De Mol

Deze zomer is op de Kinderpagina iedere week een beest te zien uit Bibi’s doodgewone dierenboek, een boek vol alledaagse dieren met bijzondere eigenschappen.

Tekst: Bibi Dumon Tak. Illustratie: Fleur van der Weel

Je ziet hem zelden, dit harige diertje dat door de aarde peddelt met pootjes als roeispanen en een snuit die even lang is als zijn staart. Maar wat je wel vaak ziet is de troep die hij achterlaat op het voetbalveldje vlak voor de wedstrijd begint.

De mol leeft ondergronds en jaagt dag in dag uit door zijn gangenstelsel heen, lekker in zijn uppie omdat hij geen vrienden wil. Pas als er kinderen moeten komen waagt het mannetje zich bovengronds om het gangenstelsel van een vrouwtje te bestormen. Als hij dat heeft gedaan gaat hij weer terug naar zijn eigen huis om verder te leven, in zijn heerlijke eentje.

De mol moet veel eten, zo veel dat hij weinig tijd heeft om te slapen. Iedere drie uur gaat hij weer op jacht, zomer, winter, dag en nacht. Om ervoor te zorgen dat zijn lievelingsmaaltijd altijd voorradig is moet hij vooruitdenken. Vindt hij een worm en heeft hij geen honger? Dan bijt de mol in de kop van de worm.

Niet te hard, zodat de worm niet sterft.

Niet te zacht, zodat de worm niet meer weg kan kruipen.

Hij sleept de gewonde worm naar zijn slaapkamer en legt hem daar neer. Soms liggen er meer dan tien van die wormen half bewusteloos op hun laatste uur te wachten.

Mollen mollen het gras, mollen mollen wormen, mollen mollen als het moet elkaar. Wij mensen zien een spoor van vernieling, maar de mol? Die niet, hij is bijna blind en over zijn ogen groeit haar.