Snelle trein moet vooruitgang brengen

De afgelopen jaren is het hogesnelheidsnetwerk in Spanje onstuimig gegroeid – soms tegen de economische ratio in.

De trein die gisteren even buiten de Spaanse stad Santiago de Compostela verongelukte, reed op een spoor dat is klaargemaakt voor de AVE. Zoals HSL in Nederland of TGV in Frankrijk is AVE de Spaanse huis-tuin-en-keukenterm voor hogesnelheidstrein. Het is niet alleen een afkorting van Alta Velocidad (hoge snelheid); ‘ave’ is ook het Spaanse woord voor vogel. Deze woordspeling tekent de intentie van het land en van staatsspoorbedrijf RENFE om de snelle trein te laten concurreren met het vliegtuig. Een ambitie die symbool staat voor de modernisering die de Spaanse infrastructuur doormaakte na toetreding van Spanje tot de Europese Unie, in 1986.

Sinds de opening van de eerste hogesnelheidslijn tussen Sevilla en Madrid, in 1992, proberen politici goede sier te maken met de AVE. Elke premier probeert tijdens zijn ambtstermijn ten minste één nieuw traject te openen. Crisis of niet.

Galicië, de noordwestelijke regio waar de treinramp gebeurde, is een van de laatste regio’s die nog per AVE moeten worden aangesloten op de hoofdstad. Het grootste deel van het spoor is al aangelegd, maar een laatste stuk in het bergachtige zuidoosten van de regio vergt waarschijnlijk nog zeker een jaar werk. Tot die tijd rijdt de iets minder snelle Alvia, die maximaal 200 kilometer per uur gaat, in Galicië al deels over AVE-rails. Deze trein verongelukte gisteren, waarschijnlijk doordat hij niet tijdig afremde in een zeer scherpe bocht.

Het ongeluk van gisteren zal de voltooiing van de AVE naar Galicië niet stoppen. Al vergrijst de regio in rap tempo en is er behalve retailreus Inditex (het moederbedrijf van Zara) niet veel economische activiteit die een AVE rechtvaardigt, de Galicische politiek smeekt er al jaren om.

Onder de vorige regering-Zapatero begon de aanleg van het hogesnelheidsspoor. Premier Rajoy heeft bij zijn aantreden in 2011 beloofd het traject te voltooien. Niet alleen is Galicië (2,1 miljoen inwoners) zijn geboorteregio, het is ook een bastion van trouwe rechtse kiezers. Om zijn belofte te onderstrepen, benoemde hij de eveneens Galicische Ana Pastor tot minister van Vervoer.

De noordwesthoek van het land ligt nu nogal geïsoleerd. Steden als La Coruña, Vigo of Santiago zijn alleen snel bereikbaar met een vliegtuig. Alle drie hebben ze overigens hun eigen luchthaven: een ander voorbeeld van de onstuimige groei van de Spaanse infrastructuur.

De laatste jaren groeit de kritiek op het almaar verder uitdijende AVE-netwerk. Geen enkel traject is rendabel. Zelfs dat tussen Madrid en Barcelona niet, dat vóór de komst van de AVE een van de drukste luchtbruggen van Europa was. De afgelopen jaren heeft het land verschillende spookstations geopend die als grote betonnen kathedralen in het midden van niets staan. Om de paar uur stopt er een AVE, maar op dagbasis stapt er nog geen dozijn mensen in of uit. Op enkele routes waren de treinen zo leeg, dat de staat duizenden euro’s op elk kaartje moest bijleggen. Deze trajecten zijn onder druk van de crisis inmiddels gesloten.

De enthousiaste expansie is het resultaat van de lobby van de bouwbedrijven die het spoor en de stations aanleggen. Zij worden hierin gesteund door politici van lagere overheden. De snelle trein staat in Spanje vanwege zijn grote reisgemak en punctualiteit voor vooruitgang. Als die eenmaal in stad of streek stopt, zo beloven lokale en regionale bestuurder, volgt de groei vanzelf. Veel Spanjaarden zijn het gaan geloven.