Zo blijft vrijplaats Ruigoord wakker festival Ruigoord

De culturele vrijhaven Ruigoord bestaat vandaag veertig jaar Dat vieren ze met het jaarlijkse festival Landjuweel Het hippiedorp van toen draait tegenwoordig als een volwaardige culturele onderneming

Ruigoord maakt zich klaar voor het festival Landjuweel .foto's olivier middendorp

Vanuit hartje Amsterdam vertrekt bus 82 richting IJmuiden aan Zee. Op de route, die dwars door de industrieterreinen van het westelijk havengebied loopt, stappen nauwelijks mensen in of uit. Maar als ter hoogte van de Afrikahaven de grote ronde tanks van opslagbedrijf Vopak in zicht komen, komt een groepje mensen in beweging. Ze stappen uit, steken de weg over en slaan linksaf, het stoffige pad naar het kunstenaarsdorpje Ruigoord in. Daar, op het heetst van de dag, zijn een stuk of tien jongens en meisjes druk aan het klussen.

Maanden voorbereiding

Ruigoord maakt zich op voor de 25ste editie van het Landjuweel, het culturele festival dat er jaarlijks wordt gehouden. Vandaag is het precies veertig jaar geleden dat het dorpje door een groep kunstenaars en vrije geesten werd gekraakt, en dat zal de komende dagen gevierd worden. „We zijn al maanden bezig met de voorbereidingen”, zegt Tycho Hellinga (24), het zweet van zijn voorhoofd vegend. „Iedereen leeft hier naartoe.” Hij groeide op in Ruigoord en bouwt er nu samen zijn vriendengroep een groot labyrint van pallets, speciaal voor het Landjuweel.

Begin dit jaar was Ruigoord al even in het nieuws: de plek kreeg als zesde in Amsterdam een 24-uursvergunning. Hoewel de vergunning volgens insiders slechts een formaliteit is – evenementen die op Ruigoord georganiseerd werden, kenden vaak geen eindtijden – toont dit dat de gemeente Ruigoord als culturele onderneming in haar armen gesloten heeft.

Dat is weleens anders geweest. „Ik heb waardering voor de creatieve, inventieve en beheerste wijze waarop de oppositie is gevoerd, alhoewel ik moet bekennen dat dit de stad Amsterdam veel hoofdbrekens en tijdverlies heeft bezorgd”, schrijft burgemeester Eberhard van der Laan in het voorwoord van Vrijhaven Ruigoord, het boek dat vandaag ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de vrijplaats wordt gepresenteerd.

Want toen begin jaren negentig de economie aantrok en de gemeente besloot tot de uitbreiding van de Amsterdamse haven in de Houtrakpolder, betekende dat het einde voor de vrije kunstenaarsgemeenschap die er in 1973 illegaal neergestreken was. Jarenlang lagen de gemeente en de krakers met elkaar overhoop. Het meningsverschil liep hoog op, tot voor de Raad van State en het Europese Hof van Justitie in Luxemburg.

Huur van één euro

Rond de eeuwwisseling werd definitief over het lot van Ruigoord beslist. Er kwam een bestemmingsplan met duidelijke afspraken. Een deel van het dorp verdween, de bestaande woningen werden ateliers waarvoor huur betaald moest worden en de organisatie kwam in handen van twee stichtingen. Sinds 2000 huurt Stichting Ruigoord het terrein jaarlijks van de Haven Amsterdam voor het symbolische bedrag van één euro, een overeenkomst die begin vorig jaar tot 2020 werd verlengd.

Er is de afgelopen jaren veel veranderd, vertelt beeldend kunstenaar Rob van Tour (74) in zijn atelier in het voormalige dorpswinkeltje. „Vroeger deden we alles zomaar. Nu moeten we overal vergunningen voor hebben.” Hij vergelijkt Ruigoord graag met een bedrijf. „Het is enorm ingewikkeld. Er moet onderhoud zijn aan het terrein, aan het groen, er moet vuilnisverwerking zijn, de publieksruimten moeten schoon en veilig worden gehouden, alle werkzaamheden voor inrichting van festivals, uitvoeringen, optredens, alles moet door onze eigen mensen worden verricht.”

Maar een probleem is dat die eigen mensen, de Ruigoorders van toen, inmiddels zestigers en zeventigers zijn geworden. In de toekomstvisie Ruigoord op weg naar 2020 is daarom de doelstelling geformuleerd ‘nieuw elan’ naar de culturele broedplaats te halen. „We zitten op een moment van kentering”, zegt Van Tour, turend over zijn halvemaansbrilletje. „Oudjes zoals wij, die het tot nu toe gedaan hebben, moeten langzamerhand het stokje aan andere mensen overdragen. Maar ja, die moeten er dan wel zijn.” Rudolph Stokvis (78), oprichter van Stichting Landjuweel en Ruigoorder van het eerste uur, beaamt dat. „Ruigoord heeft nieuwe energie van buitenaf nodig. Het moet geen slapend dorp worden.”

Ook financieel zijn er weleens problemen. In de eerste jaren na de eeuwwisseling kon Ruigoord nog op een subsidie via het Amsterdamse Kunstenplan rekenen, maar die bron is inmiddels al lang opgedroogd. Ruigoord moet z’n inkomsten nu uit eigen activiteiten zien te verwerven. Stokvis: „We zitten heel krap met geld. Het is altijd kantje boord. Een festival als het Landjuweel wordt begroot op zo’n 80.000, 100.000 euro. Maar als het vier dagen slecht weer is, hebben we een probleem.” Al zijn ze op de goede weg, denkt hij. „We hebben door de jaren heen ervaring opgedaan. We houden ons hoofd nog boven water, al moet er veel energie in gestopt worden.”

Een avondje alternatief

Met ‘publieksactiviteiten’ wordt voor inkomsten gezorgd. Zo worden in de dorpskerk sinds een jaar of vier regelmatig dancefeesten georganiseerd, en werd vorig weekend op het terrein van Ruigoord nog het housefestival Shoeless gehouden. Van Tour: „Eigenlijk alleen maar om geld te verdienen.” Dat de belangen van de kunstenaars en degenen die ‘party’s’ faciliteren soms tegengesteld zijn, is volgens hem onontkoombaar. „Soms bijt het elkaar. Als je net een gedicht aan het schrijven bent en naast je beginnen die bassen van de house, dan gaat dat niet samen.”

Toch zoekt Ruigoord nu bewust de publiciteit, zegt Tycho Hellinga, die de communicatie voor Ruigoord doet. Is hij niet bang dat er nu allerlei volk uit de stad even een avondje ‘alternatief’ komt doen? „Dat kan, maar het hoort er allemaal bij.” Zijn vriendin Maya Link (26) valt hem bij: „Veel mensen hebben inderdaad een eenzijdig beeld van Ruigoord. Ikzelf kwam hier ook alleen om te feesten. Maar in de afgelopen jaren ben ik steeds teruggekomen en heb ik de verschillende gezichten van Ruigoord leren kennen.” Ze haalt haar handen door haar bruine krullen en gebaart naar het labyrint in aanbouw. „Ik heb zoveel energie van deze plek gekregen. Nu kan ik eindelijk iets teruggeven.”