Energieakkoord niet nodig, belast koolstof

Het Energieakkoord is een log Tienjarenplan met teveel subsidies, belasting en gunsten. Belast liever koolstof, vindt Richard Tol.

Het Energieakkoord is op hoofdlijnen rond. De details laten nog even op zich wachten. Het is daarom moeilijk in te schatten wat er nu precies is afgesproken, of wat de gevolgen zijn. Dat is fijn. De komende paar maanden kunnen we net doen alsof het Energieakkoord ons allemaal een beetje rijker zal maken, dat het milieu gespaard zal worden en de werkgelegenheid bevordert.

De sociale partners in de Sociaal-Economische Raad hebben afgesproken dat Nederland klimaatneutraal moet zijn in 2050. Zo’n langetermijn doelstelling zou zekerheid scheppen voor investeerders en uitvinders zonder wie een energieomwenteling onmogelijk is. Tegelijkertijd ondermijnt het Energieakkoord deze zekerheid door de doelstelling voor hernieuwbare energieopwekking te verschuiven van 2020 naar 2023. De doelstelling voor 2050 kan dus net zo makkelijk verschoven worden. Het Energieakkoord neemt nu alvast een slag om de arm: klimaatneutraal in 2050 mits er een interne markt voor uitstootrechten is. Het valt te bezien of het huidige Europese stelsel van emissiehandel de komende jaren overleeft. Het Energieakkoord kenmerkt zich door regelzucht. Er zijn afspraken gemaakt over energiebesparing in huishoudens en bedrijven, over oude kolencentrales en nieuwe, over het bijstoken van biomassa, over windmolens op zee en op land, en over zonne-energie. Je zou haast denken dat Nederland een centraal gestuurde economie is. Dat is natuurlijk niet zo. In de voormalige Sovjet-Unie werden er Vijfjarenplannen gemaakt. Het Energieakkoord is een Tienjarenplan. Subsidies zijn het belangrijkste sturingsmiddel in het Energieakkoord. Dat is een probleem, ook als we net doen of er geen begrotingstekort is. Subsidies werken verslavend en verzwakken op lange duur de gezondheid van het bedrijfsleven. Subsidies kunnen makkelijk misbruikt worden door politici en ambtenaren om gunsten uit te delen van bevriende ondernemers. Subsidies verlagen de kosten van energie, waardoor er meer verbruikt wordt en de uitstoot van koolstofdioxide stijgt.

De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft nog geen studie gepubliceerd over de economische gevolgen van het Energieakkoord. Voor de pers benadrukt de SER de positieve effecten voor de economie. De nieuwe doelstellingen stimuleren de economie, en het verlaten van de eerdere doelstellingen zouden de economie ook stimuleren. De SER heeft zo een methode ontdekt om snel rijk te worden: een doelstelling aannemen en weer verlaten, aannemen en verlaten, aannemen en ...

De FNV hoopt op 15.000 nieuwe banen, met name in de bouw. Het vervangen van verwarmingsinstallaties en het isoleren van gebouwen is inderdaad arbeidsintensief. Als dat echter gefinancierd wordt uit subsidies (dat wil zeggen, hogere belastingen) en hogere energieprijzen – en dat is wat het Energieakkoord voorstaat – dan worden er meer banen vernietigd dan geschapen. Landen die veel belasting heffen en veel subsidies uitdelen groeien niet sneller maar langzamer. Het Energieakkoord neemt ook een element van de Britse Green Deal over: huishoudens kunnen geld lenen van de energiebedrijven om te investeren in energiebesparing en hernieuwbare energie. Het terugbetalen (plus rente) wordt verrekend in de energierekening. Energiebedrijven worden dus gedwongen tot bankieren, hoewel onduidelijk is of ze daar goed in zijn. De Britse ervaring leert dat mensen niet graag geld lenen van hun energiebedrijf. Het klimaat wordt ook niet beter van het Energieakkoord. De uitstoot van broeikasgassen in Nederland is te klein voor een meetbare invloed op het wereldklimaat. Het zou natuurlijk kunnen dat een Nederlandse uitvinding de Chinezen en Indiërs ertoe verleidt minder druk op het milieu te leggen. Het Energieakkoord zet echter in op bestaande technologie, die elders uitgevonden is. Het gekozen beleid van beter geen navolging genieten in andere landen. Kan het beter? Een Energieakkoord met afspraken per energiebron en industrie is helemaal niet nodig. Huishoudens en bedrijven kunnen beter zelf besluiten hoeveel en wat voor energie ze gebruiken. Subsidies kunnen beter afgeschaft worden. Dan kunnen de belastingen omlaag en wordt er minder vriendjespolitiek bedreven. In plaats daarvan moet de overheid belasting heffen op koolstof en andere ongewenste bijeffecten van energiegebruik – en voor de rest niets doen aan klimaat- en milieubeleid.

Richard Tol doceert klimaateconomie aan de University of Sussex en de Vrije Universiteit Amsterdam.