VS profiteren nu van harde crisisaanpak

In vrijwel alle opzichten doet de Amerikaanse economie het beter dan de eurozone. Anders dan in Europa werd de bankensector gesaneerd en de geldpers aangezet.

De Verenigde Staten zijn bezig de crisis van zich af te schudden, terwijl Europa doormoddert. Vol zelfvertrouwen riep president Obama gisteren zijn bevolking gisteren op om de wereld te vertellen dat Amerika „open for business” is. Tegelijk prijkte op de voorpagina van The Wall Street Journal de kop: „Nederlandse economie slaat lek”.

In vrijwel alle opzichten doet de Amerikaanse economie het beter dan de eurozone. In Amerika groeit het bruto binnenlands product (al is het niet spectaculair), terwijl de eurozone in recessie zit en het vooruitzicht is dat de rest van dit jaar niet veel beter zal worden. De werkloosheid in de VS daalt gestaag, die van de eurozone stijgt maandelijks tot een nieuw record. In veel Amerikaanse steden schieten de huizenprijzen omhoog, maar in de eurozone dalen ze. Wel is het Amerikaanse begrotingstekort nog hoger, maar het krimpt, evenals in Europa.

Hoe kan het dat de twee machtsblokken er vijf jaar na de val van Lehman Brothers zo verschillend voor staan? Een belangrijke oorzaak is dat Amerika hardere maatregelen heeft genomen, en daar nu de vruchten van plukt.

Toen Amerikanen hun te dure hypotheken niet meer konden afbetalen, en banken daardoor in financiële nood kwamen, is de bankensector daar meteen rigoureus gesaneerd. In Europa hebben veel banken nog altijd veel slechte leningen op hun balans staan, en moeten ze hun kapitaalbuffers nog verhogen. Daardoor hebben ze te weinig geld om leningen aan bedrijven te verstrekken, of hypotheken aan huishoudens, en kan de economie niet groeien.

Verder heeft de Amerikaanse centrale bank flink bijgedragen aan het herstel door in de afgelopen jaren steeds grotere bedragen in de economie te pompen. De Europese Centrale Bank heeft niet zo hardhandig ingegrepen. Zij heeft wel goedkope leningen aan banken verstrekt, maar die gebruiken dat geld vooral om hun kapitaalspositie te versterken en lenen het nog niet uit aan het bedrijfsleven, deels ook omdat ze bang zijn voor wanbetaling als de economie verder verslechtert.

En zo kan het dat het consumentenvertrouwen in de VS veel sterker stijgt dan in veel Europese landen. Amerikanen durven langzaamaan weer geld uit te geven. Onderzoeksbureau Nielsen, dat in ongeveer zestig landen de mening en het gedrag van consumenten bijhoudt, weet te melden dat de afgelopen drie maanden minder Amerikanen zijn overgestapt op goedkopere merken boodschappen. Zij bezuinigen minder op afhaalmaaltijden en stellen grote aankopen minder vaak uit.

Maar de laatste dagen verschijnen er ook in Europa enkele min of meer positieve berichten. Zo werd gisteren bekend dat inkopers in het bedrijfsleven voor het eerst in anderhalf jaar optimistisch zijn over de economie, zij het uiterst voorzichtig. De index waarin dit sentiment wordt uitgedrukt kwam deze maand uit op 50,4. Een getal boven 50 staat voor groei. Analisten hopen dat dit een teken is van stabilisering. Over echt herstel durven zij nog niet te spreken.

Ook is de nieuwe Eurobarometer verschenen, het halfjaarlijkse onderzoek van de Europese Commissie. Daaruit blijkt dat het aantal inwoners van de eurozone dat denkt dat het ergste van de crisis achter ons ligt, is gestegen: nu denkt 33 procent dat het dieptepunt voorbij is, een half jaar geleden was dat 27. Maar dat neemt niet weg dat 58 procent denkt dat het ergste nog moet komen.