Journalistiek voorbij recept en restaurant

De Amerikaanse website FERN doet journalistiek onderzoek naar milieu en de voedingsindustrie. „Het is aan ons om de waarheid te achterhalen.”

Beelden gemaakt voor de prijs winnende productie ‘As Common as Dirt’, een co-productie van de onderzoeksjournalistieke website FERN en de site The American Prospect. Foto David Bacon

Kip mag dan een veelzijdig stukje vlees zijn, het kan ook leiden tot resistentie tegen antibiotica. Over dit soort onderwerpen schrijft The Food and Environment Reporting Network (FERN). Deze Amerikaanse non-profit organisatie voor onderzoeksjournalistiek wil misstanden aan de kaak stellen in de landbouw, het milieu en de voedingsindustrie. „Die beïnvloeden het dagelijks leven van iedereen”, zegt de Amerikaanse journalist Sam Fromatz. Hij is een van de drie initiatiefnemers die FERN hebben opgezet in 2010. Samen met Tom Laskawy en Paula Crossfield geeft hij een toelichting in een telefonisch gesprek vanuit de Verenigde Staten.

„Er was bij traditionele media wel aandacht voor de voedingsindustrie”, zegt Tom Laskawy „maar dan vooral voor recepten en nieuwe restaurants. Tegelijkertijd werden steeds meer journalisten ontslagen en kwam er minder geld voor onderzoek naar milieukwesties. In de Verenigde Staten zijn dingen veilig totdat anders bewezen is. Bovendien zijn veel Amerikanen erg sceptisch over milieukwesties. Ze denken vaak dat het wel mee zal vallen. En daarbij zijn er altijd wel wetenschappers die een verhaal ontkrachten.” Sam Fromatz vult aan: „Het is dus aan ons om de waarheid te achterhalen.”

FERN kreeg onlangs voor het verhaal ‘As Common as Dirt’, over loondiefstal in de landbouw, de James Beard Award. Dat is volgens Crossfield de Pulitzer Prijs, de bekendste Amerikaanse onderscheiding voor media, op het gebied van voedseljournalistiek. Hoe komt FERN aan dergelijke verhalen? Laskawy: „Wij benaderen een dagblad, een tijdschrift of een nieuwsprogramma dat het beste past bij een idee voor een artikel. Een verhaal over het eten van kippenvlees dat antibioticaresistentie kan veroorzaken is vooral interessant voor vrouwen. Zij hebben bijvoorbeeld vaker last van blaasontsteking dan mannen. Zo’n stuk past dus beter in een vrouwentijdschrift. Hierbij helpt het dat wij zelf op redacties hebben gezeten.”

Zowel Fromartz en Crossfield hebben gewerkt bij bekende dagbladen als The New York Times en The Washington Post. Laskawy: „Redacties kunnen eindredactie en begeleiding aan ons overlaten, wat hun weer tijd en geld scheelt.”

Geldgebrek is een belangrijke reden dat veel nieuwsredacties zelf weinig doen aan onderzoeksjournalistiek. Fromartz: „Dat is het duurste soort verslaggeving, het duurt vaak maanden voordat een verhaal klaar is. Redacties houden zich liever bezig met de waan van de dag. Voor een FERN-verhaal betaalt een afnemer het standaardtarief. Dat geld gaat naar de journalist. FERN deelt niet in de inkomsten. De belangrijkste onkosten voor het onderzoek, en de reiskosten betalen wij. Dit loopt meestal in de duizenden dollars, maar het kan ook tienduizenden dollars kosten. Als het een goed verhaal is, hebben wij het ervoor over.”

FERN is een ideële organisatie met een budget van ongeveer 300.000 euro per jaar. Het merendeel van dat geld komt van filantropische stichtingen. Zo’n 50.000 euro is afkomstig van individuele personen. Fromartz: „Erg veel is het niet, maar bij ons gaat het niet om veel geld verdienen. Het gaat ons om het ondersteunen van onze schrijvers en hun onderzoek.”

Fromartz, Laskawy en Crossfield benadrukken dat zij geen activisten zijn. Laskawy: „Ik hield me vroeger niet eens echt met het milieu bezig. Wij hebben geen politieke doelstellingen. Wij zijn een nieuwsorganisatie. Wel is het zo dat de waakhondfunctie van de journalistiek belangrijk is voor een werkende democratie. Ons doel is mensen bewust maken. Als dat leidt tot wettelijke veranderingen is dat alleen maar mooi meegenomen.”

Tot wetswijzigingen is het tot dusver niet gekomen. Een recent verhaal over ractopamine, een groeibevorderaar in vlees die mogelijk slecht is voor de gezondheid, leidde wel tot een petitie tegen de Amerikaanse overheid. Mede door dit artikel kwamen de handelsrelaties tussen de Verenigde Staten en Rusland en China op scherp te staan. Ractopamine zit wel in Amerikaans vlees, maar is in Rusland, China en de Europese Unie verboden, wat gevolgen heeft voor de Amerikaanse export. Crossfield: „Onze verhalen hebben dus zelfs gevolgen overzee. Een ander verhaal over de schrikbarende afname van tonijn in de Stille Oceaan werd door Newsweek Japan opgepikt”.

Volgens Crossfield wordt de impact van een verhaal bepaald door herplaatsing in andere media. „Wij stimuleren dit door er geen geld voor te vragen. Dat betekent ook dat onze verhalen via de sociale media verder verspreid worden. Als we alleen op onze site zouden publiceren, zouden we weinig mensen bereiken.”

De reikwijdte van de verhalen van FERN wordt niet alleen door herpublicatie vergroot. Zo berichtte Good Morning America van ABC News, met ongeveer 5 miljoen kijkers één van de belangrijkste ochtendprogramma’s in Amerika, over het antibioticaverhaal. „Dit verhaal is tevens een voorbeeld van hoe we de journalistiek willen verjongen”, aldus Crossfield. Het antibioticaverhaal werd geschreven door de 26-jarige Helena Bottemiller. Crossfield: „Wij willen graag een nieuwe generatie journalisten opleiden.”

Die nieuwe generatie werkt online. Een traditionele redactieruimte heeft FERN dan ook niet. Fromartz: „Wij werken allemaal in verschillende delen van Amerika. Wij hebben een ‘virtual newsroom’. Via telefoon, e-mail en Skype staan we wel de hele dag met elkaar in contact. Voor ons is het ideaal, omdat wij met freelance journalisten werken die gewend zijn zelfstandig te werken en voor hun onderzoek vaak op pad zijn. Zeven jaar geleden was een organisatie als FERN niet mogelijk geweest.”