Elektrische laadpalen mogen langs de weg

Langs de Nederlandse snelwegen mogen nieuwe uitbaters komen van elektrische laadpalen. Pomphouders hebben weliswaar het exclusieve recht op brandstofverkoop langs de rijkswegen, maar elektriciteit hoort daar niet bij.

Dat heeft de rechter vanmorgen bepaald in een kort geding dat was aangespannen door pomphouders lang de snelwegen. De Vereniging Particuliere Rijkswegvergunningen van Tankstations (VPR) eisten in een kort geding dat de overheid geen vergunningen meer verstrekt aan derden voor het plaatsen van oplaadstations voor elektrische auto’s langs de snelweg. Volgens hebben de pomphouders langs deze wegen het alleenrecht op de verkoop van brandstof.

Het geschil draait om de vraag wat in de Benzinewet bedoeld wordt met ‘brandstoffen’. Volgens de advocaat van de pompexploitanten gaat het om álle brandstoffen die voertuigen kunnen aandrijven, inclusief elektriciteit. De landsadvocaat betoogde: „Met motorbrandstoffen werd en wordt geen elektriciteit bedoeld, maar slechts benzine, diesel en aanverwante fossiele brandstoffen.” De rechter vonniste vanmorgen dat de Benzinewet zich beperkt tot fossiele brandstoffen en dat geeft de overheid de vrijheid om vergunningen te verstrekken aan derden die de exploitatie van elektrische laadstations willen gaan beginnen.

Het bedrijf Fastned wil langs de snelwegen tweehonderd oplaadstations voor elektrische auto’s bouwen. Fastned huurt de locaties van Rijkswaterstaat.

De inschrijvingsprocedure voor de laadstations begon in december 2011, een maand later berichtte Rijkswaterstaat dat Fastned voor 173 locaties vergunningen kon aanvragen. De eerste laadstations gaan dit jaar open langs snelwegen op de Veluwe.

Omdat de overheid het elektronisch rijden wil stimuleren, hoeven de ‘uitbaters’ van elektrische laadpalen voorlopig geen huur aan Rijkswaterstaat te betalen. Volgens de pomphouders is dit een „ongeoorloofde steunmaatregel”. Volgens de rechter levert het maar een „beperkt voordeel” op en bestaat er gezien de omvang geen verplichting om die aan te melden bij de Europese Commissie.