Geen sancties, wel reputatieschade

Uit onderzoek naar de Tours van 1998 en 1999 blijkt dat nog meer renners aan de epo zaten dan bekend was. Maar er volgen geen schorsingen.

TVM-renners Blijlevens (r) en Knaven in de Tour van ’98. Foto Cor Vos

en

Halsstarrig probeerde de voorzitter van de Franse Senaatscommissie gisteren te voorkomen dat alleen het wielrennen in de beklaagdenbank zou belanden.

„Er is doping in alle sporten”, bleef hij herhalen tijdens de presentatie van zijn onderzoeksrapport naar de effectiviteit van de Franse dopingstrijd. De commissie ondervroeg sinds februari vertegenwoordigers van achttien disciplines, benadrukte senator Jean-François Humbert. En zelfs in de biljartsport en bij golf zijn sporters positief bevonden.

Maar het was toch het wielrennen dat alle aandacht opslokte. Vooral de lang verwachte lijst met testresultaten van de Rondes van Frankrijk in 1998, de voor het wielrennen rampzalig verlopen Tour Dopage, en ‘bezinningsjaar’ 1999 werd gisteren tot in detail uitgeplozen.

In de jaren negentig konden renners nog vrijwel straffeloos hun toevlucht nemen tot erytropoëtine (epo) een hormoon dat de aanmaak van rode bloedlichaampjes stimuleert. Maar in 2001 werd door de wielerunie UCI een epotest ingevoerd, en was het gedaan met de epo-bonanza in het peloton.

Het Franse laboratorium Châtenay-Malabry was een van de eersten die het testen van epo onder de knie hadden. En in 2004 besloot het laboratorium oude urinemonsters uit de Tour van 1998 en 1999 met de nieuwe methode te onderzoeken. Het ging om een ‘wetenschappelijk onderzoek’. Maar het experiment had grote gevolgen, toen de Franse sportkrant L’Équipe er in 2005 achter kwam dat verschillende monsters die Tourwinnaar Lance Armstrong in 1999 had afgegeven, epo bevatten.

Nu publiceert de Franse senaatscommissie alle onderzoeksresultaten. De hele top drie van de Tour van 1998 – de Italiaan Marco Pantani, de Duitser Jan Ullrich (drie etappeoverwinningen) en de Amerikaan Bobby Julich – zat aan de epo. Julich staat op de lijst als verdacht, maar hij had vorig jaar al bekend. Ook de Franse ritwinnaar Jacky Durand en geletruidrager voor twee dagen Laurent Desbiens testten positief. In juni onthulde L’Équipe al dat Laurent Jalabert, tot dan de vaste Tourcommentator van de Franse televisie en trainer van de nationale ploeg, positief zou hebben getest.

Ook over Nederlandse wielrenners is er nieuws. Dat het onderzoek duidelijke aanwijzingen oplevert dat Raborenner Michael Boogerd in 1998 aan de epo zat, zal niemand meer verbazen. Maar het onderzoek laat ook zien dat de voormalige TVM-sprinter Jeroen Blijlevens heeft gebruikt. Op 15 juli 1998 won Blijlevens de etappe naar Cholet. De test van het urinemonster dat na de etappe bij ‘Jérôme’ Blijlevens werd afgenomen, is duidelijk: positief op epo. Bij een recent onderzoek van de Nederlandse wielerploegen meldde de huidige ploegleider van Belkin nog dat hij niets met doping te maken had gehad. Het urinestaal van voormalig Raborenner Maarten den Bakker is ook eenduidig: negatief.

Voor andere voormalige renners is de publicatie van het onderzoek bijzonder belastend. Voor de Italiaan Mario Cipollini bijvoorbeeld, die twee etappes won in de Tour van 1998. De waarden van de Belg Tom Steels, ook twee etappezeges, zijn „litigieux” – betwistbaar.

De internationale wielerfederatie UCI was fel gekant tegen de publicatie van het onderzoek – en vooral van een ‘zwarte lijst’ met namen, waarover Franse media al een tijd berichtten. De lijst „dient geen enkel juridisch doel en brengt de reputatie van topsporters in gevaar die zich niet kunnen verdedigen”, schrijft voorzitter Pat McQuaid aan de commissie. De monsters uit 1998 en 1999 waren bewaard voor „wetenschappelijke doeleinden”, wat vervolging van renners op grond van internationale dopingregels onmogelijk maakt.

De commissie meent aan het verzoek van de UCI gehoor te hebben gegeven door niet daadwerkelijk een lijst te publiceren. Maar dat lijkt meer een argument voor de vorm. De bijlagen van het rapport bevatten niet alleen de (anonieme) onderzoeksresultaten, maar ook alle originele formulieren die bij de dopingafnames destijds zijn ondertekend. Met enig puzzelen is het makkelijk om de flaconnummers uit de processen-verbaal te koppelen aan de laboratoriumresultaten. Wielervakbond Cyclistes Professionnels Associés zei dat gisteren te betreuren.

De renners hoeven niet bang te zijn voor vervolging, benadrukte de senaatsrapporteur Jean-Jacques Lozach. De zaken zijn tenslotte verjaard en „op grond van een wetenschappelijke studie vijftien jaar na de feiten plaatshadden, kunnen geen sancties worden genomen”, zo staat in het rapport.