Column

Denkt en gij zult vinden

‘Aan het denken zetten’ is een curieuze uitdrukking. Als je mensen aan het denken wilt zetten over, laten we zeggen abortus, dan kun je volstaan met de mededeling dat je graag zou zien dat zij daarover nadenken. Je kunt ze een lijstje met aandachtspunten meegeven, of een probleemstelling. Na een tijdje kom je terug, en als men intussen daadwerkelijk over abortus heeft nagedacht, ben je in je opzet geslaagd. Dan heb je mensen aan het denken gezet. Denken zoals ik, bedoelt men eigenlijk. Een paternalistisch eufemisme. ‘We willen mensen aan het denken zetten over klimaatsverandering.’ Alsof dat ‘denken’ automatisch tot het gewenste standpunt leidt.

Als de groenteboer je een sinaasappel met een schil van 18 procent verkoopt, breng je hem terug, schreef ik vorige week. Reken maar na: een sinaasappel meet 6 tot 10 cm doorsnede, de schil is 2 tot 4 millimeter dik. 6 mm (gemiddelde schil x 2) van 80 mm (gemiddelde Ø) is 7.5%.

A. Baanders uit Den Haag las dit, nam een banaan, woog hem, pelde hem en woog hem opnieuw. De schil woog 70 gram, de naakte vrucht 105. Ergo: de schil van zijn banaan maakte 40 procent uit van het totale gewicht. Ik zie het voor me: een Haagse huiskamer met daarin A. Baanders, in de weer met een banaan, een bananenschil en een keukenweegschaal. Misschien heeft A. Baanders geen keukenweegschaal, en werd in plaats daarvan een brievenweger gebruikt. Ik had het niet over bananen maar sinaasappelen en niet over gewicht maar dikte, maar goed, je kunt niet alles hebben, het monumentale feit bleef dat ik een lezer aan het doen gezet had.

Tja, dat denken van ons. Marike Stellinga schreef afgelopen zaterdag dat mensen die in het openbaar meningen verkondigen, zo nu en dan eens moeten nagaan of hun standpunt inmiddels geen stondpunt is, zoals Wim Daniels dat noemt. In haar eigen geval gebeurde dat met de euro. Ooit geloofde zij heilig in de Europese muntunie, inmiddels een stuk minder. Frans Timmermans zei in de laatste Pauw & Witteman van dit seizoen dat hij niet meer gelooft in een Europese Federatie, waar hij ooit een vurig voorstander van was.

Verandering van ‘standpunt’ is lastig in Nederland. Wij zijn een consensuscultuur, wij hebben geen principes maar standpunten. Als mensen te veel van standpunt wisselen wordt het een rommeltje, dan moet er opnieuw geturfd worden. In de gangen van de Nederlandse publieke opinie surveilleert daarom een soort standpuntpolitie, die bij onregelmatigheden op een fluitje blaast en proces verbaal opmaakt.

‘Ja, maar toen-en-toen zei u dit-en-dat!’

Het eenvoudige antwoord ‘Nou en?’ zul je in Nederland niet gauw horen.

Wij hebben onszelf de verplichting opgelegd om voor altijd vast te houden aan een ooit gekozen standpunt, alsof het een eed is. Een partner waar je niet van mag scheiden, een kind dat je niet mag onterven. Een huis waar je altijd in moet blijven wonen.

Zoals velen vond ik de flexibilisering van de arbeidsmarkt in de jaren tachtig wel een goed idee. Niet omdat ik er diep over had nagedacht, maar omdat je kon zien dat het voordelen had. De nadelen zag je niet en waren toen ook moeilijk te visualiseren. Dat mijn mening veranderde is niet omdat ik beter of dieper over de zaak ben gaan denken, maar omdat je kunt zien dat het grote nadelen heeft. Frans Timmermans is niet anders over een Europese federatie gaan denken, hij ziet andere dingen dan toen, en komt tot andere conclusies.

Zoals ‘mogen’ in het Nederlands vaak ‘moeten’ betekent, is ‘denken’ meestal een ander woord voor ‘vinden’. Wij zetten mensen niet aan het denken, wij zetten mensen aan het vinden.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver en directeur van de Taalkliniek (taalkliniek.nl)