Column

Verliesaversie

De twee-onder-een-kapwoning, ooit bedacht om bouwkosten te drukken, kan een wurghuwelijk zijn. Een relatie waarin de ene buur de ander onafwendbaar kan duperen. Dat was althans mijn gedachte toen ik afreisde naar het sprookjesachtige Broek in Waterland, ‘Broek’ voor inwoners. Daar, aan de doorgaande weg, stonden, zo viel te lezen op Funda, twee riante huizen te koop, gebouwd in jaren-30-stijl. Ze maakten deel uit van dezelfde twee onder een kap. Huisnummer 37 en huisnummer 39.

De huizen waren identiek, alleen de prijs was anders. Vorig jaar kostten ze elk nog ruim 450.000 euro, nu stond 37 te koop voor 325.000 euro en 39 voor 424.500 euro. Een verschil van een ton. Nummer 37 is meteen verkocht.

Wie wil voor nummer 39 nu nog 424.500 euro betalen? Iemand, dacht ik, wordt hier benadeeld, bestolen misschien wel, voor 100.000 euro. Door zijn eigen buurman. Ik dacht aan burenruzies. Oorlog. Slapeloze nachten.

Bojan en Lidewij bleken ze te heten, de gedupeerden. Inmiddels wonen ze vrijstaand iets verderop, met drie kinderen, en hebben ze hun oude huis op nummer 39 verhuurd, tot het verkocht is. Lidewij zet een schaaltje ministroopwafels op tafel. Ze genieten van het zonnetje in de tuin.

Benadeeld door de buren? „Goh, zo heb ik het nooit ervaren”, zegt ze. Veel contact met nummer 37 hadden ze niet. De buurman was er vijf jaar geleden komen wonen met een nieuwe liefde en had de boel spectaculair verbouwd – keukenblok in de woonkamer, douche op zolder. Toen de relatie na anderhalf jaar op de klippen liep en hij weer vertrok, had hij naar verluidt de bank in z’n nek.

Via de Funda-app zag Bojan de prijs van nummer 37 telkens dalen. Hij bleef de buurman net zo vriendelijk groeten, bracht het onderwerp nooit ter sprake. „Je voelt je toch een beetje verkoper van hetzelfde brood.”

Stress heeft Bojan er niet van. „En ach”, zegt Lidewij. „Zijn relatie ging uit. Dat is geen kwade wil.”

Verward bleef ik achter. Waarom maken Bojan en Lidewij zich niet druk?

Vrijdag kwam het Centraal Planbureau met het antwoord: ‘verliesaversie’. De problemen op de huizenmarkt, schrijft het CPB in een nieuwe analyse, zijn vooral psychisch. Niet de onwil van kopers leidt ertoe dat zoveel huizen te koop staan, maar juist de onwil, de aversie, van verkopers om hun huis voor minder te verkopen dan ze er zelf ooit voor betaalden. Die prijs, een psychologische grens, is in de ogen van verkopers de reële vraagprijs, niet de marktprijs. Het gevolg, een slot op de woningmarkt, maakt verkopers niets uit: niet zij hebben een probleem, de rest heeft een probleem.

Ook Bojan en Lidewij blijven rustig wachten. Lager dan 424.500 euro, ongeveer de prijs die ze zelf elf jaar geleden voor het huis betaalden, gaan ze niet. „Dat is wat het waard is”, zegt Lidewij.

Deze vakantieperiode vervangen Ellen de Bruin en Freek Schravesande de vaste columnisten Margriet Oostveen en Arjen van Veelen.