Wat te doen met 450 miljoen?

Nederland krijgt bijna een half miljard euro van het ESF Hoe besteed je dat geld goed? Drie deskundigen geven advies

Illustratie Veronique de Jong

Nederland krijgt bijna een half miljard van het Europees Sociaal Fonds (ESF) om de arbeidsmarkt te verbeteren, vooral voor langdurig werklozen. Het geld is voor de periode 2014-2021. Het grootste deel gaat naar gemeenten, die het gebruiken om de Participatiewet uit te voeren, oftewel: iedereen die kan werken, aan het werk. Waar het geld precies naartoe gaat, is nog niet duidelijk. Waaraan zouden een financieel expert, een bedrijfskundige met idealen voor een geefeconomie en een onderzoekster op gebied van arbeidspsychologie het geld uitgeven?

Jessie Koen, onderzoekster arbeids- en organisatiepsychologie aan de UvA, gepromoveerd met een onderzoek naar de ‘employability’ (vaardigheden, kennis en attitudes die bijdragen aan het vinden en behouden van werk) van langdurig werklozen:

„Ik zou het geld investeren in de aanpassingsvaardigheid van werklozen, om ze te leren omgaan met veranderende arbeidsomstandigheden. Werklozen die dit kunnen, die een groter sociaal netwerk gebruiken en die meer vaardigheden hebben, houden de zoektocht naar werk beter vol, blijkt uit mijn promotieonderzoek.

„Ik zou werken met passende reïntegratietrajecten. Bij jongeren richt je je op loopbaanidentiteit (hoe belangrijk is werken in je leven?), bij ouderen op aanpassingsvaardigheid (als je jarenlang loodgieter bent geweest, wat kun je nog meer?) en bij langdurig werklozen op hun vaardigheden en sociaal netwerk. Het is cruciaal dat deze investering passend werk oplevert en niet zomaar een baan, alleen dan is het een succes.”

Robbert Vesseur, oprichter Stichting Geefeconomie, die streeft naar een economie gericht op geven. Ex-vermogenscoach:

„Ik zou het geld stoppen in het geluk van mensen. Mensen die lang geen werk hebben, weten niet goed waar ze blij van worden. Iedereen wil uiteindelijk iets bijdragen. Het gaat er niet om ze zo snel mogelijk aan het werk te krijgen, maar om ze te laten ontdekken wie ze zijn. Als vorm denk ik aan zoiets als een week waarin deelnemers door middel van workshops en bedrijfsbezoeken leren uit hun veilige zone te komen.

„Tegelijkertijd zou ik organisaties anders in willen richten. Als je mensen te veel controleert, verdwijnt hun verantwoordelijkheid. We hebben platte organisaties nodig van zelfsturende teams die hun eigen verantwoordelijkheid dragen, zoals Buurtzorg Nederland (Beste Werkgever 2012, red). Vertrouwen hebben dat iedereen dezelfde intentie heeft.

„Er kleeft iets slechts aan het woord werkloosheid. Hoe meer ervan, hoe slechter het met de economie gaat, zegt men. Ik wil dat anders beschouwen: blijkbaar is er minder werk te doen, laten we dat eerlijk verdelen.”

Roel Korsmit, strategisch, financieel en bedrijfsvoeringsadviseur voor overheden, onder meer in de sociale werkvoorziening, mede-eigenaar adviesbureau Adlasz:

„Het geld zou niet naar individuen gaan, maar naar manieren om af te slanken. In de sociale werkvoorziening zit bijvoorbeeld al te veel geld. Dat drukt de creativiteit.

„Er is een grote infrastructuur nodig om mensen aan het werk te houden: gebouwen, machines. Denk aan een drukkerij. Misschien zit er in de buurt wel een drukkerij met wie je kunt samenwerken? Ik zou die 450 miljoen investeren in ‘businessanalisten’, laten we ze zo noemen. Zij zetten samenwerkingen op, zoeken uit waar zo’n drukkerij wat aan heeft, hoeveel mensen er terecht kunnen, een soort detacheringsconstructie.”