Wroeging over rode terreur in China

De eerste spijtoptanten van de bloedige Culturele Revolutie in China treden naar buiten. Voor een vrije kijk op de geschiedenis is het echter nog te vroeg.

Openbare vernedering van ‘reactionairen’ tijdens de Culturele Revolutie die Mao ontketende om zelf macht te houden. Foto Hollandse Hoogte

Veertien jaar oud was Liu Boqin, toen Mao Zedong de Volksrepubliek China in de chaos van de Culturele Revolutie(1966-1976) stortte. „Ik heb als Rode Gardist mijn leraren in elkaar geslagen. Ik heb hen bespuwd. Ik heb onze buren geterroriseerd. Ik heb klasgenoten mishandeld. Mijn duivelse daden liggen in de herfst van mijn leven als een steen op mijn hart”, zegt de 61-jarige gepensioneerde partijfunctionaris 47 jaar later in een voor Chinese begrippen uitzonderlijke bekentenis.

Tegen de smeekbedes van zijn familie in om te blijven zwijgen, voelt Liu zich geroepen om in het openbaar excuses aan te bieden en spijt te betuigen. Hij deed dat met een betaalde advertentie in het juni/juli-nummer van Yanhuang Chunqiu, een historisch maandblad dat wroet in het verleden van de Communistische Partij van China.

Hoogst zelden wordt in China, waar het uitsluitend om het heden en de toekomst lijkt te gaan, openlijk gesproken over de naoorlogse geschiedenis. De hongersnoden tijdens de ‘Grote Sprong Voorwaarts’ en de daarop volgende „grootste revolutionaire transformatie van een samenleving in de geschiedenis van de mensheid” (Mao Zedong) zijn nog steeds taboeonderwerpen.

In Yanhuang Chunqie bekent Liu dat hij zich als jongen liet meeslepen in de chaos om persoonlijke redenen: „Ik wilde voelen hoe het was om andere mensen tot pulp te slaan”. En: „Ik dacht dat ik daar het recht toe had omdat ik tot de Partij behoorde en de anderen onze vijanden waren. Het idee superieur te zijn speelde onderbewust zeker een belangrijke rol”.

Mao lanceerde in de zomer van 1966 deze revolutie omdat hij zijn land en vooral de partij wilde zuiveren van vier ‘ouden’: oude gedachten,oude cultuur, oude gebruiken en oude gewoontes. Hij zweepte vooral jongeren op ten strijde te trekken tegen „demonen en monsters” en „rechtsen en reactionairen”. Niemand, ook zijn oude kameraden niet, werd gespaard door de Rode Gardisten die „de klassevijanden” vernederden, opsloten, martelden of levend begroeven.

Families, werkeenheden, schoolklassen, universiteiten raakten diep verdeeld en werden tegen elkaar opgezet. Zonen van partijkaders werden gedwongen hun eigen vaders te veroordelen, Mao’s generaals, zijn ministers en andere functionarissen, professoren en leraren werden in het openbaar vernederd. In totaal 36 miljoen „giftige slangen en koeienbreinen” werden vervolgd. Miljoenen kwamen om in het geweld.

Liu hoopt dat zijn bekentenis zal leiden tot een openlijke discussie over de Culturele Revolutie. De partij heeft weliswaar in 1981 in een resolutie „de dwalingen en zwaktes” van Mao’s Culturele Revolutie veroordeeld, maar houdt uit vrees voor ondermijning van de partij intussen de archieven hermetisch gesloten.

Het zogeheten ‘Mao-denken’ behoort immers nog steeds tot de partijcanon. Voormalige Rode Gardisten bekleden topfuncties in de partij-staat of hebben dat gedaan. ,Wie aan Mao komt, komt aan het fundament van modern China. Onafhankelijk historisch onderzoek is onmogelijk. Op scholen en universiteiten wordt de Culturele Revolutie behandeld als een voetnoot. De episode behoort niet tot de verplichte examenstof.

Liu Boqin kent als voormalig partijfunctionaris in het noordoostelijke Jilin de gevoeligheden van de partij. Herhaalde verzoeken om in een persoonlijk gesprek met een buitenlandse krant meer te vertellen over zijn gedragingen als „jonge duivel” (Mao) wijst hij af. Het enige wat hij zegt in een telefonisch gesprek is dat hij ernstig wordt gekweld door gewetenswroeging en dat „de slachtoffers en hun kinderen recht hebben op diepe verontschuldigingen, genoegdoening en innerlijke vrede”.

Professor Frank Dikötter, de Brits-Nederlandse auteur van Mao’s Great Famine, neemt de bekentenis van Liu Boqin zeer serieus. „Dit is een dappere daad en mogelijk het begin van een verwerkingproces. Daar is grote behoefte aan in China. Je ziet ook elders in de wereld – Oost-Duitsland, Polen en Hongarije – dat het verwerken van dramatische periodes pas gebeurt na het verstrijken van de tijd. Zo lang geleden is het niet dat China door de Culturele Revolutie in een burgeroorlog werd gestort”, zegt Dikötter die verbonden is aan de Universiteit van Hongkong en werkt aan een boek over de Culturele Revolutie.

Dat Liu onder oudere generaties een gevoelige snaar heeft geraakt blijkt uit de tienduizenden, geëmotioneerde reacties op Weibo en ook uit de aandacht die hij krijgt in Chinese kranten. Liu’s bekentenis heeft geleid tot bekentenissen van twee andere Rode Gardisten en tot reacties van slachtoffers en hun families die excuses eisen van voormalige Rode Gardisten.

Dit alles was voor de Beijing Times aanleiding in een hoofdredactioneel commentaar op te roepen tot nationale zelfreflectie en verzoening. „Alleen door middel van verzoening met het verleden kunnen we lessen leren en de toekomst samen tegemoet treden”, zegt de krant die vindt dat China „het moet durven de geschiedenis onder ogen te komen”.

Ook op straat in Shanghai, 47 jaar geleden samen met Beijing het epicentrum van ‘de rode terreur’ lijkt daar behoefte aan. In een park, waar bejaarden ‘s avonds dansen, vertelt de gepensioneerde ingenieur Fan Rongxiang, oud-Rode Gardist. „We hadden gewoon diepe bewondering voor Mao Zedong. We luisterden naar alles wat hij zei.”

Als student bouwkunde aan de Jiaotong Universiteit, destijds een ideologisch slagveld, had hij geen andere keuze dan mee te doen. „Mao heeft grote verdiensten gehad en zonder hem zou China niet ontwikkeld zijn, maar die periode was een dwaling. Het is noodzakelijk dat jongeren horen wat er toen is gebeurd. De geschiedenis mag niet in de doofpot worden gestopt, de herinneringen mogen niet van onze harde schijf gewist worden worden”, waarschuwt de ingenieur.

Fan Rongxiang weet dat de geschiedenis zich nooit helemaal herhaalt. De CPC heeft in een land met 596 miljoen internetters niet langer het monopolie op de waarheid en de neomaoïsten zijn gemarginaliseerd na de arrestatie van partijleider Bo Xilai die nog steeds wacht op zijn proces. Toch schrok hij toen premier Wen Jiabao in maart vorig jaar naar aanleiding van de Bo Xilai-affaire waarschuwde dat „een historische tragedie als de Culturele Revolutie zich kan herhalen”.

De machtstrijd in de top van de partij in 2011 en 2012 deed Fan daarom denken aan de zuiveringen in de jaren zestig van de vorige eeuw. De zachtmoedig ogende ingenieur zegt: „Mijn generatie is dankzij de Culturele Revolutie altijd bang voor herhaling en vooral voor chaos”. Waarna hij de de dansvloer weer opschrijdt.