Ik heb lak aan teennagellak

Het is tegenwoordig de norm dat vrouwen hun teennagels lakken, schrijft . Maar waarom zou je zomaar toegeven aan die sociale druk?

Het is zomers weer en vrouwen trekken hun mooiste jurkjes en rokjes uit de kast. Daaronder hebben ze meestal blote benen en open schoenen. En daarin tonen zich steeds vaker gelakte teennagels.

Gelakte teennagels doen me altijd denken aan de film The Planet of the Apes uit 1968. Daarin wordt de mens als soort onderdrukt door apen, en in de film dragen de apen kleding en sieraden. Dit ziet er raar uit. Apen horen niet versierd te gaan. Net als dat jonge meisjes geen make-up behoren te dragen, zoals je weleens ziet bij schoonheidswedstrijden. Het oogt onnatuurlijk.

Deze zomerse dagen is het lastig om teennagellak als tegennatuurlijk te bestempelen. Je bent onder vrouwen tussen de 20 en de 40 in de minderheid als je je teennagels niet verft. De sociale omgeving beïnvloedt je om mee te doen. Meestal gebeurt het heel subtiel: je zíet dat andere mensen op een bepaalde manier handelen. Bewust danwel onbewust neem je dit gedrag voor jezelf in overweging.

Zo herinner ik me dat een jaar of tien geleden meiden in mijn sportteam plots een bikinilijn creëerden. De één na de ander scheerde of harste of waxte een streepje. Hoewel ik niet precies wist waar het woord ‘bikinilijn’ voor stond – ik dacht dat het te maken had met het bikinitopje, maar kon me geen concrete voorstelling van een lijn daarbij maken – besloot ik me, behorende tot de late majority, conform deze mode te gaan gedragen.

Sociale druk kan ook explicieter: mensen in je omgeving die je aanspreken op gedrag dat onaangepast is aan de norm. Zo viel de mond van een collega zo’n vijf jaar geleden open toen ik vertelde dat ik mijn wenkbrauwen niet epileerde omdat ik vreesde dat dit een blijvende klus zou worden. Ze gaf twee tegenargumenten: „Bijna iedereen doet het en het maakt je gezicht veel opener!” Mijn verzet brak en ik behoor nu ook tot de epilerende categorie.

Ik ervaar deze schoonheidskeuzes niet als geheel vrij. Natuurlijk kan ik kiezen tussen wel of niet lakken, verven, scheren, harsen, waxen of epileren. Maar de standaardkeuze lijkt: meedoen. Wie niet meedoet, wordt verbannen naar de outgroup. Daar moet je dan goede redenen voor hebben. En je voelt de druk om jezelf te verdedigen.

Mijn verzet tegen de sociale druk om make-up te gebruiken houdt vooralsnog stand. Mijn verdediging haal ik uit speculatieve, evolutionair psychologische verklaring voor het gebruik van lippenstift, oogmake-up en rouge: het is een simuleren van de seksuele daad. Tijdens seks worden je pupillen groter, zwellen je lippen op en krijg je kleur op je wangen. Zie daar: donkere mascara, rozige rouge en rode lippenstift, waarmee je je aantrekkelijker maakt op de seksuele markt.

Hoewel we deze versieringen zijn gaan associëren met mooiheid, weiger ik om ’s ochtends mascara en lippenstift op te doen om vervolgens op mijn werk tijdens vergaderingen, gesprekken of presentaties te doen alsof ik seks heb.

Misschien is dit een naïef streven naar echtheid en onafhankelijkheid. Hoe dan ook verdedig ik deze keuze met verve.

Waarom vinden we het zo belangrijk om tot de ingroup te behoren? Psychologen van diverse pluimage geven zo hun eigen type verklaringen. Wij zijn kuddedieren en onze overlevingskansen zijn groter in een groep. Of: in de groep zijn tal van wederkerigheidsrelaties tussen individuen, en het is belangrijk deze sterk te houden. Welke van de verklaringen je ook kiest: het gedrag van de groep is een belangrijke leidraad voor de keuzes van het individu.

In het welofgeenteennagellakvraagstuk kijk ik vooral goed naar het gedrag van hoogopgeleide, Nederlandse vrouwen tussen de 20 en 40 jaar. Maar wie bepaalt binnen zo’n groep de normen? De mode-industrie die ons op slinkse wijze duwt in de richting van de steeds nieuwere trends? Of past het beter om de bekende SIRE-slogan te verhaspelen naar ‘De maatschappij dat zijn wij’?

Ik denk het laatste. Mijn bronnen van inspiratie danwel imitatie zijn mijn vrienden, familie en mijn collega’s. Zij vingen de strijd aan tegen de haren en ik volgde. Graag voorkom ik de spot van anderen over okselhaar en ongeschoren benen.

Maar de mensen om mij heen gebruiken ook nagellak, mascara, rouge en rode lippenstift – en daartegen houdt mijn verzet vooralsnog wél stand. Misschien wil ik tegen de stroom in. Wil ik iets ‘eigens’ behouden.

Maar hoewel ik graag mijn autonomie en authenticiteit zou onderstrepen, vrees ik dat een andere verklaring het zwaarste weegt: ik heb blijkbaar het vertrouwen dat mijn zelfmarketing ook via andere strategieën dan make-up kans van slagen heeft.

De keuze om wel of niet mijn teennagels te lakken is natuurlijk zeer onbeduidend. Maar ik houd mijn hart vast. Want als ik in zulke kleine kwesties al bijna zwicht voor de druk van buiten, wat betekent dat dan voor grotere maatschappelijke vraagstukken? Ben ik überhaupt in staat om werkelijk eigen keuzes te maken? De vraag is of ik het lef heb om zelf te denken.

Hopelijk blijven mijn teennagels lang ongelakt, als een voortdurende herinnering aan de mogelijkheid tot opting-out.