Monsanto opnieuw in de problemen

De omvangrijke tarwe-export uit de Verenigde Staten naar Azië loopt gevaar, nadat het een boer uit Oregon in april niet lukte alle tarweplanten op een van zijn akkers dood te spuiten. Hij gebruikte de onkruidbestrijder Roundup en wilde alle planten doden om een ander gewas te verbouwen. Op een paar plaatsen bleef de tarwe groen. Hij meldde het, want het leek alsof er spontaan resistentie tegen Roundup was ontstaan.

Het bleek om genetisch gemanipuleerde tarwe (GM-tarwe) te gaan met bewust ingebouwde resistentie tegen Roundup, uit de laboratoria van zaadveredelaar en biotechnologiebedrijf Monsanto. Vreemd genoeg was die tarwe na 2005 niet meer verbouwd. Vanaf 1998 zijn er in 16 Amerikaanse staten ruim 250 veldproeven mee gedaan. Ook in Oregon.

Na 2005 zijn de proeven met GM-tarwe gestaakt. Er was verzet van de grote importeurs uit Azië en ook uit Europa. Die willen geen GM-tarwe.

GM-varianten van soja, maïs, katoen en koolzaad worden wereldwijd steeds meer verbouwd, maar tarwe en andere gewassen die mensen zelf direct opeten niet.

De grote vraag is waar de nu gevonden GM-tarwe vandaan komt. „Er zijn mensen die niet van biotechnologie houden en die dit gebruiken om problemen te veroorzaken,” zei Robert Fraley, een technologiebaas van Monsanto, vorige maand tegen Amerikaanse journalisten. Sabotage dus, niet door GM-veldjes te verwoesten, maar door ze te creëren. In het tijdschrift Nature achten deskundigen de kans klein dat dit een nieuwe vorm van actievoeren is. De actie is in ieder geval nog niet opgeëist.