Column

Is de topbeloning het nieuwe smeergeld?

Het is in euro’s gemeten maar een bescheiden tegenvaller. Maar het is ook een kenmerkend voorbeeld van de politieke koehandel met topbeloningen bij overheid en semipublieke sector (gezondheidszorg, woningcorporaties, omroepen).

Minister Edith Schippers (gezondheidszorg, VVD) zette vorige week een streep door het voornemen van minister Ronald Plasterk (Binnenlandse zaken, PvdA) om de reductie van topbeloningen ook op te leggen aan medisch specialisten. Plasterk had een week daarvoor de Tweede Kamer juist geschreven dat de topbeloningen bij overheid en semipublieke sector bij wet worden verlaagd en dat de wet een grotere reikwijdte krijgt.

Nieuwe wet, nieuwe afkorting. Met ingang van dit jaar zijn de Wet openbaarmaking publieke topinkomens (WOPT) en de daaraan gekoppelde balkenendenorm verruild voor de WNT, de Wet normering topinkomens. De opbrengst van de uitbreiding van de WNT becijferde Plasterk in zijn Kamerbrief op structureel 10 miljoen euro per jaar, ingaand 2016. Maar de werkelijke winst moet politiek geïncasseerd worden. Het kabinet wil de SP en de PVV met hun retoriek tegen de elite en topbeloningen de wind uit de zeilen nemen.

Dat is niet helemaal gelukt. Lilian Marijnissen (van de publiekesectorvakbond AbvaKabo FNV) twitterde „Nee, toch”. Maar Schippers verdient hier het voordeel van de twijfel. Zij bedrijft praktische politiek, zoals eerder in de discussie over begrotingsregels. Tegen het Algemeen Dagblad zei de minister al in april: het huishoudboekje moet in orde zijn, maar of dat precies 3 procent moet zijn, 2,9 of 3,2 procent... „Dat zijn voor mij willekeurige getallen.”

Ook bij de specialistenbeloningen heeft Schippers een praktische oplossing gekozen. Mede daardoor wist zij een akkoord te bereiken met de hele gezondheidszorg over verdere limitering van de kosten. Eén procent kostengroei is gelijk aan ruim 900 miljoen euro. Dan is het ongewijzigd laten van de contracten tussen specialisten en hun werkgevers een betaalbare prijs. Smeergeld, zo u wilt. Letterlijk. Volgens schattingen gaat het om 800 specialisten bij de universitaire ziekenhuizen. Opereren zij slechter als hun beloning wordt verlaagd tot een ministerssalaris (144.000 euro)? Dat gevaar lijkt me klein. Zou de sfeer – en daarmee de onderhandelingen over het zorgakkoord – verpest worden? Zeker, want de specialisten ijveren al een tijd hardnekkig tegen ingrijpen in hun contracten. Ook het verschil tussen specialisten in een eigen maatschap en specialisten in loondienst zou groeien.

De gang van zaken illustreert de wijzigende politieke visie op topbeloningen. Het gaat nu in de Wet normering topbeloningen om opgelegde begrenzing. Het instrument openbaarmaking, à la de oude Wet openbaarmaking topbeloningen, heeft kennelijk niet voldaan. Dat voorzag de Raad van State al in 2005, in zijn advies over het wetsontwerp. Openbaarmaking leidt ondanks naming & shaming niet tot matiging, zeker niet tot verlaging. De mensen die hoge beloningen toekennen én de mensen die het geld ontvangen, hebben kennelijk een dikke huid.

Maar de Tweede Kamer, die soms zo gretig het graaiersgedrag hekelt, heeft zelf boter op zijn hoofd. Bij de overgang van de Wet openbaarmaking naar de Wet normering is verzuimd formeel te regelen dat er een lijst komt met (semi)publieke topbeloningen over 2012. De cijfers over 2013 staan in jaarverslagen die pas in 2014 gepubliceerd worden. Dus kan het best tot begin 2015 duren voordat er een degelijk overzicht is. Het wachten is op het woedende Kamerlid dat de minister vraagt: is het u bekend dat de Kamer hier zijn wetgevende taak verwaarloosd heeft, en wat gaat u daaraan doen?

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.