De pet van Opstelten

In zijn jongste brief over de voortgang van het invoeren van de nationale politie hanteert eerstverantwoordelijk minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) zijn bekende geruststellende toon. De realisatie van het nieuwe stelsel, waarmee begin dit jaar daadwerkelijk werd begonnen, is „voortvarend” opgepakt. Het nieuwe bestel is voor burgers en ondernemers „zichtbaar en merkbaar”. Burgers ervaren de effecten van het nieuwe bestel nu reeds, aldus de minister. De door hem verordonneerde verplichte „terugmelding” over de ontwikkeling van het politieonderzoek bij woninginbraken draagt volgens hem bij aan „het verhogen van de veiligheid en het veiligheidsgevoel”. Natuurlijk moet er nog veel werk worden verzet maar, zo schrijft Opstelten, de „operationele aanpak van één nationaal politiekorps is op onderdelen nu reeds succesvol”.

Zijn optimisme in de vorige maand aan de Tweede Kamer verstuurde rapportage staat in schril contrast met de klacht van burgemeesters die gisteren in deze krant viel te lezen. Gezagsdragers die belast zijn met de uitvoering van politietaken, de zogeheten regioburgemeesters, zijn niet te spreken over het contact tussen de top in Den Haag met de rest van het land. Bovendien zou, getuige de kritiek van burgemeester Van Gijzel (Eindhoven) de minister zich tegen de afspraken in te veel bemoeien met de aanpak op lokaal niveau.

Voor een deel is de klaagzang van de burgemeesters terug te voeren op de klassieke en in alle grote organisaties bestaande controverse tussen het hoofdkantoor en de uitvoerders op de werkvloer. De mensen van de praktijk voelen zich bijna altijd onbegrepen en in hun vrijheid aangetast door de op afstand zittende managers met hun fixatie op resultaatstatistieken.

Alleen was dit in het debat bij de vorming van de nationale politie één van de meest besproken onderwerpen. Het omvormen van de 25 regiokorpsen tot één grote landelijke organisatie mocht niet ten koste gaan van het opereren van de politie ter plaatse. Beheerstaken werden een aangelegenheid voor de top. Maar de daartoe aangewezen burgemeesters zouden blijven gaan over de wijze waarop het personeel zou worden ingezet.

Nog in de laatste fase van het debat in de Eerste Kamer over de nationale politie, nu een jaar geleden, deed minister Opstelten een aantal toezeggingen om de verdeling van de bevoegdheden nog duidelijker af te bakenen. Toch zal het schemergebied altijd blijven bestaan. De kritiek van de burgemeesters is hiervan een bewijs.

Een belangrijk doel van de nationale politie is effectiviteit bevorderen door het tegengaan van verkokering. Maar als competentiestrijd hiervoor in de plaats komt dreigt de operatie per saldo niets op te leveren.