Echt niet slechter af zonder ‘daadkrachtig beleid’

Overheid en burgers verstikken elkaar, leert Hans Wiegel uit kranten en rapporten. De overheid moet dus zeggenschap afstaan aan de burgers.

PvdA-voorzitter Spekman vertelde, in een overigens heel aardig tv-gesprek, dat hij naar Frankrijk gaat. Naar de camping.

Daar kan hij vast wel croissants en De Telegraaf kopen. Daarin kort geleden een paginagroot interview met zijn politiek leider Samsom. „Juist in crisis nivelleren”, is diens strijdkreet. Nog wel met een das om op de foto, maar de actievoerder is er weer. Een feest voor Spekman. De VVD-top is gewaarschuwd. Die kan zich op dit terrein weinig meer permitteren. Het wordt dus interessant in augustus, als de ministers de begroting voor 2014 moeten proberen rond te maken. De contouren van de benodigde zes miljard aan bezuinigingen zijn er al, zei het kabinet. Echte bezuinigingen? Of worden lastenverzwaringen straks weer zo gepresenteerd? Wordt er nog meer genivelleerd? Even niet aan denken. Herinnert u zich de tijd – niet zo lang geleden – dat er in België een langdurige kabinetscrisis was? Een jaar duurde die, dacht ik. Een jaar zonder ‘daadkrachtig beleid’. Apart dat, als je kijkt naar de economie in het Koninkrijk der Belgen, daar niets negatiefs het gevolg van was. Geen bemoeizuchtige overheid die met ingewikkelde plannen komt, tot en met de laatste komma uitonderhandeld in de binnenkamertjes waar de oppositiepartijen hun tijd uitzitten. Gedoe, tijdverlies, compromissen die meer geld kosten dan iets moois opleveren. Met die zomerbespiegelingen in het hoofd, bladerde ik in de kranten. Een paar koppen vielen mij op. ‘Overheid en burgers verstikken elkaar.’ En: ‘Laat de burgers meer zeggenschap krijgen over hun eigen leven.’ Dat sprak mij aan. Er is nog hoop. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling – bij mij niet dagelijks op het netvlies – heeft daar kort geleden een advies over uitgebracht. Het is een baanbrekend advies. De overheid moet haar bemoeizucht staken, inbinden, vertrouwen aan de burgers geven. De vervreemding tussen burgers, overheid en de politiek vraagt van de politici een totaal andere houding. Niet langer uitgaan van de illusie dat de Kamerleden met hun debatten, vragen en moties, de problemen waar we in ons land voor staan, ook echt kunnen oplossen. De overheid moet dus zeggenschap afstaan, kiezen voor lastenverlichting, snijden in regels en bureaucratie, zegt de RMO. Nu is het zo dat de overheid bepaalt en wij moeten betalen, aldus professor Frissen, lid van die Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Kenner van onze politieke geschiedenis, Hans Goslinga, citeert in zijn column in dagblad Trouw een uitspraak van Joop den Uyl uit 1957. „Alleen als we de burger de kans geven verantwoordelijkheid te dragen, zal hij niet revolteren”, sprak de oud-premier. Een opmerkelijke uitspraak. Een vroegere leider van de VVD schreef in het verkiezingsprogram van zijn partij uit 1972: “De overheid is er voor de burgers, de burgers zijn er niet voor de overheid.” Hulde aan de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling voor dit uitdagende rapport. Laat de politiek die zomerse bespiegelingen op Prinsjesdag vertalen in een broodnodige visie op de toekomst.

Hans Wiegel is oud-leider van de VVD.