Vier vrouwen tegen de volwassenheid

Shokuzai. Regie: Kiyoshi Kurosawa. Met: Masaaki Akahori, Manatsu Kimura, Kyôko Koizumi. In: 5 bioscopen.

Veel interessante filmmakers wijken uit naar de televisie, zeker in Amerika. Daar is nog ruimte voor serieus drama. Televisieseries worden tegelijkertijd anders bekeken: niet meer een aflevering per week, maar halve jaargangen achter elkaar, in marathonsessies. Door ‘binge viewing’ ervaar je een tv-serie dus eigenlijk als een heel lange speelfilm, en waarom zou je die niet in een bioscoop draaien? Zo is de cirkel weer rond.

Zo’n televisiematinee in de bioscoop biedt Shokuzai (‘Boetedoening’), een vijfdelige serie van bijna 4 uur van de Japanse regisseur Kiyoshi Kurosawa (van Tokyo Sonata). De boete van de titel slaat op de vloek die een moeder uitspreekt over vier vriendinnen die getuige waren van de ontvoering van haar later verkrachte en vermoorde dochter. En boete doen ze, in vier afleveringen. Dae groeit uit tot een bleu kindmeisje dat weigert te menstrueren: ze ontmoet een rijke fetisjist die haar wil bewonderen, als een porseleinen pop. Maki wordt een geblokkeerde lerares die haar seksuele energie omzet in agressie, en door een heldendaad geconfronteerd wordt met de gluiperige lafheid van haar collega’s. Akiko is een sloofje dat nog bij haar ouders woont: zij verdenkt haar broer van incest met zijn dochtertje. En de botte Yuka aast op getrouwde mannen; niet in staat zelf iets op te bouwen, steelt ze andermans levens. In de finale loopt Shokuzai uit de rails, wanneer ook de moeder van Emili haar aandeel in de schuld en boete opeist: daar is erg veel dialoog nodig om alle melodramatische kronkels in de plooi te houden. Maar relevant is Shokuzai niet zozeer om de schuifpuzzel van schuld en boete, maar om wat eruit spreekt: de weerzin, of zelfs weigering, om volwassen te worden en de wereld onder ogen te zien.