Uitschuifbare benen

Det de Beus was de beste Nederlandse keepster ooit. Zo lang en lenig dat ze alles tegenhield. „Det kon een wedstrijd voor je winnen.”

Det de Beus Foto ANP

Vijfde werd Det de Beus in 2009 bij de verkiezing tot beste Nederlandse hockeyster aller tijden. Als keepster. Het zegt iets over de status van ‘Beusje’, die afgelopen zondag op 55-jarige leeftijd na een lang ziekbed overleed.

Det de Beus was keepster van het Nederlands vrouwenteam in de vroege gloriedagen van het Nederlandse vrouwenhockey. Ze speelde 105 interlands, werd meervoudig Europees en wereldkampioen in de jaren tachtig en won in 1984 goud op de Olympische Spelen, pas de tweede keer dat de sport voor vrouwen op het olympische programma stond. In een team met uitblinkers Fieke Boekhorst, Marjolein Eijsvogel en Elsemieke Havenga was De Beus het slot op de deur.

De keepster met de lange, uitschuifbare benen, zo wordt Det de Beus getypeerd door vrienden en oud-collega’s. Een grote vrouw (1.80 meter), lenig en niet te passeren in de goal. „Op de training deden we vaak een weddenschap”, vertelt vriendin Cora de Wilde, voormalig teammanager van het Nederlands elftal . „We konden een Mars verdienen als we een doelpunt bij haar maakten. Er werden maar weinig Marsen verdiend op die trainingen.”

De Wilde roemt het reactievermogen van De Beus. „Ze was een fantastische lijnkeepster, haar reflexen in de goal waren uniek. Door haar lengte kon ze elke bal uit de hoek plukken.” Gijs van Heumen, bondscoach van Nederland tijdens de Spelen van 1984: „Det kon een wedstrijd voor je winnen.”

Van Heumen herinnert zich vooral de finale van het EK in 1987 tegen Engeland. „Dat liep uit op strafballen. Ik zei tegen Det: ‘Ga bij de eerste bal maar gewoon in de hoek staan en kijk wat er gebeurt’. Die bal ging erin, en daar was ze zo boos over dat ze de drie volgende strafballen van Engeland allemaal stopte. We waren kampioen. ‘Ik ben zo goed dat ik alles kan tegenhouden’, zei ze later tegen me.”

Det de Beus had alles over voor haar sport, die ze tien jaar lang op het hoogste niveau beoefende. Altijd willen winnen, en altijd op haar eigen manier. Van haar coach en medespeelsters trok De Beus zich niet veel aan. Ze was, zoals alle keepers, individu binnen een team. En die individuen hebben soms ruimte nodig.

Cora de Wilde denkt terug aan de halve finale op het EK in 1984. Oranje versloeg daarin Duitsland en zou een paar dagen later de finale spelen tegen Engeland. „Maar toen waren we Det opeens kwijt”, vertelt De Wilde lachend. „Ze was gewoon vertrokken. Vlak voor de finale dook ze op. Haar vriend was blijkbaar naar de halve finale komen kijken en ze was er even tussenuit geknepen. Dat was ook Det. Ze trok haar eigen plan. We hebben haar natuurlijk wel gecorrigeerd, maar ze stond gewoon in de basis. Ze was te goed om niet op te stellen.”

Nederland won die finale in Lille met 2-0 van de Sovjet-Unie. Det de Beus hield haar doel schoon. Zoals ze dat al die jaren zo vaak had gedaan.