Niemand ziet het werk van Timmer

Naast alle Tourhelden reed gisteren ook Albert Timmer het Criterium van Boxmeer. Misschien wel de minst bekende Nederlandse Tourrenner.

Albert Timmer (rechts) speldt het rugnummer van ploeggenoot Marcel Kittel (links) op zijn rug. Kittel zou derde worden in Boxmeer. Foto Merlin Daleman

Als Albert Timmer een uur voor de start zijn BMW het parkeerterrein van sporthal ‘t Hoogkoor in Boxmeer opdraait, staan daar al ruim honderd wielerfans te wachten om een glimp op te vangen van hun Tourhelden. Zij loeren door de voorruit van iedere auto om te zien of Bauke Mollema, Laurens ten Dam, Marcel Kittel, Johnny Hoogerland of desnoods Bram Tankink in die auto zit. Als Timmer voorbij rijdt, reageert niemand.

Een dag na de honderdste Tour de France begint het feest van de criteriums, in Nederland traditioneel in Boxmeer. Avond aan avond rijden de helden uit de Tour hun rondjes om de kerk, om zich te tonen aan de fans. De toppers worden riant betaald voor een paar uurtjes fietsen (zie inzet) en kunnen hun wedstrijdjes uitkiezen. De knechten sprokkelen een aanvulling van hun vaste salaris bij elkaar door zo vaak mogelijk het peloton te vullen. Winnen is er voor hun niet bij. Het publiek wil de sterren zien stralen. De organisatie wil waar voor zijn geld. Een van de duurst betaalde renners wint, luidt de ongeschreven wet.

Albert Timmer was in de Tour een gewaardeerd helper van Argos-sprinter Marcel Kittel, winnaar van liefst vier etappes. Maar pas als hij in Boxmeer zijn fiets met het kaderplaatje 198 van de Tour er nog op uit zijn kofferbak haalt, wordt hij door het publiek herkend als Tourrenner. „Wie is dat?”, vraagt de 14-jarige Luca Dekker uit het Limburgse Middelaar fluisterend aan haar vader Gert-Jan, die zijn schouders ophaalt. „Is dat Timmer”, vraagt Gert-Jan als hij hoort wie het betreft. „Die ken ik wel, een echte hardrijder. Ik had hem niet zo snel herkend.”

„Zo werkt het nu eenmaal”, berust Timmer in zijn lot. „Ik ben niet zo vaak op televisie. Ik werk voor de ploeg op momenten dat niemand het ziet . Ik houd tot een kilometer of vier van de finish de jongens van het treintje van Kittel uit de wind en dan zit mijn werk erop. Dat is voor de ploeg heel belangrijk maar voor de toeschouwers onzichtbaar werk.’’

Als niet veel later een Skoda met Duits kenteken de parkeerplaats op komt rijden, steekt Timmer zijn hand op. Zijn teamgenoten Koen de Kort en Kittel parkeren de auto pal naast die van Timmer. Een horde handtekeningenjagers, journalisten, cameramensen en fotografen rent richting Kittel en De Kort. „Denk je wel om mijn auto’’, roept Timmer als een fotograaf in het gedrang tegen de spiegel van zijn BMW tikt. „Al die aandacht, zou niets voor mij zijn. Ik ga me even omkleden.”

Terwijl Belkin-ploegleider Nico Verhoeven handtekeningen staat uit te delen, baant Timmer zich ongestoord een weg door de menigte. Pas als hij de sporthal weer uitkomt in zijn Argos-Shimano tenue wordt hem om een handtekening gevraagd. Mark Schalke uit Waalwijk wil zelfs met hem op de foto. Na de foto discussieert hij met zijn vrienden wie er nu eigenlijk naast hem staat. „Ik weet wel dat hij laatste Nederlander is geworden, maar even niet hoe hij heet’’, zegt Schalke. „Timmer? O ja, dat is ook zo. Alfred Timmer.’’

Bij de start is duidelijk te zien wat de rolverdeling is tussen knecht en kopman. Als Kittel aankomt bij de streep merkt hij dat hij zijn rugnummer nog niet heeft opgespeld. Dus vraagt hij Timmer dat te doen. Terwijl Kittel handtekeningen uitdeelt, speldt Timmer zijn nummer op. „Marcel is niets zonder ons”, lacht hij. „Hij kan zijn eigen bidons al niet halen en vergeet ook nog eens zijn rugnummer op te spelden.’’

Kittel weet ondanks de aanwezigheid van bijna zijn complete Tourploeg niet te winnen. Bauke Mollema en Wout Poels blijven het peloton voor. Kittel wordt derde. „Mollema die Kittel verslaat in een vlakke rit, dat gebeurt niet vaak’’, constateert Timmer na afloop. „Of we hem hebben laten winnen? Mollema kan heel hard fietsen hoor. Hij zat toen ook in die waaieretappe mee. Maar in de Tour was dit hem misschien niet gelukt”, geeft Timmer toe. Met een grijns op zijn gezicht.