Eind aan raamprostitutie in Utrecht

Raamprostitutie is in Utrecht vanaf vandaag voorlopig verleden tijd. De laatste exploitant, Wegra, verloor gisteren het kort geding waarin hij het intrekken van zijn vergunning aanvocht. Sinds negen uur vanochtend zijn 98 arken aan het Zandpad en zeventien peeskamers in het stadscentrum verlaten. Ruim tweehonderd prostituees zijn hun werk kwijt; bij Wegra moeten dertig werknemers vrezen voor hun baan.

Burgemeester Wolfsen (PvdA) trok de vergunning van Wegra onlangs in op basis van een zogenoemde bestuurlijke rapportage: een geheim gemeenterapport waarin de politie ‘signalen van mensenhandel’ heeft verzameld. Bij de rechtszaak somde de gemeente voor het eerst voorbeelden op die hebben geleid tot de sluiting. Zo zou een acht maanden zwangere vrouw zijn gedwongen te werken, evenals een prostituee met een gebroken been. Enkele prostituees hadden tatoeages met de naam van een vermeende mensenhandelaar op hun lichaam. Twee voormalig managers van Wegra worden verdacht van het ‘faciliteren van mensenhandel.’

Veel prostituees reageerden teleurgesteld op de uitspraak. Ze zouden vandaag een tentenkamp opzetten voor het stadhuis. Wil Post, die de vrouwen juridisch bijstaat: „We maken ons vooral zorgen. Veel prostituees hebben geen buffer. Dat maakt ze kwetsbaar voor het illegale circuit.” Wolfsen denkt dat de vrouwen niet in de illegaliteit terechtkomen: „Veel vrouwen hebben ons verteld dat ze tijdelijk naar hun thuisland gaan, of in een andere stad gaan werken.” Het bestemmingsplan van de prostitutiezones blijft hetzelfde; een nieuwe exploitant heeft een vergunning aangevraagd.