Cementbedrijf Halliburton bekent vernietigen bewijs BP-olieramp

Luchtfoto van 21 april 2010 van het brandende boorplatform Foto AP/ Gerald Herbert

Halliburton Energy Services geeft toe dat het bewijsmateriaal heeft vernietigd dat verband hield met de grote olieramp in de Golf van Mexico in 2010. De multinational heeft toegezegd de maximale boete van 200.000 dollar te zullen betalen. Daarnaast doneert Halliburton vrijwillig 55 miljoen dollar (41,7 miljoen euro) aan de National Fish and Wildlife Foundation.

Dit heeft het Amerikaanse ministerie van Justitie vannacht bekendgemaakt, schrijft persbureau AP. De schikking moet nog goedgekeurd worden door de rechter.

Halliburton, een bedrijf uit Texas, was door oliegigant BP aangesteld voor de levering van cement op het boorplatform Deepwater Horizon. De boorput ontplofte op 20 april 2010, mogelijk door fouten in de constructie. 11 mensen kwamen om het leven en honderden miljoenen liters olie stroomden door de Golf van Mexico. Het was de grootste milieuramp in de geschiedenis van de Verenigde Staten.

Niet verder vervolgd

Het ministerie zal het bedrijf niet verder strafrechtelijk vervolgen naar aanleiding van de ramp, schrijft Halliburton in een verklaring (pdf). Het voegde eraan toe dat de federale autoriteiten “het significante en waardevolle meewerken tijdens het onderzoek” erkent.

BP en Halliburton beschuldigden elkaar over en weer

De schikkingsovereenkomst en de tenlastelegging komen voort uit strafrechtelijk onderzoek dat werd gedaan door de Deepwater Horizon Task Force. Halliburton en BP hebben elkaar beschuldigd van het niet goed dicht cementeren van de boorput. BP vroeg de rechter tijdens een proces al om Halliburton te straffen voor het vermeende vernietigen van bewijs over de rol die het ontwerp van het bedrijf zou kunnen hebben gespeeld in de ontploffing. Halliburton maakte in april bekend dat het probeerde een schikking te treffen.