Zij eisen een land dat functioneert

Anders dan onder het communisme, durven Bulgaren zich te laten horen Demonstranten gijzelden honderd politici Zij hebben genoeg van de machtsspelletjes

correspondent Zuidoost-Europa

Vandaag gaan ze weer de straat op, voor de 42ste dag op rij: de demonstranten in de Bulgaarse hoofdstad Sofia die roepen om politieke hervormingen, transparantie en een einde aan het voortwoekerende nepotisme en de corruptie in het land. Maar het parlement waar ze veel van hun kritiek op richten, lijkt wel van rubber. Alles ketst er zonder effect op af.

Wat de demonstranten zien als ze naar het neoklassieke parlementsgebouw in Sofia kijken, is een groep machthebbers die de staat plunderen. In plaats van die te verbeteren. Machthebbers die volksvertegenwoordiger zijn geworden dankzij machtsspelletjes, door banen te beloven en stemmen te kopen. Sommige van hen zijn regelrechte criminelen, die hun positie in het parlement gebruiken om immuun te zijn voor justitiële vervolging.

Het is niet bepaald wat Bulgaarse burgers zich bij democratie hadden voorgesteld, toen ze in 1990 na de communistische dictatuur voor het eerst naar de stembus gingen. Een kleine kwart eeuw later is het normaal geworden om over politici te praten als maffiosi. Over de politiek als een vorm van georganiseerde misdaad, die investeerders afschrikt en economische groei remt.

In Bulgarije zijn zulke grote woorden geen borrelpraat, maar de goed onderbouwde conclusie van betrokken burgers. Onder de betogers die nu al meer dan een maand de straat op gaan bevinden zich bankiers, zakenmensen, universiteitsmedewerkers en ouders met kinderen.

Zo’n machtige vriendenkliek als het parlement oproepen zichzelf te hervormen, is als een boer vragen zijn beste melkkoe te slachten. Dat doet hij niet.

Cordon om het parlement

En dus besloten een paar duizend demonstranten dinsdag de parlementariërs in hun gebouw te gijzelen. Ze vormden een cordon om het parlement. En bouwden barricades op straat. 109 ministers, parlementariërs en journalisten zaten ruim acht uur lang opgesloten, voor de politie er om drie uur ’s nachts in slaagde ze te ontzetten en in busjes af te voeren. Bij de schermutselingen vielen zowel onder de betogers als bij de politie lichtgewonden.

President Rosen Plevneliev waarschuwde zowel de demonstranten als de politie af te zien van provocaties en het gebruik van geweld. De angst is dat de tot nu toe uiterst vreedzame protesten – ’s ochtends samen koffie drinken, ’s avonds een optocht door de stad – escaleren en omslaan in geweld.

Eerder deze maand zei Plevneliev in een tv-toespraak dat hij vervroegde verkiezingen als de enige democratische uitweg ziet uit de politieke crisis. En dat terwijl het huidige kabinet en parlement er pas acht weken zitten. Maar het is niet de president die verkiezingen uitschrijft, dat moeten parlement en regering doen. En die luisteren volgens de demonstranten niet.

Ongebruikelijk aan dit verhaal: de demonstranten, die zich keren tegen een democratisch gekozen parlement, weten zich gesteund door Brussel. Veel van hun eisen zijn een echo van wat twee keer per jaar te lezen is in de rapportages van de Europese Commissie over de hervormingen in Bulgarije, EU-lid sinds 2007. Keer op keer hamert de Commissie op de noodzaak justitie onafhankelijk te laten werken en ook hooggeplaatsten te vervolgen wegens corruptie. Maar er wordt nog altijd uiterst traag vooruitgang geboekt, en alleen onder externe druk. Dinsdag twitterde Eurocommissaris van Justitie Viviane Reding dan ook dat ze „sympathiseert met de Bulgaarse burgers die op straat protesteren tegen corruptie. Bulgarije moet doorgaan met hervormen”.

De demonstranten krijgen tal van subtiele aanmoedigingen vanuit Brussel en van diplomaten. Ook de Nederlandse ambassadeur heeft interviews gegeven waarin hij zegt het hoopvol te vinden dat het maatschappelijk middenveld eindelijk zijn stem verheft.

Het begon in de drugshandel

In Bulgarije is in bijna een kwart eeuw kapitalisme en democratie een groot deel van de criminaliteit geïnstitutionaliseerd in machtige kartels. Het begon in de drugshandel. Die was in de jaren negentig in handen van machtige ‘beveiligingsbedrijven’ – vaak van ex-worstelaars en mannen die onder het communisme voor de inlichtingendiensten werkten. Ze persten ook ondernemers af. Deze maffia kreeg nog een extra impuls door de oorlog in voormalig Joegoslavië begin jaren negentig en de handelsboycot tegen buurland Servië. Ze verdienden geld met smokkel van brandstof.

Daarna kreeg de onderwereld een steeds beschaafder gezicht. Kapitaal vergaard met drugshandel en afpersing, werd gestoken in onder meer bouwbedrijven, mediaconcerns en privatiseringsdeals die onder tafel waren bekokstoofd.

Ten slotte belandde een deel van deze machtige zakenmannen in de politiek. Daar houden ze elkaar de hand boven het hoofd. Keer op keer weten mensen – van wie iedereen weet dat het criminelen zijn – aan juridische vervolging te ontsnappen.

De corruptie gaat tot op het hoogste niveau. Dat bleek eind vorig jaar nog eens uit transcripties van gesprekken in de villa van de vorige premier, Bojko Borisov. Zijn eigen minister van Binnenlandse Zaken had hem laten afluisteren. Uit de gesprekken werd duidelijk hoe delen van justitie en van de politiek samen optrekken en daarbij bepaalde mensen buiten schot houden. De hoofdaanklager die bij Borisov op bezoek was noemde hem ‘baas’. Samen maakten ze slappe grappen over homo’s.

De ontwikkelingen dit jaar laten zien in wat voor val burgers zitten. Want hoe schoon je een door en door corrupt systeem op met democratische middelen? Wat doe je als je daarbij niet kunt steunen op een onafhankelijke justitie en onafhankelijke media? En hoeveel heb je op zo’n moment aan lidmaatschap van de Europese Unie, waarbinnen regeringen zich liever niet te veel met elkaars binnenlandse politieke aangelegenheden bemoeien?

In februari lukte het burgers, kwaad over de snel gestegen energierekeningen en grote armoede, om de vorige regering tot aftreden te dwingen. Daarop volgden verkiezingen. Maar het was een pyrrusoverwinning, want al snel bewezen nieuwe regering en parlement geen haar beter te zijn dan hun voorgangers. Gelijk werd een invloedrijke mediamogul, Delyan Peevski tot hoofd van de veiligheidsdienst benoemd. Weer een man zonder relevant cv, die een invloedrijke topfunctie kreeg omdat hij vanwege zijn dagbladen en tv-stations macht heeft over politici. Inmiddels is de benoeming teruggedraaid, maar dat koelde de woede onder de demonstranten niet.

Bevolking steunt protesten

Opnieuw verkiezingen, zonder veranderingen in het politieke stelsel, leveren vermoedelijk weinig op, beamen ook de demonstranten. Hoewel uit peilingen blijkt dat 80 procent van de bevolking achter hun eisen staat. De drempels van het politieke bastion zijn hoog. Parlementariërs houden tot nu toe stoïcijns vast aan hun zetels.

Het meest hoopgevende aan de protesten, zijn tot nu toe de protesten zelf. Anders dan onder het communisme, durven Bulgaren zich te laten horen. De open grenzen, sociale media en steun uit Brussel zorgen voor een nieuwe generatie zelfbewuste EU-burgers die eisen dat hun land functioneert. Vooralsnog blijkt dat echter niet genoeg om de taaie kliek die het land regeert tot verandering te dwingen.