De Zwarte Cross viert het platteland

De Zwarte Cross is het grootste niet-gratis popfestival van Nederland. Muziek, motoren en poëzie komen er samen. De cross strijdt tegen hokjesdenken.

Motorcross op de Zwarte Cross in Lichtenvoorde. Foto Eric Brinkhorst

Zondagmiddag, op de Amsterdamse ringweg. Op de rechterbaan rijden twee caravans. Uitgewoonde sleurhutten zijn het, achter de ramen hangen spandoeken van de Zwarte Cross. ‘Alle wegen leiden naar de Zwarte Cross’, staat er op de zijkant van de ene geschreven. ‘Schijt aan regels’, op de andere.

Een dag later, in Lichtenvoorde. Gijs Jolink, een van de drie organisatoren van de Zwarte Cross, lacht. „We hebben geen schijt aan regels. Dat kan niet met zo’n groot festival. We hebben wel schijt aan onnodige regels.”

Ogenschijnlijk hebben ze niets met elkaar gemeen: muziek en motoren. Maar de Zwarte Cross, die ieder jaar in de Achterhoek wordt gehouden, bewijst al jaren dat de combinatie wel degelijk bestaansrecht heeft.

Officieel is de Zwarte Cross een popfestival. Maar eigenlijk is het de viering van het platteland, een lofzang op het dorp. Hier strijdt David tegen Goliath. Zegeviert dorpse nuchterheid over stadse arrogantie. Wint boerenverstand het van intellect. De bordjes die bij het optreden van de Amsterdamse intellectuele gitaarband Moss hingen, drie jaar geleden, spraken boekdelen: ‘Cohen hep hier zun eigen band geboekt’. En hier zijn ze ook trots op; dat de Zwarte Cross een van de weinige grote festivals is die niet in de houdgreep van megaconcertorganisator Mojo zit.

De mensen, die in groten getale van heinde en verre komen, weten die opgestoken middelvinger wel te waarderen.

Op de Zwarte Cross laat het platteland zien waar het groot in is: saamhorigheid. De mannen van de corsovereniging, de jongens van de voetbalclub, de majorettes; ze werken er achter de bar, bewaken de camping, schrobben de wc’s. Het geld dat ze verdienen, gaat in de verenigingskas. En toen het festival drie jaar geleden werd getroffen door een windhoos, snelden tientallen boerenjongens met hun tractoren toe. Of ze even een handje moesten toesteken. Binnen de kortste keren stonden de omver geblazen tenten weer overeind.

Zo’n regionaal feest, zou je zeggen, wordt nooit groot. Maar twee jaar geleden bereikte de Zwarte Cross de mijlpaal van 150.000 betalende bezoekers – en werd daarmee het grootste niet-gratis popfestival in Nederland.

Terwijl intellectueel en muziekminnend Nederland naar festivals Lowlands en Into The Great Wide Open keek, bouwden de Achterhoekers achter hun rug om een grootscheeps festival. „We zijn jarenlang genegeerd”, zegt Jolink. Doet hem niet zoveel. In de luwte konden ze rustig het festival uitbouwen.

Wat hebben ze eigenlijk gedaan, toen ze de grootste werden? Weekendje Ibiza, met de medewerkers? Gijs Jolink blijft er bijna in. „Ibiza? Wat moeten we daar nou!?” Niet dat ze nooit eens een bedrijfsuitje hebben. Laatst zijn ze naar Heelweg geweest, een paar kilometer verderop. Hebben ze een tentje opgezet, gevist en ’s avonds die vissen op de barbecue geroosterd. Topweekend was het.

Maar denk niet dat de Zwarte Cross stilstaat, zegt Jolink. En inderdaad, ieder jaar, zo lijkt het, wordt er wel een nieuwe ‘weide’ aan het festival toegevoegd; een plek voor kinderen, voor liefhebbers van reggae, van theater of poëzie. Dit jaar is er voor het eerst klassieke muziek te horen.

Maar het wonderbaarlijkst, vinden ook de artiesten die inmiddels van over de hele wereld worden ingevlogen, is het crosscircuit op het festivalterrein. Terwijl de gitaren snerpen, loeien de motoren enkele meters verderop. Een race die – natuurlijk – de spot drijft met de reguliere motorcross. Want niet alleen strijden de ongelijkwaardigste voertuigen tegen elkaar; ook wedijveren hun berijders om de wonderlijkste outfits. Je kunt er een paashaas op een Puch het zien opnemen tegen een neanderthaler op een Honda 500 cc.

Carnaval op z’n Achterhoeks.

Eigenlijk is er, sinds die eerste editie in 1997, niet veel veranderd. Boer Teunis Wullink herinnert zich het telefoontje van Jolink, zomer 1997. „Of ik mijn maïs al had verkocht. Nee, natuurlijk niet, het was pas juni. Nou, zei Gijs, dan kopen we de maïs bij deze op.”

Op Wullinks maïsveld wilden de mannen een festival met muziek en motoren organiseren. Dat het anders liep – een plotse uitbraak van de varkenspest stuurde het programma in de war – mocht de pret niet drukken. Drie maanden later werd, weliswaar op een ander veld, de eerste Zwarte Cross gehouden.

Eerst schakelden ze vooral vrienden en familie in. Zo was er de Motorband, met Gijs en zijn vader Bennie Jolink, voorman van de band Normaal. Naast hen op het podium stond een motor, die al grommend zijn eigen solopartij blies. In de jaren daarna deden onder anderen the Kaiser Chiefs, Sepultura en Triggerfinger het festival aan.

Jolink: „Toen we met de Zwarte Cross begonnen, wilden we twee dingen bewijzen. Dat verschillende scenes uitstekend samengaan, en dat we zo’n festival vanuit onze Achterhoekse achtergrond konden organiseren. Zestien jaar later is er niet veel veranderd. We programmeren nog steeds onderdelen die wij mooi vinden en waarvan anderen zeggen dat het niet past. Wij zijn tegen hokjesdenken.”

Naast de strijd tegen het hokjesdenken voert de Zwarte Cross ook strijd tegen zijn imago. Want dat imago (kort samengevat: bier, motoren, muziek en tieten) is misschien wel hun grootste vijand. „Vorig jaar zijn er vijf man van de camping afgezet. Dan kun je wel op je website zetten dat je geschikt bent voor vrouwen en kinderen, je zult het toch vooral moeten laten zien.”

En dus proberen ze het publiek kort te houden. Het motto ‘schijt aan (onnodige) regels’ is dan ook betrekkelijk. Jolink ziet liever niet dat mensen door de modder rollen, met modder gooien of wildplassen. „Een kind vindt het niet leuk om een klodder modder in zijn nek te krijgen. En zijn moeder al helemaal niet. Die vertrekt meteen.”

Het moet, zegt hij. Want: „We zijn trots op waar we vandaan komen, maar organiseren geen boerenfeest. Kom op zeg, het is hier geen Trekkertrek. Maar om dat te bewijzen, hebben we nog wel een paar jaar nodig.”

Zwarte Cross. 25, 26 en 27 juli Festivalterrein Lichtenvoorde. Inl: www.zwartecross.nl