Macaroni kán heel lekker zijn

Wat ging er door ze heen, wat bezielde óns? In de zomers van de jaren zeventig op weg door Frankrijk, toch ook toen al beschouwd als de Elysische velden van de smaak, nam heel Nederland in de Opel Rekord, de Volkswagen Variant of de Ford Taunus het eten voor onderweg mee.

Heel Nederland? Jawel, heel Nederland.

Helse ritten waren het, naar Les Landes. Nog voor de bergen mijnafval boven Lille had je de nieuwste Blueberry en Robbedoes al drie keer uit en waren de reiszuurtjes op. Er viel niets anders te doen dan het aantal zandauto’s, bestelbussen en andere dieseltrucks van Poids Lourds et Fils te turven waar je vader zich probeerde langs te vloeken. Tegenwoordig zou je voor zo weinig PK’s een negatief reisadvies krijgen.

Je moeder mocht ook wel eens een stukje rijden, maar deed de vakantiestemming nog harder zinken dan het kaartlezen – „Daar stond geloof ik Maubeuge, schat.”

Wanneer je dan de gemeentelijke doorgangscamping opdraaide, rende je eerst naar het onder bajesarchitectuur opgetrokken bloc sanitair met twee hurktoiletten. Na gedane zaken trok je door en voelde hoe het spoelwater de stront je Pinokkio-sandaaltjes binnen spetterde.

En dan mocht eindelijk de geblokte theedoek van de lauwe macaronischotel met Smac en ketchup. Alsof je niet een half uur eerder van de weg had gekund om even in te kopen bij een fijne épicerie en een rurale boucherie.

Morgen was er weer een dag – „wat ruikt het hier eigenaardig”, zei je vader, achterom kijkend bij het wegrijden. La France lag er profonde bij.

Je zou er, kortom, wat voor geven om het allemaal nog eens over te doen.

Macaroni, pardon, maccheroni kán lekker zijn, zoals deze Sardijnse versie.

Laat de zwammen volgens voorschrift weken. Snijd de rosbief aan brokken ter grootte van een luciferdoosje. Snijd de helft van de knoflook en het spek in wiggen en duw die in sneden in het vlees en bestrooi dit met zout en peper. Bak het vlees, desnoods in een paar lichtingen, goed bruin in de olie. Voeg nu de puree, de gehakte andere knoflooktenen, de wijn, de paddenstoelen, de kruiden en het kaneel toe en laat afgedekt drie uur sudderen. Test op pittigheid qua zout en peper. Gebruik het paddenstoelennat om het vleesmengsel aan te lengen wanneer dit te droog wordt.

Kook de maccheroni volgens de gebruiksaanwijzing. Serveren: doe de pasta op een bord, lepel hierop wat vlees en rasp hierop de pecorino.