Column

Wat denkt de verloren generatie?

Wordt in deze jaren van economische crisis en politieke desintegratie de grondslag gelegd voor een generatieconflict dat zich over een paar jaar op een nu nog onvoorspelbare manier zal laten gelden? Op het ogenblik is in Nederland 8,9 procent van de beroepsbevolking zonder werk, dat zijn ongeveer 675.000 mensen in de kracht van hun leven. We zijn geen uitzondering. In heel West-Europa zijn ongeveer acht miljoen jongeren zonder werk en bovendien krijgen ze geen opleiding meer. Een paar maanden geleden berekende The Economist dat sinds het begin van de crisis, ongeveer in 2007, de jeugdwerkloosheid in de westelijke wereld met 30 procent was gestegen, tot een 26 miljoen.

Je gezond verstand zegt je dat dit niet zonder gevolgen kan blijven. De Europese leiders beseffen het. De Duitse bondskanselier Merkel noemt jeugdwerkloosheid het eerste Europese probleem en ze heeft gezegd dat daardoor het gevaar van een ‘verloren generatie’ dreigt (zoals Hans Wiegel dat een paar maanden geleden in deze krant ook heeft gedaan). Maar als uit de hoogste regionen de roep om actie dringender wordt, zal daarmee de ernst van het probleem worden bevestigd, en dan gaat het publiek zich afvragen, welke actie dat dan mag zijn. Dat is een nieuw Europees programma. De komende twee jaar zal Europa voor de ernstigst getroffen landen – Griekenland, Spanje, Portugal – acht miljard euro beschikbaar stellen. De Europese Investeringsbank gaat helpen bij de opleiding van jongeren, het opzetten van kleine bedrijfjes, enz. Zal het helpen? Laten we het hopen. Maar onze crisis is niet alleen economisch. Heel West-Europa en Amerika lijden onder een crisis aan politieke overtuiging. Geen partij, geen politieke leider is erin geslaagd de verbeeldingskracht van een meerderheid te inspireren. Overal in het Westen heerst onder de politieke elite al jaren een duidelijke malaise. Oorlogen zijn mislukt, tot dusver ervaart de grote massa dat de economie in een neerwaartse beweging verder zeurt. De stemming onder de burgerij is kribbig, ongeduldig geworden. En de burger vindt dat hij dagelijks in zijn gelijk wordt bevestigd. Het laatste bewijs zijn de beelden van Detroit, eens het wereldcentrum van de auto-industrie, nu een ruïne en een brandhaard van misdadigheid. Deze crisis is in alle opzichten een breuk met een welvarend en optimistisch verleden. En nu is het de vraag, hoe de nieuwe generaties zich daaronder zullen gedragen. Met generatiebreuken hebben we ervaring. De meest historische en schokkendste heeft het aanzien gegeven aan het Derde Rijk. Dat is ontstaan uit het revanchisme na de verloren Wereldoorlog, de economische crisis van de jaren dertig, de zwakte van de Weimarrepubliek en het oratorisch talent van Hitler. Het is volstrekt niet mijn bedoeling te waarschuwen voor ‘een nieuwe Hitler’. Die is er niet. Het gaat er hier alleen om vast te stellen dat hij in de jaren dertig ook op een positieve manier het Duitse volk heeft aangesproken. Raadpleeg het essay van Sebastian Haffner, Anmerkungen zu Hitler. Hij heeft de Duitse industrie weer op gang gebracht, de werkloosheid doeltreffend bestreden, onafhankelijk van de herbewapening en zijn buitenlandse politiek. Dat hij kon slagen was onder andere het gevolg van een diepe generatiebreuk. In Nederland hebben we betrekkelijk recente ervaring met het verschijnsel. In dit opzicht beschouw ik mezelf als een voorbeeld. De puberteit meegemaakt in de oorlog met als afronding de Hongerwinter. Na de bevrijding de mislukte politieke doorbraak en in plaats daarvan het begin van de oorlog met Indonesië die mislukt is en waarvoor we tegen de 150.000 soldaten naar de andere kant van de wereld hebben gestuurd. De regering dacht dat ze daarna weer over kon gaan tot de orde van de dag. Nee. Het eerste bewijs is de roman van W.F.Hermans, Ik heb altijd gelijk (1951). Verplichte literatuur voor wie wil weten hoe een generatiebreuk kan werken. In de literatuur verschenen de Vijftigers. Daarna kwamen de Provo’s, de krakers. Het verloop van een generatiebreuk valt niet te regisseren. In de loop van die jaren werd het duidelijk dat het vooroorlogse Nederland definitief geschiedenis was geworden. Daarna hebben we de generaties gehad die zijn opgegroeid in de discipline van de Koude Oorlog. En toen, na 1989, is geleidelijk de nieuwste tijd aangebroken. Hoe hebben degenen die in 1990 een jaar of tien waren, eerst de groeiende welvaart van de jaren negentig, daarna de sluipende neergang van het volgende decennium en nu de voorlopige ongeneeslijkheid van deze crisis beleefd? Hoe werken de sociale media bij deze verloren generatie? Broeit er een nieuw verzet? Hoe zal dat vorm krijgen? Is dit misschien een goed onderwerp voor een speelfilm met profetisch karakter of een sociologisch-politieke documentaire? Het grootste gemis van deze tijd, denk ik soms, is het gebrek aan verbeeldingskracht.

H.J.A. Hofland is journalist en columnist.