Duizendknoop wil niet wijken

Niemand weet wat de beste manier is om van de duizendknoop af te komen. Bestrijding van de gigantische plant wordt nu onderzocht.

Maaien, afdekken, uitgraven of toch gewoon spuiten. Hoe verdelg je de hardnekkig doorgroeiende duizendknoop?

Probos, een kenniscentrum voor bos- en natuurbeheer, onderzoekt dat de komende vier jaar, want tot nu toe lukt het terreinbeheerders niet om de duizendknoop op te ruimen. Op 25 plaatsen is Probos een bestrijdingsproef gestart. Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, verschillende waterschappen, provincies, gemeenten en particuliere landeigenaren doen mee.

De duizendknoop is een woekerende exoot die zich inmiddels door heel Nederland heeft verspreid. De plant groeit in bermen en bossen, langs wandelpaden en de waterkant. Een struik kan metershoog worden en is moeilijk uit te roeien.

Zelfs vlakbij het kantoor van Probos heerst de duizendknoop. Langs de N782 wilde Staatsbosbeheer een fijnsparbos verjongen. Oude sparren werden gekapt, nieuwe boompjes aangeplant. Van die zaailingen is niets meer te zien. Aan de rand van het perceel groeit een ondoordringbare haag van duizendknoop.

Casper de Groot van Probos wijst een sparretje aan tussen de holle stengels. Het boompje wordt overschaduwd door duizendknoopbladeren, evenals de jonge eik even verderop. „Die gaan het dus niet redden”, zegt De Groot.

Duizendknoop langs een weg of fietspad is vervelend, maar in en langs sloten en vaarten kan de duizendknoop voor serieuze problemen zorgen. Op een dijk verdringt de duizendknoop het gras en andere begroeiing, waardoor dijkzoden zwakker worden, zegt beleidsadviseur Hans Merks van waterschap Rivierenland. „Bovendien maken die hoge planten de dijkinspectie lastig.”

De duizendknoop kwam in de eerste helft van de negentiende eeuw in Nederland terecht. De Duitse botanicus en plantenhandelaar Von Siebold introduceerde de plant toen vanuit Japan in Leiden. Vanuit botanische tuinen en kwekerijen verspreidde de plant zich in het wild. Dat was de Japanse duizendknoop (Fallopia japonica). Daarna zijn ook de Boheemse (Fallopia bohemica) en Sachalinse (Fallopia sachalensis) duizendknopen gearriveerd, eveneens Aziatische exoten. De beheerders willen die duizendknopen allemaal kwijt.

De duizendknoop is een taaie plant met veel groeikracht. Wie stengels wegmaait, ziet de plant na weken alweer opkomen. De plant sterft ‘s winters bovengronds af, maar de diepe wortelstokken overleven.

De exoot verspreidt zich in Nederland vooral via getransporteerde grond. Langs de N782 was grond die is aangevoerd bij wegwerkzaamheden met wortelstokken besmet. Ook uit maaisel kunnen nieuwe planten verrijzen, want de holle stengels van de duizendknoop bestaan net als die van bamboe uit segmenten die allemaal weer wortel kunnen schieten.

Probos probeert maaifrequenties van eens in de maand of elke twee weken. „We willen kijken of we de plant zo uit kunnen putten”, zegt De Groot. Het maaisel wordt afgevoerd en gecomposteerd, om te voorkomen dat er nieuwe planten uit opgroeien.

Op andere plaatsen wordt de maaizone met dik afdekmateriaal en met zeker veertig centimeter aarde bedekt. Zonder licht en onder een dik pak grond zou de duizendknoop moeten verstikken.

Probos gaat de duizendknoop ook chemisch bestrijden, hoewel dat niet de voorkeur heeft. Sommige deelnemende natuurbeheerders gaan blad bespuiten, stengels injecteren of afgemaaide stobben insmeren met glyfosaat. Op aanraden van de provincie Gelderland wordt ook een milieuvriendelijker alternatief getest, op basis van het sneller afbreekbare pelargonzuur. Uitgraven is de laatste optie die Probos wil onderzoeken. „Dat werkt sowieso, maar hoe diep en breed moet je graven?”, vraagt De Groot zich hardop af.

Dat het bij bestrijden blijft, weet De Groot zeker: „Uitroeien is een illusie. Van de duizendknoop komen we nooit meer van af.”