Mali viert zijn verkiezingen omdat de Fransen dat willen

Bamako is overspoeld door hulpverleners en VN’ers. De bewoners zelf worden duizelig en lui van de ramadan. De campagne wordt gevoerd op affiches.

Issa Djire voert in Bamako campagne voor zijn favoriet bij de presidentsverkiezingen. Foto Reuters

„Hallo mate”, schrijft Matt in een e-mail. „Kom maar weer naar de Sleeping Camel. Ik heb besloten open te blijven. Want de VN zijn in Mali gearriveerd. Ik zit weer vol”. Matt, de Australische manager van een goedkoop hotelletje voor rugzakreizigers in Bamako blaakt weer van optimisme. Na de inname van het noorden van Mali door moslimextremisten uit Noord-Afrika vorig jaar was met een klap de toeristensector kapot. Geen reiziger immers, zelfs niet de avonturier op een motor door de Sahara, komt naar een land vol terreurgroepen en met afbrokkelend regeringsgezag.

Een manager van een groot hotel had me in januari na de Franse interventie tegen de islamitische radicalen al voorspeld: eerst komen de journalisten, dan de hordes hulpverleners en vervolgens nemen de Verenigde Naties Mali over. „En dat betekent een nog veel betere business dan de toeristen”. De Nederlander Sjaak Rijke verbleef in november 2011 in de Sleeping Camel, enkele dagen voordat hij noordwaarts reisde en in Timboektoe met twee andere buitenlanders werd gekidnapt. Nog steeds verblijft de treinmachinist uit Woerden in gevangenschap. Een groep blanke Afrikanen bezet nu de kamers van de Sleeping Camel. Ze werken bij een privébedrijf ingehuurd door de VN om landmijnen op te ruimen. „We komen uit Rhodesië”, vertellen ze onder een beschildering van een overjarige hippie wiens artistieke gedachten over de hele muur exploderen. De VN eigenden zich als hoofdkantoor het hotel Amitié toe. Het is een modieus hotel, gebouwd op kosten van de gelynchte Libische leider Gaddafi, vlak naast de ambassade van Frankrijk dat in Mali de boventoon voert. Het is een vesting. „Een paar zelfmoordvesten is hier onvoldoende voor een aanslag”, schertst een medewerker die me bij de poort komt halen, „alleen een vrachtwagen vol springstof kan ons opblazen”. Een VN-medewerker in de lobby zegt geïrriteerd tegen een collega: „Ban Ki-moon verwelkomt in een verklaring de verkiezingen komend weekeinde en roept op een nationale verzoeningscommissie te benoemen. Weet hij dan niet dat er al een dergelijke commissie bestaat?” Het noorden van Mali is nauwelijks bevrijd van de extremisten, het regenseizoen maakt wegen moeilijk begaanbaar en de islamitische vastenmaand ramadan maakt iedereen duizelig en lui. Maar Frankrijk eist dat er deze maand al verkiezingen worden gehouden. Ondanks dit absurde tijdstip zijn overal verkiezingsaffiches geplakt, op muren maar ook op openbare kustwerken. ‘Stem op mij, voor de eer van Mali’, staat op de buik van een gigantisch nijlpaard gedrukt en ‘Mali, onze trots’, op zijn billen. Het leven verloopt in een lagere versnelling gedurende de ramadan. De eettentjes blijven dicht in de ochtend, uit de auto’s in de files klinken uit de radio de zalvende preekstemmen van imams. De straatverkopers die USB-sticks en dadels aanbieden, begeven zich loom tussen de rijen van ronkend blik. Straatkinderen met witte vlekken op het haar van ondervoeding vieren echter feest. Want iedere gelovige moet tijdens de ramadan aan hen een aalmoes geven. Bamako is een vriendelijke maar vieze stad. Vol met brommertjes waarvan de uitlaatgassen een prikkelende irritatie op de stembanden veroorzaken. Bromfietsers die hun monden met lappen hebben afgedekt tegen de blauwe walmen, wringen zich door de nauwe straten langs koloniale Franse gebouwen. Door de geldwisselaarsstraat waar mannen met flappen geld achter voorbijgangers aanrennen. Of door de straat met stroperige olie waar mecaniciens aan oude Mercedessen sleutelen. Ze geven extra gas op de brede straat langs de sfeervol gebouwde ministeries in Moorse stijl en het geel van de Sahara. Alweer zo’n mooi cadeau van Gaddafi. Met uitzicht op de machtige Niger die zijn oevers overspoelt met het water van het goede regenseizoen. In dit bruine water werd de trouwe reismaat van de Schotse chirurg en ontdekkingsreiziger Mungo Park 217 jaar geleden door een krokodil gegrepen en weggesleurd. Park, op zoek naar de bizarre loop van de Niger, moest vluchten voor islamitische slavenhandelaren uit het noorden. In 1806 kwam hij om, stroomafwaarts, ver voorbij Timboektoe.