Al die subsidieaanvragen remmen het onderzoek

Het najagen van potjes kost meer geld dan het oplevert. Niemand durft er iets van te zeggen, merkt Daniël Lakens.

De Nederlandse overheid gelooft dat competitie tussen wetenschappers gestimuleerd moet worden om de prestaties te verhogen. Dit idee komt voort uit het feit dat in de jaren zeventig een aantal professoren met een vaste aanstelling zich tijdens werkuren vooral bezig hielden met hun postzegelverzameling. Enige professionalisering in de afgelopen 40 jaar was zeker goed, maar nu zijn we doorgeslagen. Psychologisch onderzoek toont aan dat coöperatieve groepen (in vergelijking met competitieve) efficiënter communiceren, hun inzet beter coördineren, vriendelijker zijn, meer respect voor elkaar hebben en productiever zijn. Dit zouden welkome verbeteringen zijn voor het wetenschappelijke klimaat, maar dat stimuleer je niet als je mensen die hun baan willen houden laat vechten om schaarse subsidies.

Het is geen uitzondering als slechts 15 procent van de aanvragen gehonereerd wordt. Herbert, Barnett en Graves rekenden in een Nature-artikel voor dat onderzoekers in Australië 400 jaar aan werkuren verspillen met subsidieaanvragen. Zo veel, dat het aanvragen van subsidies meer tijd en geld kost dan het oplevert. Als wetenschappers nooit meer een subsidieaanvraag indienen zou de wetenschap er dus op vooruit gaan.

Het Nederlands instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) stimuleert alleen innovatief onderzoek. Mensen die willen uitzoeken of dat onderzoek wel robuust is (door het nog eens te doen) hoeven niet bij NWO aan te kloppen. Zo krijg je heel veel vernieuwend onderzoek waarvan we niet weten of het betrouwbaar is. Zo lang je vernieuwend onderzoek excellent noemt, zit je natuurlijk goed. Maar zodra je de evaluatie van het beleid zou verschuiven naar de robuustheid van kennis, zie je dat het subsidiebeleid grote problemen heeft veroorzaakt. De Nederlandse overheid evalueert de excellentie van onderzoek vanzelfsprekend in kwantiteit, niet in de reproduceerbaarheid. Het is binnen zo’n beloningssysteem daarom ook niet verrassend dat Begley en Ellis in Nature rapporteren dat van de 53 innovatieve onderzoeken naar kanker, bij herhaling slechts 6 studies hetzelfde resultaat lieten zien.

Ondanks de problemen zal je wetenschappers niet hardop horen klagen, tenzij je ze in de kroeg treft met wat biertjes op. Je bijt de hand die je voedt niet. Je zou wel verwachten dat een organisatie die subsidies uitdeelt voor wetenschappelijk onderzoek empirische kennis serieus neemt.

Dr. Daniël Lakens is universitair docent aan de afdeling Human-Technology Interaction van de Technische Universiteit Eindhoven.