Hij gaat op de naar zijn werk in fiets Duitsland

In Oost-Nederland stijgt de werkloosheid, in West-Duitsland zijn volop vacatures Veel Nederlanders zien de Duitse arbeidsmarkt als een kans Ze pendelen over de oostgrens

Tines Hummel (28) werkt in Duitsland als snackbarmedewerker bij een zwembad, net over de grens, ter hoogte van Emmen. Hummel fietst zes dagen per week naar zijn werk, 24 kilometer heen, 24 kilometer terug. Hij verdient 8,04 euro bruto per uur. Foto Sake Elzinga

Als de bus wil wegrijden, zet een groene auto de chauffeur klem. Twee boomlange kerels springen de auto uit, een in spijkerpak, de ander draagt het grijze haar tot aan de schouders. Ze komen uit Noord-Holland, vertelt de langste van de twee, en ze willen mee naar Lingen, een half uurtje rijden over de grens bij Emmen. Naar de Jobmesse, een banenmarkt met 4.000 vacatures in Duitsland.

Nieuwsgierig kijken de eenentwintig werkzoekenden in de door het UWV Emmen afgehuurde bus naar buiten. Deze robuuste Vikingen op kistjes hebben ze niet ontmoet op de voorbereidende cursus ‘Solliciteren in Duitsland’. We zijn allebei zzp’er, zegt de kleinste, Terence Schut (55). „We doen klussen in data-installatie en kantoorbekabeling.” We doen klussen door heel Europa, vult zijn maat Rob Blaauw (51) aan: „Waar werk is, daar gaan we heen. In Nederland ligt de markt op zijn gat.”

Het Duitse Lingen is deze zonnige zaterdag het beloofde land. Een bont gezelschap van werkloze veertigplussers uit Drenthe wil daar op de banenmarkt zijn kansen beproeven. Logistiek medewerkers en twee ICT’ers die nog snel wat Duitse vaktermen doornemen: „Rechner is computer, Speicher geheugen.” Een beveiliger uit Emmen die net werk in een windmolenpark in Tsjechië heeft afgeslagen. „Ze boden 7,50 euro bruto per uur, terwijl ik op Pinkpop 13 euro bruto verdien. Dat verschil is me te groot.”

Twee dames achterin de bus „staan open voor een leerwerkplek in de administratie”. Een olijk lachende spierbundel zoekt fabriekswerk in de kleinmetaal, maar voorziet vervoersproblemen: „Ik heb geen auto.” En er is een hoogopgeleide vijftiger in pak met een aktentas onder zijn arm: „Hoi, ik ben Rob en ik ben 57.”

Rob „solliciteert zich suf”, en wil dolgraag weer aan de slag als ICT-consultant. „Als je twee jaar werkloos bent, zit er een vlekje aan je. Ook heb ik een huis dat ik niet kwijt kan. Noodgedwongen richt ik mijn pijlen op Duitsland.”

Geef deze werkzoekenden eens ongelijk. In Emmen en omgeving schoot de werkloosheid de 12 procent voorbij, terwijl die twintig kilometer verderop, in Duitsland, nog geen 3 procent bedraagt. Nooit eerder waren de verschillen aan weerszijden van de grens zo groot, beklemtonen regiomanager Gerrit van der Veen van het UWV Drenthe en regiodirecteur Hans Joachim Haming van de Duitse Agentür für Arbeit.

Terwijl in Zuidoost-Drenthe en Twente zo’n 40.000 werklozen een baan zoeken, krijgen de Duitse grensregio’s Eemsland en Graafschap Bentheim vacatures niet opgevuld. Ze zoeken personeel voor de kinderopvang, de zorg, de horeca en vooral de techniek: elektriciens, automonteurs, autospuiters, metaalbewerkers. Tel daar de bevolkingskrimp in het gebied bij op, plus de vergrijzing op de Duitse arbeidsmarkt en de kans voor Nederlanders op een baan wordt reëel.

Duits oefenen

In de bus gaan blauwe, gele en witte mappen rond. ‘Bewerbung’ staat erop. Daarin zit ieders startkapitaal op de Duitse arbeidsmarkt: een in het Duits opgestelde sollicitatiebrief, een curriculum vitae, een pasfoto, diploma’s en niet te vergeten: getuigschriften. Want anders dan in Nederland zijn werkgevers in Duitsland verplicht hun personeel bij vertrek een getuigschrift mee te geven, leerden de werkzoekenden tijdens de voorbereidende cursus.

Op de cursusdag hebben ze Duits geoefend, een sollicitatiefilmpje gekeken, en hoorden ze over het Duitse fiscale en sociale stelsel. Ook werden ze bijgepraat over de cultuur op de Duitse werkvloer. Dat je een meerdere altijd aanspreekt met ‘u’. Dat de pauze geen seconde langer duurt dan afgesproken. Dat je wacht tot de ander zich voorstelt, en jezelf niet op de voorgrond plaatst. Duitsers, zegt Gerrit van der Veen van het UWV, moeten niets hebben van Nederlands popiejopiegedrag. „Ze selecteren hun personeel op betrouwbaarheid, vakkundigheid, punctualiteit en dienstbaarheid.”

Op de parkeerplaats van de Emslandhallen in Lingen staat beursorganisator Nils Siemen te wachten. Hij is manager van Ems-Achse, de regionale werkgeversorganisatie. „Jullie zijn toch wel technisch, hè”, vraagt hij. „Voor in elk geval vijfhonderd veelal technische banen kunnen we hier in Duitsland geen mensen vinden. Lever bij deze bedrijven je sollicitatiemap in en de kans is groot dat je komende week op gesprek mag.”

Zo’n tachtig werklozen hielp het UWV Emmen dit jaar aan een baan over de grens, de meesten konden aan de slag in de horeca op een familievakantiepark of als productiemedewerker bij een kippenslachterij. Onderzocht wordt nog of ook verzorgenden met niveau 2 en 3 in Duitsland aan de slag kunnen.

Laatst nog, toen vroegen ze vrachtwagenchauffeurs te zoeken voor een internationaal transportbedrijf in Bremen. Van der Veen van het UWV: „Zulke chauffeurs staan in onze kaartenbakken. Maar wat begin je als iemand zegt: ‘Ik heb een torenhoge hypotheekschuld?’ In Duitsland kennen ze geen hypotheekrenteaftrek. Moet je zo iemand dwingen? Kijk, dat doen wij dus niet. Maar voor een alleenverdiener met een huurhuis kan die baan een uitkomst zijn.”

Snackbarmedewerker

Dolblij was Tines Hummel (28) uit Ter Apelkanaal toen het UWV belde. Of hij als snackbarmedewerker seizoenswerk wilde doen bij het zwembad van vakantiepark Schloss Dankern in Haren/Ems? Hummel greep de kans met beide handen aan, vertelt hij. Het bevalt „hartstikke prima als je drie jaar werkloos thuis met je handen over elkaar hebt gezeten”.

Sinds half maart fietst Hummel zes dagen per week naar zijn werkplek, 24 kilometer heen, 24 kilometer terug. Hij verdient 8,04 euro bruto per uur. „Ja, dat is minder dan in Nederland.” Toch heeft hij een paar weken geleden een baan in Nederland als glazenwasser geweigerd. Waarom? „Je probeert hier een band op te bouwen. Als je in Duitsland je werk goed doet en doet wat je gevraagd wordt, heb je een baan voor het leven. Dat zie ik bij mijn collega’s, sommigen komen hier al tien jaar elk seizoen.”

Op de banenmarkt in Lingen heeft de prettige opwinding plaatsgemaakt voor onzekerheid. Alleen de twee vijftigers uit Noord-Holland kunnen niet meer stuk. We hebben zes hele goede contacten opgedaan, juicht Rob Blaauw. Onder andere met een internationaal bedrijf dat wereldwijd windmolens onderhoudt. „Dat wordt cv’s vertalen en mailen.”

Hebben de mannen dan geen sollicitatiemappen ingeleverd? Blaauw: „Ik ben niet zo’n papierdrager. Ik ben beter met mijn mond.”

Schut: „Kijk, de Duitsers hechten aan eerlijkheid. Je moet vooral jezelf blijven en je werk goed doen.”

Blaauw: „Dat ging in Beieren prima.”

Schut: „Je begint daar keurig netjes en je doet je stinkende best.”

Blaauw: „Maar na drie dagen waren we Die blöden Holländer.” Grinnikend: „En dat bleven we de hele klus, terwijl wij alles konden maken wat zij maar wilden.”