‘Armoede steeg in Nederland in 20 jaar van 4 naar 10 procent’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

De aanleiding

Ontwikkelingsorganisatie Cordaid gaat niet langer alleen arme mensen in verre landen helpen. Cordaid bindt nu ook de strijd aan met de armoede in Nederland. Dat meldde de Volkskrant gisteren op de voorpagina. In Breda gaat de organisatie kleine ‘scharrelondernemers’ ondersteunen. Dat zijn mensen die met behoud van hun uitkering een klein bedrijf opzetten. En in Arnhem of Nijmegen komt een versmarkt, opgezet door boeren en bewoners. Arme mensen kunnen er werkervaring opdoen en stromen daarna wellicht door naar een reguliere baan. Dat is allemaal hard nodig, want in „de afgelopen twintig jaar is het aantal mensen dat in armoede leeft, gestegen van 4 naar 10 procent van de bevolking”, zei ‘business development manager’ Kristel Ashra van Cordaid. Dezelfde bewering werd later onder meer herhaald op het NOS Journaal en stond ’s middags in NRC Handelsblad.

Een toename van de armoede in Nederland van 4 naar 10 procent in 20 jaar? Dat schreeuwt om een factcheck.

Waar is het op gebaseerd?

We vragen Kristel Ashra hoe zij aan deze cijfers komt. Ze zegt zich te baseren op informatie die ze kreeg van partnerorganisatie De arme kant van Nederland. Dat is een werkgroep die werd ingesteld door de Raad van kerken in Nederland en volgens de website campagnes voert „tegen verarming en verrijking”. Ashra belt later terug en zegt dat het toch iets anders blijkt te zitten. Op basis van nieuwe informatie van de Sociale Alliantie, een netwerk van organisaties die strijden tegen verarming en verrijking, zegt ze dat de periode van armoedetoename zich uitstrekt over ruim 30 jaar. „Eind jaren zeventig was 4 procent van de bevolking arm. Dat is in de jaren tachtig gaan stijgen tot uiteindelijk zo’n 15 procent midden jaren negentig. Daarna is de armoede weer gedaald en nu neemt de armoede weer toe”, aldus Ashra.

Hoe zit het nu echt?

Die vraag blijkt nog niet zo makkelijk te beantwoorden. Ashra spreekt over ‘het aantal mensen’, terwijl het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar huishoudens kijkt. Bovendien gaan de CBS-cijfers niet verder terug dan 2000. In dat jaar vond „een revisie van de inkomensstatistiek” plaats, waardoor de periodes voor en na de millenniumwisseling niet geheel vergelijkbaar zijn. En dan variëren de definities van armoede ook nog eens. Het Sociaal en Cultureel Planbureau beschrijft armoede op grond van het ‘niet-veel-maar-toereikendcriterium’. Dit normbedrag is gebaseerd op de minimaal vereiste uitgaven voor voedsel, kleding, wonen en sociale participatie. Onder dat laatste vallen ook ‘uitgaan’ en ‘op vakantie gaan’. Het SCP hanteert ook nog het basisbehoeften-criterium, waarin geen ruimte is voor sociale activiteiten.

Het CBS bespreekt de kans op armoede aan de hand van de ‘lage-inkomensgrens’, een vast koopkrachtbedrag. Uit de CBS-cijfers vanaf 2000 blijkt dat het percentage huishoudens dat van een laag inkomen moet rondkomen tussen 2001 en 2011 (meest recente cijfers) afnam van 9,7 naar 8,7 procent. Ten opzichte van 2010 was er in 2011 wel een flinke toename van 1,3 procent. Volgens de iets andere definitie van voor 2000 leefde van 1990 tot 1997 16 procent van de huishoudens van een laag inkomen. Daarna zette de daling in. Van een flinke toename van de armoede in de voorbije 20 jaar is, op 2011 na, dus geen sprake. Van een flinke toename in de voorbije 30 jaar ook niet, want in 1977 lag het percentage huishoudens met een laag inkomen op 12,2 procent, oftewel hoger dan in 2011.

Het SCP kijkt ook naar armoede van individuele personen. In de meest recente publicaties geeft het SCP eveneens alleen cijfers vanaf 2000. Tussen dat jaar en 2010 lag het percentage Nederlanders dat niet boven het basisbehoeften-inkomen uitkwam beneden de 5 procent. Het percentage dat niet boven het ‘niet-veel-maar-toereikendcriterium’ uikwam bleef onder de 7 procent. Volgens het SCP leven Nederlanders die onder deze hogere grens blijven, in armoede. In 2011 was hun aantal toegenomen tot 7,1 procent van de bevolking. Voor 2013 verwacht het SCP een toename tot 7,6 procent. Volgens eerdere SCP-rapporten behoorde tussen 1990 en 1997 zo’n 8,5 procent van de Nederlanders tot een huishouden met een minimuminkomen (dit is minder dan het lage inkomen bij het CBS) – de andere SCP-definities werden destijds nog niet gehanteerd.

Conclusie

Sinds 2010 neemt de armoede in Nederland toe. In 2011 leefde 7,1 procent van de Nederlanders in wat het SCP als armoede bestempelt. Dit jaar is dat waarschijnlijk opgelopen tot 7,6 procent. Twintig jaar geleden leefde 8,5 procent van de Nederlanders in een huishouden met een minimuminkomen. De bewering dat het aantal Nederlanders dat in armoede leeft de afgelopen twintig jaar is toegenomen van 4 naar 10 procent beoordelen we daarom als onwaar.