‘Kalm blijven geeft drenkeling kans’

Tientallen mensen zullen deze zomer verdrinken. Ook goede zwemmers. Onderschatting van gevaren in open water is vaak de oorzaak.

De afgelopen dagen verdronken zes mensen die in de hitte het buitenwater hadden opgezocht. Het zijn zes van de tientallen mensen die deze zomer zullen verdrinken in de zee, meren, rivieren en zwembaden. Er zitten gevallen tussen die tragisch zijn, maar logisch. Een peuter die niet kan zwemmen, maakt weinig kans als hij te water raakt en niet op tijd wordt gezien, zoals de driejarige jongen die dit weekend verdronk in een meertje bij de camping. Of mensen die in het water hartproblemen krijgen, zoals de vrouw van 45 dit weekend in Noordwijk.

Er verdrinken ieder jaar ook veel gezonde mensen die wel kunnen zwemmen. De twintigjarige man die zondag in een kanaal van een surfplank viel en verdronk, kon waarschijnlijk wel zwemmen.

„Het is belangrijk dat je als drenkeling rustig blijft. Mensen die het kunnen navertellen zijn meestal rustig gebleven”, zegt Joost Bierens. Hij is anesthesioloog en gepromoveerd op verdrinkingen.

Waardoor verdrinken mensen die wel kunnen zwemmen?

„Ze schatten niet goed in hoe gevaarlijk het water is en hoe goed ze kunnen zwemmen. Als in een rivier een groot schip voorbij vaart, met een grote boeggolf, komt het water ineens veel hoger. Een klein kind dat langs de rand speelt, spoelt zo weg.

„Het gaat soms om kleine dingen. Iemand is aan het pootjebaden, en stapt in een onverwacht diepe kuil. Of je zwemt ineens veel kouder water in. Onervaren zwemmers schrikken daarvan. En in het water moet je meteen goed reageren. De tijd waarbinnen je jezelf kunt redden, is heel beperkt. Als je een slok water binnen krijgt of als je kopje-onder gaat, slaat al snel de paniek toe. De mentale kracht van mensen is belangrijk bij verdrinkingen: het vermogen paniek te onderdrukken.

„Een klein deel van de drenkelingen heeft een medische afwijking. Een val in het water kan een hartritmestoornis opwekken, of een epileptische aanval. En soms is drank in het spel. Die vertraagt de reactie: ‘Hee, kijk mij eens in het water vallen, of hee, geestig, een boeggolf.’

„En ook bij goede zwemmers blijft afkoeling een sluipmoordenaar. Met koude armen en benen kan je veel minder goed zwemmen. Omdat open water in Nederland altijd flink wat kouder is dan de lichaamstemperatuur, koel je al snel af als je langer gaat zwemmen.”

Om hoeveel mensen gaat het?

„Het aantal accidentele verdrinkingen ligt tussen de 100 en 200 per jaar. Ruim een kwart betreft kinderen onder de tien. Het overgrote deel van de drenkelingen heeft geen stoornis waardoor hij verdrinkt.

„Er zijn enkele trends zichtbaar. Er verdrinken meer bejaarden die met hun scootmobiel te water raken. En er verdrinken meer mensen in de grote rivieren. Die zijn de laatste jaren veel schoner geworden, terwijl in dorpen de zwembaden sluiten.”

Er zijn vaak andere mensen bij. Kunnen die niet helpen?

„Het beeld dat veel mensen hebben van verdrinken, armen omhoog en gillen, klopt niet. Mensen die verdrinken, laten een instinctive drowning response zien: armen wijd uitgestrekt onder water, mond net boven water, ogen wijd open, nauwelijks beenbeweging, geen geluid: je drijft op het beetje lucht dat je in je longen hebt. Als je gilt, is dat weg.

„Je verdwijnt heel snel onder water. En daarna is de kans op overleven klein. Korter dan vijf minuten ondergedompeld, dat is te overleven. Tot tien minuten wordt de kans snel kleiner, ongeveer 50 procent overleeft het, maar dan moet de hulpverlening wel perfect verlopen.

„De overlevingskans van drenkelingen is afgenomen door de richtlijn dat mensen die geen teken van leven laten zien, hartmassage nodig hebben en dat beademing minder belangrijk is. Bij drenkelingen is het precies andersom. Het probleem is gebrek aan zuurstof, dus moet er zuurstof worden toegediend.”