk ook de ongelukkige sms’jes. Ik heb ooit een sms’je geschreven aan een vriendje waar ik net ruzie mee had gemaakt, een bericht vol zinnen als ‘ik ga kapot als ik niet bij je ben, je bent mijn allerliefste, ik denk elke minuut aan je, ik wil voor altijd bij je zijn’, waarna ik het verstuurde aan Constant – dacht ik. Tot ik een verward sms’je terugkreeg – van Claudia, een meisje waar ik heel lang geleden een keer op een feestje mee had gezoend. De toon van Claudia’s sms was enigszins angstig: ‘Goh… Ik had echt geen idee… Gaat alles wel goed met je? Misschien moeten we een keertje… koffie drinken ofzo?’

Soms verlang ik naar de tijd waarin men slechts perkamenten brieven stuurde die uiterst zorgvuldig geschreven werden – en waarschijnlijk snapt die Spaanse persmedewerker dat gevoel wel.