VS twijfelen aan bijklussende banken

Amerikaanse banken hebben grote belangen in de grondstoffenhandel. De vrees is dat die neven- activiteiten een nieuwe crisis kunnen ontlokken. Verbieden is een optie.

De praktijk is al zo oud als banken zelf; banken die handelen in grondstoffen. Voor er geld was, dienden schelpen en zout als betaalmiddel. Maar mogen banken nog steeds handelen in grondstoffen nu er wel geld is? En dan niet handelen op de beursvloer, maar ook echt de fysieke grondstoffen en infrastructuur voor de handel in handen hebben?

Het zijn prangende vragen in Amerika, waar de banken in olie en metaal handelen via oliepijplijnen en metaalbedrijven. Nee, betoogden dinsdag senator Sherrod Brown (Democraat) en financieel deskundigen in de bankencommissie van de Amerikaanse senaat. Er moet een scheiding zijn tussen grondstoffenhandel en de financiële wereld, vinden ze. Want als er ergens een ramp plaatsvindt met een olietanker in handen van een bank, is er niet alleen een olieramp, maar ook een financiële crisis. Ook de Federal Reserve (Fed) zet vraagtekens bij de praktijk. Het Amerikaanse stelsel van centrale banken meldde vrijdag dat het de handelspraktijken in grondstoffen door banken gaat herzien. De verklaring van de Fed bracht een schokgolf op Wall Street teweeg. Er is een wet die banken verbiedt zulke commerciële activiteiten te ondernemen, maar banken maken gretig gebruik van de uitzonderingen die de Fed sinds 2003 toestaat. Inmiddels hebben de zes grootste Amerikaanse banken 14.401 dochterondernemingen die geen financiële instelling zijn. Daarmee beheren ze cruciale infrastructuur zoals havens, elektriciteitscentrales, parkeergarages en vliegvelden. Zakenbank Goldman Sachs zegt dat het betrokken is bij de 'productie, opslag, het transport, de marketing en handel in verschillende grondstoffen, waaronder ruwe olieproducten, gas, elektriciteit, agrarische producten, metalen, mineralen, emissierechten, kolen, vrachtvervoer, vloeibaar gas en gerelateerde producten'. Professor Saule Omarova, van de Universiteit van North Carolina in Chapel Hill, schetste gisteren een toekomstscenario: ,,Als deze trend doorzet, wonen we straks niet alleen in een huis dat is gefinancierd door JP Morgan, maar wordt het ook verwarmd door het gas van JP Morgan en aangesloten op de elektriciteit van JP Morgan.” Het is deze bank die een schikking met de Amerikaanse overheid voor 500 miljoen dollar voorbereidt, omdat het beschuldigd wordt van manipulatie van de energieprijzen. De voorzitter van de senaatscommissie, Brown, vindt het kwalijk dat de banken met hun grondstofhandel dírect de prijzen kunnen beïnvloeden. ,,Een bank met olietankers kan wachten met olie aan land brengen tot de prijs goed is.” Duurdere benzine, duurder bier, het is allemaal de schuld van de banken, vermoedt Brown. Om de discussie wat makkelijker te maken, spraken de politici gisteren in de senaatszaal in Washington vooral over aluminium - de grondstof voor blik. Dan kan het over bierblikjes gaan in plaats van over grondstoffen. Een bierbrouwer die ook namens Coca Cola spreekt, klaagt over de hoge aluminiumprijzen. De bier- en frisdrankfabrikanten beschuldigen Goldman Sachs van het opdrijven van de prijs. Het geeft precies aan wat banken doen: ze bezitten vaak niet veel grondstoffen en dus ook geen aluminium. Maar Goldman Sachs heeft wel het magazijn in handen dat het aluminium opslaat en beslist dus wie wanneer hoeveel aluminium kan kopen. De Amerikaanse overheid is inmiddels een onderzoek naar deze opslagpraktijken begonnen. Het effect is er nu al. Banken lijken een voorschot te nemen op de aanzwellende kritiek rond hun grondstoffenhandel. De zakenkrant Wall Street Journal meldt dat zij hun belangen in grondstoffen verkopen. Ook omdat de winsten tegenvallen: over 2013 verwachten de banken uit de handel 3,4 miljard dollar winst te maken, een afname van 75 procent ten opzichte van vijf jaar geleden. De kopende partijen zijn de klassieke handelshuizen, zoals het in Nederland gevestigde Trafigura. De banken verdedigen zich door te zeggen dat de grondstoffenhandel de enige manier is waarop ze kunnen begrijpen hoe sommige ondoorzichtige markten werken. Daardoor kunnen ze beter investeringen doen. Maar de banken hebben onheilsprofeten tegenover zich en de geschiedenis tegen zich. Financieel expert Joshua Rosner betoogt op de zitting: ,,Toezichthouders hebben geen overzicht over al die verschillende terreinen waarop banken actief zijn, net zoals ze dat voorafgaand aan de huizencrisis ook niet hadden over de hypotheekconstructies.” Senator Brown vraagt zich af of er nieuwe wetten voor toezicht moeten komen, maar hij heeft ook een fundamentelere vraag. ,,Wat willen we dat onze banken doen? Kleine ondernemers leningen geven of olie raffineren en transporteren? Het antwoord is relevant, meent hij, want de belastingbetaler heeft het recht te weten wat er gebeurt. ,,Het is de belastingbetaler die straks weer moet komen opdraven om de banken te redden - wellicht als resultaat van activiteiten die niets met bankieren te maken hebben.”