Pomphouders verliezen kort geding om elektrische laadpaal

Nieuwe ondernemers mogen bij benzinepompen elektrische laadpalen installeren. Dat blijkt uit een kort geding, dat 26 zelfstandige pomphouders hadden aangespannen tegen de overheid. Ze vinden dat ze naast het exclusieve recht op brandstof ook het exclusieve recht op elektriciteit hebben. Onterecht, vindt de rechter.

Een oplaadpunt voor elektrische auto's langs de A2 bij het Gelderse Bruchem. Foto ANP / Robin Utrecht

Ondernemers mogen bij benzinepompen elektrische laadpalen installeren. Dat blijkt uit een kort geding, dat 26 zelfstandige pomphouders hadden aangespannen tegen de overheid. Ze vinden dat ze naast het exclusieve recht op brandstof ook het exclusieve recht op elektriciteit hebben. Onterecht, oordeelde de rechter vandaag.

De ondernemers mogen de snellaadpalen plaatsen op parkeerplekken achter de benzinestations. Die plekken worden gratis verstrekt door de overheid. Met een snellaadpaal kan een elektrische auto binnen twintig minuten worden opgeladen en tachtig kilometer rijden.

Het geschil draaide om de vraag wat in de Benzinewet bedoeld wordt met ‘brandstoffen’. Volgens de advocaat van de pompexploitanten gaat het om álle brandstoffen die voertuigen kunnen aandrijven, inclusief elektriciteit. De rechter vroeg daarop aan advocaat van de pomphouders Marc Kuijper of hij vindt dat als auto’s op water rijden, pomphouders het alleenrecht hebben op het plaatsen van een kraan. Die vond dat inderdaad.

De rechter stelt hen nu echter in het ongelijk. Op 250 plekken in Nederland komt een oplaadpunt. De punten zijn al verdeeld aan onder meer Fastned, de ANWB en Liander. De eerste laadstations gingen dit jaar open langs snelwegen op de Veluwe.