Voor de droombaan moet ook worden gewoon gewerkt

Vooral de jongere generatie gelooft in de schijn van het perfecte beroep In werkelijkheid ziet slechts 18 procent van de werkenden zijn baan als een ‘droombaan’ Om tevreden te zijn, moet je eraan blijven werken

Tijdens de verplichte studiebeurs in de vierde klas van de havo ontdekte ze het. Helma Vermeulen (29) stuitte op het standje waar ze sieraden maakten en voelde meteen: dít is wat ik wil. „Ik hou enorm van glimmende dingen en ik zag al helemaal voor me hoe ik voor mijn werk zou mogen zagen en ontwerpen.” Ze had altijd wel geweten dat ze later iets in de kunsten wilde, maar vanaf dat moment stippelde ze heel concreet de route uit naar haar droombaan: goudsmid.

Een studie en een stage later ging Vermeulens droom in vervulling. In dienst bij een goudsmid bedacht ze samen met klanten de mooiste sieraden en dook vervolgens de werkplaats in. „De eerste tijd maakte de baan me inderdaad heel gelukkig, maar na drie jaar vond ik er steeds minder aan: was dit nou wat ik de rest van mijn leven wilde doen?” Ze besloot van niet, zegde haar huis op en vertrok op wereldreis. Onderweg noteerde ze in haar dagboek potentiële nieuwe droombanen. Misschien was stedenbouwkundige iets voor haar, of antropoloog?

‘Vind hier je droombaan!’ en ‘Iedereen een droombaan!’ zijn veelgebruikte reclameslogans van uitzendbureaus en vacaturesites. In werkelijkheid ziet slechts 18 procent van de werkenden zijn of haar baan als een ‘droombaan’, zo blijkt uit een enquête van onderzoeksbureau TNS Nipo in 2008. En hoor je wel bij die gelukkigen die hun droombaan in praktijk brengen, dan blijkt die na verloop van tijd toch vaak tegen te vallen. Wat maakt een droombaan daadwerkelijk tot een droombaan? En waar ligt het aan als het tegenvalt?

Te hoge verwachtingen

Soms komt het natuurlijk gewoon door de baan zelf. Zoals bij de Vlaamse Laurens van Lieshout (27). Hij reageerde op een vacature in de krant van een wafelbedrijf in New York. „Een droombaan, want ik wilde altijd al naar Amerika en nu zou ik mee mogen denken over de marketing van een interessant nieuw winkelconcept.” Maar bij aankomst werd de opening van de winkel iedere keer uitgesteld en moest hij wafels verkopen in een kraam op straat. „Ik maakte werkdagen van twaalf uur en toen de winter aanbrak had ik het ijskoud.” Hoewel Van Lieshout van plan was geweest om voorgoed in New York te blijven, keerde hij na een paar maanden onverrichter zaken huiswaarts. „Het was een leerzame ervaring, maar de slechtste job ooit.”

Maar meestal valt de droombaan tegen omdat we zelf te hoge verwachtingen koesteren, zegt Evert Hatzmann, schrijver van het boek Droombaan of brood op de plank. „Het begrip droombaan heeft een hoog Disney-gehalte en door de romantiek rond die term kan het eigenlijk alleen maar tot teleurstelling leiden.” Volgens Hatzmann gelooft vooral de jongere generatie te veel in de schijn van het perfecte beroep en dat de werkgever er is om je gelukkig te maken. „Het een illusie om te denken dat er een baan bestaat die altijd en alleen maar leuk is.”

Die tegenvallende verwachtingen ervoer Veronique de Weichs (45) toen ze na haar studies Politicologie en Internationale Betrekkingen werd aangenomen als assistent van een Europarlementariër. „Wat kon iemand als ik zich nog meer wensen? Ik zou veel leren en het was echt zo’n baan waar je interessant over kon vertellen op borrels met studiegenoten.” Maar eenmaal in Brussel viel de praktijk vies tegen. „Ik was ook wel naïef, op de universiteit had niemand me verteld over de realiteit van een echte baan: het is behoorlijk bikkelen en er horen ook saaie taken bij zoals het invullen van Excel-sheets. Niet bepaald het werk waar ik van droomde.”

Maar ook uit het inhoudelijke aspect van haar baan haalde De Weichs geen voldoening. „Dan moest ik bijvoorbeeld de boer op met een wetsvoorstel over de invoering van Esperanto en werd ik meewarig uitgelachen door andere Europarlementariërs.” Ze rende van commissie naar commissie maar had niet het gevoel daadwerkelijk iets te bereiken. Werd een wetsvoorstel aangenomen dan was iedereen blij, maar zij zag niet in hoe het de wereld ging veranderen. „Je bent zo’n klein radartje in een groot geheel.” Na zeven maanden concludeerde ze dat ze er niets meer te zoeken had en vertrok. „Ik was lamgeslagen en gedesillusioneerd.”

Loopbaancoach Otteline Asselbergs komt in haar praktijk veel mensen tegen met verkeerde verwachtingen van hun droombaan. „Van te voren hebben jongeren vaak een te beperkt idee van de baan die bij ze past.” Zelf maakte ze dat ook mee. „Ik droomde ervan om pr-medewerker te worden want ik hield erg van schrijven.” Maar toen ze die ‘ideale functie’ eenmaal had bemachtigd bleek het schrijven van pr-teksten iets heel anders dan gedacht. Met lood in haar schoenen ging ze naar haar werk „Vroeg een klant me ongeduldig of zijn verhaal nou al in de krant stond, dan kon me dat weinig schelen.” Veel leuker vond ze het om jonge collega’s te begeleiden in hun ambities en ze besloot zich om te scholen tot loopbaancoach. In haar praktijk stelt Asselbergs haar cliënten nu de vragen die haar nooit werden gesteld: Waar ben je goed in? Waar krijg je energie van? Wat zijn je drijfveren?

Ook de teleurgestelde goudsmid Helma Vermeulen ging na haar wereldreis te rade bij een loopbaancoach. Ze kreeg de opdracht een lijstje te maken met alle positieve en negatieve punten van het goudsmeden. Vermeulen: „Zo ontdekte ik dat alle goede aspecten te maken hadden met het vak zelf, maar dat ik me creatief niet meer kon ontwikkelen in de goudsmederij waar ik werkte.” Ze haalde haar goudsmeedspullen weer uit de schuur, leende een werkbank van haar oude werkgever en ontwierp enkel nog sieraden die ze zelf wilde maken. Inmiddels werkt ze weer aan een eerste opdracht en is ze begonnen met een eigen collectie.

„Het is met een baan net als in de liefde”, zegt Evert Hatzmann, „om tevreden te zijn moet je eraan blijven werken.” Zelfs mensen met klassieke droomberoepen als astronaut, profvoetballer en filmster vragen zich op een gegeven moment af of ze zich wel genoeg ontwikkelen. Hatzmann: „Soms betekent dat inderdaad dat je op zoek moet naar een andere baan.” Maar zeker in deze tijd met 675.000 werklozen kun je beter proberen om weer voldoening te halen uit je huidige werk, zegt Hatzmann.

Vermeulen had haar carrière zo strak uitgestippeld dat ze in een zwart gat viel toen het niet liep zoals verwacht. „Zonder die duidelijke doelen en dromen voelde ik me behoorlijk stuurloos en verloren in een wereld waarin wordt verwacht dat je altijd doet wat je het allerleukste vindt.”

Nu ze het goudsmeden weer heeft opgepakt, is haar beeld van de droombaan realistischer. „Ik haal er weer veel voldoening uit, maar ik besef dat andere dingen in het leven ook belangrijk zijn en dat ik meer ben dan een goudsmid alleen.”