‘De bibliotheek innoveert tot cultureel centrum’

Een bibliotheek is geen bewaar- en stapelplaats van dode bomen, vindt Gert Staal, de nieuwe directeur van de bibliotheek in Rotterdam. De innovatieve bibliotheek moet een plek zijn waar mensen elkaar ontmoeten en komen recreëren.

De nieuwe directeur van de Rotterdamse bibliotheek denkt aan een reisbureau binnen de muren van de bieb. „Mensen komen hierheen voor reisinformatie. Een reisbureau en een bibliotheek kunnen elkaar versterken: je komt voor het ene en belandt ook bij het andere.” Hij denkt ook aan een uitgiftepunt voor e-readers en tablets: die moet je bij de bibliotheek kunnen lenen – of kopen. „Het plan voor inpandige horeca wordt ook steeds concreter.”

Gert Staal (49) is binnengehaald als vernieuwer. De vorige maand aangetreden directeur van Bibliotheek Rotterdam komt uit het bedrijfsleven, waar hij zich specialiseerde in innovatiemanagement. Er mag wel wat gebeuren in de bibliotheekwereld, vindt Staal. „Bibliothecarissen zijn een introverte mensensoort, buiten de deur kijken komt ze niet van nature.” Zijn voornemen is „innoveren, innoveren, innoveren”. Hij praat meer over „content” dan over boeken.

De bibliotheekwereld móét innoveren. In april stuurde minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, PvdA) een voorstel voor een herziening van de bibliotheekwet naar de Raad van Cultuur, met het verzoek om advies – de regering vond het tijd voor een actualisering van de wet. Begin juni antwoordde de Raad dat ze Bussemakers voorstel niet vernieuwend genoeg vond. De minister beschouwde de lokale bibliotheken nog te veel als de klassieke uitleencentra van boeken. Dat model is niet bestand tegen de tand des tijds, oordeelde de Raad.

„De functie van de bibliotheek verschuift”, zegt Staal, in de directiekamer van de Centrale Bibliotheek op de Rotterdamse Blaak. „De bibliotheek is steeds meer een cultureel centrum, en minder een bewaar- of stapelplaats van dode bomen. De nadruk ligt steeds meer op activiteiten. Op de context rondom de content. Je ziet het aan de opstelling zoals die de laatste jaren al veranderd is: de stellingkasten zijn minder dominant aanwezig, ze zijn lager, je kijkt eroverheen. Het is opener. Net als in boekhandels trouwens.”

En neem zijn zoon, zegt Staal. Zijn zoon is een voorbeeld van een moderne bibliotheekbezoeker. „Alles wat hij nodig heeft om te studeren staat op zijn laptop en zijn iPad. Maar iedere dag gaat hij naar de bibliotheek, de studeerkamer van de stad. Hij ontmoet er zijn vrienden, drinkt er koffie met hen, eet er een broodje.”

Hij trekt geen boek meer uit de kast?

„Als hij het wil, doet hij het. Maar hij komt niet naar de bibliotheek voor de boeken, noch voor de cd’s of dvd’s. Het is een stille, goede werkplek. Maar je kunt ook naar de bibliotheek komen om te recreëren, om een toneelvoorstelling te bezoeken, om een schrijversavond mee te maken of om een informatieavond bij te wonen. Het is een culturele ontmoetingsplek – of zou dat meer moeten worden. Dat is geen nieuw idee: de legendarische bibliotheek van Alexandrië had ook een forum waar mensen elkaar tegenkwamen en met elkaar discussieerden. Dat is het fundament, dat overleeft de verschijningsvorm van de content.”

Om de boekencollectie gaat het dus nauwelijks meer?

„De boeken zullen hier tot in de lengte der dagen blijven. Radio verdween ook niet met de komst van televisie. De waarde van de fysieke collectie blijft, al is het alleen omdat lang niet alles gedigitaliseerd kan worden.

„Wel ligt er de schone taak voor bibliotheken om meer te doen aan het ontsluiten van informatie. We moeten ingangen creëren naar de informatiebronnen, naar die boeken. De vergoogle-isering van de wereld leidt tot een collectieve bewustzijnsvernauwing. Keyword search, het intypen van een enkele zoekterm en je kennis halen uit het bovenste resultaat, is niet de enige manier om aan informatie te komen. Je kunt ook browsen, je blikveld verbreden en dan zien waar je op stuit. Grasduinen heette dat vroeger. Dat moeten mensen weer leren: we organiseren cursussen over mediawijsheid, over effectief gebruik van de bibliotheek.”

Veel gemeentes bezuinigen op de subsidies voor bibliotheken. Zit u dat dwars?

„Een bibliotheek zal nooit zelfvoorzienend zijn. Zelfs voorbeeldige bibliotheken zoals de New York Public Library kunnen niet bestaan zonder gemeenschapsgeld. Maar een deel van de inkomsten moeten bibliotheken zelf verwerven.”

Hoe wilt u dat doen?

„Het modewoord is cultureel ondernemerschap – ik neem dat heel serieus. Je moet relevant blijven voor je gebruikers, anders is het met je gedaan. Daarom moeten we ruimte geven aan nieuwe activiteiten binnen de bibliotheek, ook in samenwerkingen met commerciële partners van buiten. We kunnen vloeroppervlak verhuren aan retailers, we kunnen educatieve instellingen binnenhalen, buitenschoolse opvang.”

Minder vloeroppervlak betekent een kleinere collectie, en dan valt er steeds minder te grasduinen.

„De collectie zal kleiner worden. Ik denk dat de afgelopen jaren het saneringsbeleid in bibliotheken ook al actiever is geworden: je collectie moet niet bestaan uit winkeldochters die één of twee keer per jaar uitgeleend worden. Er worden bovendien zo veel boeken geproduceerd dat het een illusie is om een volledig aanbod in huis te kunnen hebben.

„Dat betekent niet dat de collectie geheel gericht is op de vraag van de gebruikers: er zijn landelijk zwaartepunten afgesproken. Wij hebben als Rotterdamse bibliotheek de grootste boekencollectie over en van Erasmus. Via het IBL-systeem [interbibliothecair leensysteem] kun je boeken uit het hele land bestellen, die je dan binnen een week in handen hebt. Zo creëer je in feite een virtuele bibliotheek met een collectie die vele malen groter is dan één bibliotheek kan herbergen.”

U ziet vooral de voordelen van digitale boeken?

„De opkomst van ‘digitaal’ is geen reden om bij de pakken neer te zitten. Ik ondersteun graag een landelijke digitale bibliotheek voor e-books, zoals de minister voorstelt, want digitalisering moet je niet lokaal organiseren. Dat is inefficiënt. De simpele redenering dat e-books de lokale bibliotheek overbodig zouden maken is kortzichtig.”