Het drama van Irak

Ook wie niet om de hoek bij de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad woont had reden om te schrikken, toen Al-Qaeda-in-Irak zondagnacht met twaalf autobommen en een spervuur van granaten een bevrijdingsactie in gang zette waarbij ruim 500 gevangenen wisten te ontkomen. Honderden ervaren Al-Qaeda-strijders lopen nu weer vrij rond.

Afgelopen maanden is het geweld in Irak al toegenomen tot het niveau van een burgeroorlog, met deze maand meer dan 630 doden. Het gevaar dat het nu nog verder uit de hand loopt, is groot.

Al-Qaeda heeft met deze actie zijn hernieuwde kracht bewezen. En de Iraakse regering heeft laten zien dat ze de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in het land niet aan kan – want dat gevangenissen doelwit van zulke acties zouden worden, had de sunnitische terreurorganisatie al een jaar geleden aangekondigd.

Toen de laatste Amerikaanse militairen het land eind 2011 verlieten, geloofde niemand dat vrede en stabiliteit snel zouden terugkeren. Maar dat Al-Qaeda weer zó sterk zou worden, had voorkomen kunnen worden. Het is een drama dat premier Maliki en de shi’itische meerderheid waarvan hij de leider is hun macht niet hebben gebruikt om de bittere verdeeldheid in het land te overwinnen. Ze hebben niet werkelijk geprobeerd tot een machtsdeling te komen met de sunnitische minderheid. De sunnieten werden steeds meer achtergesteld. Keer op keer werden gewone sunnieten op één hoop gegooid met extremisten.

Dat wekte niet alleen, begrijpelijke, wrok tegen het regime. Het leidde er ook toe dat de sunnitische terroristen van Al-Qaeda, die met hun gruweldaden in 2006-2008 vrijwel al hun steun onder de bevolking hadden verspeeld, nu voor sommige sunnieten weer acceptabel werden.

Daar komt bij dat de corruptie onder Maliki enorm heeft kunnen voortwoekeren – en dat ondergraaft de veiligheid in Irak verder. Belangrijke banen bij politie en andere veiligheidsdiensten zijn te koop. Voor apparaten waarmee auto’s op explosieven worden gecontroleerd betaalt de overheid veel geld, ook als duidelijk is dat ze niet werken.

Het ontgaat de Iraakse burgers allemaal niet. Net zo min als hun ontgaat dat de olie-inkomsten in de miljarden lopen, terwijl het de overheid maar niet lukt de stroomvoorziening betrouwbaar te maken. Dat is fataal voor het vertrouwen van de Irakezen in hun regering.

De rest van de wereld heeft sinds het vertrek van de Amerikanen zijn belangstelling voor Irak verloren en trekt zich er weinig van aan dat de donkere tijden van de burgeroorlog terugkeren. Ten onrechte. Een stabiel en veilig Irak is van groot humanitair, maar ook economisch en geopolitiek belang.