Sneeuwwitje en de freaks

Blancanieves. Regie: Pablo Berger. Met: Daniel Giménez Cacho, Macarena García, Maribel Verdú, Sofía Oria. In: 12 bioscopen.

Net als de Oscar-winnende The Artist is Blancanieves een stille film. De Spaanse regisseur Pablo Berger, een groot liefhebber van de zwijgende cinema, bedacht zijn project al in de jaren negentig en schreef het scenario in 2005, maar hij had de pech dat The Artist eerder af was – nu lijkt het alsof hij een navolger is. Het succes van The Artist werkt echter ook in zijn voordeel: Bergers film wordt in veel landen uitgebracht; het publiek is weer een beetje gewend aan stille films.

Blancanieves is een bewerking van Sneeuwwitje van de gebroeders Grimm. Berger situeert het sprookje in de wereld van het stierenvechten in de jaren twintig. Als torero Antonio bij een stierengevecht verlamd raakt en zijn vrouw tegelijkertijd in het kraambed sterft, trouwt hij met een verpleegster die stiekem uit is op zijn geld. Antonio’s dochter Carmen moet van haar kwaadaardige, narcistische stiefmoeder rotklusjes doen en vlucht weg, waarna ze geadopteerd wordt door zes (!) dwergen die een circusact vormen. Carmen verandert haar naam in Blancanieves (Sneeuwwitje) en wordt, net als haar vader, een beroemde torero. En dan is er ook nog iets met een giftige appel. Berger raakte geïnspireerd door foto’s die Magnum-fotografe Cristina Garcia Rodero maakte van stierenvechtende dwergen die optreden op fiesta’s. Ze deden hem denken aan de cultklassieker Freaks (1932), met echte ‘freaks’ in de hoofdrol. Waar The Artist een hommage is aan Hollywood en de overgangsfase naar de geluidsfilm, eert Blancanieves de Europese zwijgende cinema. Berger combineert Duits expressionisme, Frans impressionisme en surrealisme, en de Sovjet-film. Er zitten fraaie, met een groothoeklens gefotografeerde beelden in, dramatische belichting, supersnelle montagesequenties en mooie overgangen via beeldrijm – het oog van Carmens favoriete haan vloeit bijvoorbeeld over in haar vaders oog. Voor een pastiche op de cinema van de jaren twintig gebruikt Berger iets te vaak een handheldcamera, maar dat is een klein smetje op een film die in Spanje tien Goya’s won.