‘Speeddaten is een absurd gegeven’

Regisseur Daria Bukvic maakt op De Parade een stuk over vier dolende twintigers. „Ik denk dat iedereen wel iets in een van hen herkent.”

Hartstochtelijk pleiten voor oprechtheid, de waarheid en de schoonheid van theater. En dat dan drie keer op een avond, in een circustent, voor een goeddeels dronken publiek. Met vier jonge acteurs brengt regisseur Daria Bukvic (24) vanaf vanavond het stuk Toen geluk en ongeluk zich in elkaar vergisten op de rondreizende theaterkermis de Parade. Een licht absurdistische, poëtische tekst van Vincent van der Valk over de (on)mogelijkheid tot echt contact, het belang van kunst, en hoe leven en kunst, werkelijkheid en fictie zich tot elkaar verhouden.

Maar ondanks de filosofische grondtoon is de anekdote van Toen geluk en ongeluk... herkenbaar en toegankelijk, en wordt door de acteurs fris en geestig vertolkt. Het stuk concentreert zich op vier twintigers, de koppels Julia en Janus (Aline Nuyens en Mattias van de Vijver) en Pieter en Fré (Bram Suijker en Lotte Driessen). We zien ontmoeting en afscheid van het eerste stel, en een eerste kennismaking van het tweede, bij een speeddate. Fré, zonder adempauze: ‘Dusss.. Pieter; vertel! Waar ben je opgegroeid, hoe was je jeugd, heb je broers of zussen, wat heb je gestudeerd, heb je gepuberd, had je veel vrienden, wat waren je hobby’s; vertel!’ Bukvic: „Speeddaten, dat vind ik zo’n absurd gegeven van deze tijd; dat je op één avond twintig mensen in drie minuten moet leren kennen. Blijkbaar denken we dat drie minuten genoeg zijn om te weten of je je aangetrokken zult voelen tot iemand. Dat zegt iets over de manier waarop wij tegenwoordig contact leggen. Mensen van mijn generatie vinden het moeilijk om een echte verbintenis aan te gaan.” De personages zijn exponenten van haar generatie, zegt Bukvic. Elk van hen worstelt met de vraag hoe te leven, en vertegenwoordigt een tegengestelde opvatting. „Janus is de kunstenaar, die zoekt naar dat wat achter de conventies schuilt en een voortdurende strijd voert tegen het gangbare. Daar tegenover staat Fré, die uit angst voor haar eigen, hevige emoties juist alles in een structuur probeert te dwingen om zo het leven overzichtelijk te houden.” In het personage van Fré herkent Bukvic haar moeder, die vluchtte voor het oorlogsgeweld in voormalig Joegoslavië. „Zij heeft afschuwelijke dingen meegemaakt, is hier naartoe komen, en heeft zichzelf vervolgens in een ijzeren gareel gedwongen. Bij ons thuis is alles steriel en strak en alles is altijd op tijd. Mijn moeder probeert volledige controle over het leven te houden. Ik vind dat een fascinerende neiging, die ik bij mezelf ook herken. Die eigenschap heb ik uitvergroot in Fré.” Julia is degene die intrinsiek en spontaan, verwonderd en open kan leven – iets waar Janus, die alles bedenkt en ensceneert, jaloers op is. Pieter, tenslotte, is de gewoonste: „Een doodgewone gast, die enorm op zijn gemak is met het feit dat hij niet boven het maaiveld hoeft uit te steken. Van de vier is hij degene die het leven misschien wel het beste verdraagt, omdat hij zichzelf en alles dat grijs aan hem is, heeft geaccepteerd.” Lacht: „Pieter is weer heel erg mijn vader.” Volgens Bukvic is niet één van de vier varianten op zichzelf nastrevenswaardig. „Als kunstenaar herken ik me in Janus. In het stuk stapt Mattias uiteindelijk uit zijn rol om aan te geven dat wat zich op toneel afspeelt misschien wel waarachtiger is dan de oppervlakkige prietpraat daarbuiten. Dat herken ik: impulsen en emoties die opkomen bij het maken van theater kunnen soms echter voelen dan de voortdurende aanpassingen die je in het dagelijks leven doet. Maar ik denk ook dat Pieters levensstijl wel gezond is. Accepteren dat je niet altijd bijzonder hoeft te zijn, en dat je niet ieder aspect van je leven hoeft te bevragen.” Knap aan de tekst van Van der Valk is hoe die de toeschouwer bij elke variant opnieuw verleidt en meesleept. Steeds denk je even: ja, dáár zit wat in. Tot je weer concludeert: en toch wil ik zo niet leven. Zo kan ook de titel worden geïnterpreteerd: het geluk ligt niet besloten in één bepaalde levenshouding, al denk je vaak genoeg van wel. Bukvic: „Eigenlijk zijn het vier zielen in één borst; die schizofrene stemmen in je hoofd die continue met elkaar in strijd zijn. Ik denk dat iedereen in een van hen wel iets wezenlijks herkent. En het middelpunt tussen die vier personages is de ultieme balans.”

Toen geluk en ongeluk zich in elkaar vergisten is in Utrecht te zien van 24 t/m 27/7 en staat van 9 t/m 12/8 op de Parade Amsterdam (9 t/m 25/8). Inl.: deparade.nl