Minder ramen, dan meer uitbuiting van prostituees

Intrekken vergunning is terecht, maar Utrecht moet nu wel de huren van nieuwe ramen beperken, vindt Dick Spel.

Toen ruim tien jaar geleden het bordeelverbod werd afgeschaft was de stemming over de gevolgen positief. Gemeenten zouden meer grip krijgen op uitbuiting in de prostitutie. Tien jaar lang hebben gemeenten verzuimd om met hun lokaal prostitutiebeleid de beroepsgroep serieus te nemen en fatsoenlijk te beschermen. Helaas is uitbuiting in de prostitutie eerder toe- dan afgenomen. Met Utrecht als recent dieptepunt.

Terecht zijn de Utrechtse prostituees in verzet gekomen tegen de sluiting van alle ramen. Het intrekken van de vergunning van exploitant Wegra, wegens het vermoeden van mensenhandel, is ook gegrond. Maar daarmee verplicht de gemeente zich wel tot het verzorgen van een noodoplossing en een inspanning voor een definitieve oplossing. Voor de prostituees is er immers sprake van een behoorlijke calamiteit: het besluit van de gemeente maakte ze per direct brodeloos.

Dat de gemeente geen voorzieningen voor de prostituees heeft getroffen is haar aan te rekenen. Hoe anders ging dat toen in mijn woonplaats de supermarkt afbrandde. In no time had de gemeente vervanging gerealiseerd, drijvend op pontons in de tegenoverliggende gracht, inclusief alle (tijdelijke) vergunningen. Een voorbeeld van snelheid en flexibiliteit.

In Utrecht wordt geen helpende hand geboden. De vrouwen vallen letterlijk buiten de boot en moeten hun heil zoeken in de illegaliteit. Wrang en pervers, als je bedenkt dat de maatregelen zijn ingegeven door de wens om uitbuiting tegen te gaan. Nu gebeurt het omgekeerde: de maatregel werkt uitbuiting in de hand. Begrijpelijk dat de burgemeester door de vrouwen wordt gezien als de grootste pooier.

Het is verbazend dat de gemeente wel bereid is nieuwe vergunningen te verlenen aan raamexploitanten, maar nalaat om daarin een bepaling over een maximum huurprijs op te nemen. Utrechtse raamexploitanten vragen exorbitante huurprijzen aan prostituees tot wel 650 euro per dagdeel. Los van het ‘aanvangsgeld’ dat huursters vaak ook moeten betalen. Een prijs die in geen enkele verhouding staat tot de tegenprestatie. Juist omdat door het gemeentelijk beleid het aanbod aan ramen is afgenomen, is de vraag en daarmee de vraagprijs tot ongekende hoogte gestegen.

Feitelijk werkt het gemeentebestuur hiermee uitbuiting in de hand. Terwijl dit eenvoudig kan worden opgelost, door bijvoorbeeld in een exploitatievergunning een bepaling op te nemen dat de huurprijs niet hoger mag liggen dan, pakweg, de huurprijs voor een winkelpand op een A-locatie in de binnenstad. Voor een dergelijk winkelpand van 50 m2 betaal je ongeveer 35.000 euro huur per jaar, wat gelijk staat aan 700 euro per week. Voor een werkplek van 20 m2 kom je dan uit op maximaal 300 euro per week, ofwel 100 euro per dagdeel per week.

Het is de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur om die huurprijzen te beteugelen. Zoals ook het zelfbeschikkingsrecht van de vrouwen een verantwoordelijkheid van de gemeente is. Grip op de sector, bestrijding van mensenhandel – het is de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad om hier op toe te zien.

Door intensieve samenwerking tussen gemeente, vertegenwoordigers van de Utrechtse prostituees en strikte afspraken met tijdelijke exploitanten is het mogelijk om de calamiteit die nu dreigt plaats te vinden te keren. Weet ook het gemeentebestuur van Utrecht niet hoe om te gaan met het bestrijden van misstanden in de prostitutie en tegelijkertijd bescherming te bieden aan de beroepsgroep, dan zal het gevolg alleen maar meer slachtoffers zijn.

Dick Spel was wethouder van Weesp en is oud-medewerker van Comensha, voorheen Stichting tegen Vrouwenhandel.