Opstelten wekt irritatie burgemeesters over politie-inzet

Minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten doet zijn das goed naast Korpschef Bouman van de Nationale Politie voorafgaand aan het poseren voor de Ridderzaal in Den Haag voor een groepsfoto. Foto ANP/ Koen van Weel

Een halfjaar na de oprichting van de nationale politie is er irritatie tussen minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en burgemeesters over de vraag wie er over de inzet van de politie gaat. Dat blijkt uit een rondgang langs burgemeesters door NRC Handelsblad. Zij vinden dat Opstelten zich te veel bemoeit met hun werkzaamheden.

Op 1 januari van dit jaar kreeg Nederland een nationale politie, als opvolger van de 25 regionale politiekorpsen en het Korps Landelijke Politiediensten. Sindsdien is Opstelten verantwoordelijk voor de ‘beheerstaak’ van de politie: financiën, materieelinkoop en arbeidsvoorwaarden. De burgemeesters gaan over de inzet van de agenten, benadrukt Opstelten.

Relatie “bepaald niet optimaal”

Maar de praktijk is een andere, zegt onder anderen burgemeester Rob van Gijzel (PvdA) van Eindhoven. Volgens hem bepaalt Opstelten niet alleen de prioriteiten van de politie, maar stelt hij “zelfs de manier waarop de politie met zaken om moet gaan” vast. Van Gijzel noemde de nationale politie onlangs “een gecentraliseerde moloch”. De burgemeesters krijgen bijval van commissaris van de koning Verbeek in Flevoland. Volgens hem zijn er “stevige signalen” dat de relatie tussen de lokaal verantwoordelijken voor de veiligheid en de minister “bepaald niet optimaal” is.

“Overleg veel te hapsnapperig”

Ook het reguliere overleg tussen Opstelten en nationale korpschef Bouman met de burgemeesters die hun collega’s vertegenwoordigen, verloopt uiterst moeizaam. Burgemeester Noordanus van Tilburg: “Het is veel te hapsnapperig.” Burgemeester Schneiders van Haarlem: “Opstelten zou er goed aan doen het overleg serieuzer te nemen.” Bouman is zich bewust van de wrevel: “Ik zie ook de irritatie.”

Opstelten laat weten dat “het overleg inderdaad nog op vlieghoogte moet komen. Maar het moet en zal een succes worden.”