Obama’s leven als zwarte man

Stel je voor dat Barry Obama, zoals hij toen genoemd werd, als jongen van 17 op straat was doodgeschoten door een zelfbenoemde buurtwacht: hoe zouden de media daarover dan hebben bericht? Die vraag wierp The Washington Post op, naar aanleiding van wat de president vrijdag zei in verband met het vonnis in het proces rond de dood van de 17-jarige Trayvon Martin: „Ik had 35 jaar geleden zélf Trayvon Martin kunnen zijn.”

Als een lange jongen met een afrokapsel, zo zou Obama destijds omschreven zijn. Als kind uit een gebroken gezin, die zijn vader nooit zag, die woonde bij zijn grootouders, goed kon leren maar soms afgeleid was, die graag basketbal speelde en marihuana rookte, en rondhing met een groepje vrienden die zich de Choom Gang noemden, de Blowers Bende. „En afhankelijk van wie de beschrijving gaf zou hij onopvallend of intimiderend zijn genoemd, op z’n gemak of dreigend. En zwart.”

Het was, kortom, niet moeilijk voor president Obama om zich voor te stellen dat hij zélf slachtoffer zou zijn geworden van stereotypering. Hij heeft immers meegemaakt, vertelde hij vrijdag, dat hij in een warenhuis voor niets gevolgd werd, dat hij op straat hoorde hoe automobilisten snel de portieren op slot deden als hij voorbijliep. Het zijn ervaringen die vrijwel alle zwarte mannen in Amerika delen.

Toen de VS in 2008 voor het eerst een zwarte president kozen, bewees het land dat het zich meer van oude vooroordelen had losgemaakt dan velen hadden durven hopen. Amerika was niet opeens een postraciale samenleving geworden. Discriminatie en racisme hoorden niet tot het verleden. Maar het was hoopgevend dat een meerderheid van de kiezers er niet voor terugschrok de macht toe te vertrouwen aan een man die veel kwaliteiten had, en ook zwart was.

Obama heeft zich sindsdien zelden in debatten over raciale kwesties gemengd. Hij wilde niet de voorman van zwart Amerika zijn, maar van alle Amerikanen.

De manier waarop hij vrijdag tóch sprak over zijn eigen leven als zwarte man was indrukwekkend en ook zinvol. Hij liet zich niet uit over de juistheid van de vrijspraak voor de buurtwacht die Martin had doodgeschoten. In plaats van partij te kiezen in het bittere debat, vroeg hij begrip voor de gevoelens van frustratie en woede over het brede wantrouwen jegens Afro-Amerikaanse mannen in de Amerikaanse samenleving.

Hij zei dat jonge, zwarte mannen in de VS onevenredig vaak slachtoffer van geweld zijn, maar draaide er niet omheen dat ze ook vaak zelf dader zijn. Hij liet zien dat het een probleem is dat iedereen aangaat. Op het juiste moment en op de juiste toon zette Obama zijn eigen pijnlijke ervaringen in om de Amerikanen dichter tot elkaar te brengen.