Het leven is een vreselijk tranendal

De debuutroman van heeft lof geoogst. Haar boek heeft een zwaar thema, mét humor. „Je zoekt je hele leven afleiding voor het feit dat je doorgaat.”

Lies heeft epidermolysis bullosa. Dat is een huidziekte, waarbij door de lichtste aanraking al blaren ontstaan. Elke ochtend moet ze zichzelf lostrekken van haar bedlakens.

Lies is de hoofdpersoon in de debuutroman De verjaardagen van Hanneke Hendrix (33). Dat Lies niet geknuffeld kan worden, niet aangeraakt, en toch doorleeft – dat vindt Hendrix interessant. De mens zit alleen in zijn eigen hoofd, echt contact is een illusie: dat is de thematiek in haar werk. Het enige waarachtige contact, zegt ze, is lichamelijk contact. „Ik vind het fascinerend als juist dat niet mogelijk is.”

Hendrix is een van de drie genomineerden voor de Academica Literatuurprijs, die jaarlijks wordt uitgereikt voor het beste Nederlandstalige fictiedebuut. Fijn nieuws, want een prijs – en zelfs een nominatie – is goed voor de verkoop. De derde druk is in aantocht.

Je moet, zegt Hendrix, weten wat je wilt uitdragen als je aan een boek begint. Het duurde daarom even voordat zij debuteerde. Het werd wel tijd, zegt ze, „maar het was steeds niet het moment”. „Ik wist, denk ik, nog niet precies wat ik wilde en kon schrijven. Je moet zelfverzekerd worden. Kilometers maken. Net zoveel schrijven totdat je het medium beheerst. Ik ben heel blij dat ik niet te vroeg was. Ik heb weleens debutanten op hun bek zien gaan, verschrikkelijk. Dat hun boek wel al werd aangekondigd in de aanbiedingsfolder van de uitgever, maar dat het uiteindelijk niet werd uitgegeven. Daar kom je moeilijk overheen, denk ik.”

Vanwaar je fascinatie voor de eenzame mens?

„Ik was als kind al piekerig. Bij andere kinderen leek ’t zo makkelijk te gaan. Ze deden maar.”

Noem eens een voorbeeld?

„Op de kleuterschool klom ik met de overbuurjongen op het klimrek. Aan de rand van het grasveld stonden alle andere kinderen naar ons te roepen dat het niet mocht, waarna de juf ons eraf kwam trekken. Dat was de eerste keer dat ik me realiseerde dat de wereld een plek is vol regels die iedereen kent, behalve ik.”

„En later, elke keer als ik in een nieuwe groep terechtkwam, had ik het idee dat ik me moest bewijzen. Extra grappig zijn, of slim. Ik was geen knap of schattig kind, of van nature populair. Al ben ik nu blij dat ik anders was dan de anderen. Ik was waarschijnlijk veel ongelukkiger geworden als het me ook daadwerkelijk was gelukt net zo populair te zijn als de rest. Daarbij: vanaf het moment dat ik me niet meer probeerde aan te passen, kreeg ik meer vrienden.

„Als ik nu met vrienden op een terras zit, kan ik overspoeld worden door een fijn gevoel. Gewoon, omdat het zo bijzonder is.”

Wat wil je uitdragen met je boek?

Lachend: „Als je mijn boek dichtklapt, weet je: het leven is een verschrikkelijk tranendal. Die metafoor wilde ik helemaal doorvoeren. Je zoekt je hele leven afleiding voor het feit dat je doodgaat. Ik wilde daarom ook geen boek met een goed eind schrijven, want uiteindelijk komt het nou eenmaal niet goed.” Daarna, weer lachend: „Maar wél met grapjes.”

Klinkt ook als een typering van jezelf: somber, maar wel met grapjes.

„Humor is natuurlijk het beste in het leven. En ik móést wel grappig zijn – mijn broers zijn grappig, zonder humor was ik het onderwerp van hun spot geworden.

„Alleen mijn vriend en mijn beste vrienden merken dat ik depressieve buien heb. Want ik ben óók een horecamens: ik kan prima een ander gezicht opzetten. Als ik depri ben, word ik heel apathisch en kijk ik de hele dag Seinfeld. Het duurt nooit langer dan een week of twee, en het komt zo eens in de drie maanden terug. Vroeger was het veel erger, dan at ik ook niet.

„Het voelt alsof er ineens iets op je nek springt, iets wat je vloert. Vroeger ging ik dan zuipen en roken, maar dat helpt niet. Ik heb het ingeruild voor hardlopen en taartenbakken.

„Ondanks mijn depressieve buien heb ik nooit een deadline of een bardienst gemist. De kroeg in en schrijven, dat doe ik van nature.”

Deze krant schreef in een recensie dat de ‘trek-eens-aan-mijn-vinger-achtige humor’ de meeste jus aan je roman geeft.

Lachend: „Ik ben gek op trek-eens-aan-mijn-vinger-achtige humor! Mijn boek kreeg overal goede recensies, behalve in jullie krant. Op de schrijversopleiding wordt je werk de hele dag door iedereen afgeschoten; ik heb dat leren waarderen. En een goeie recensie maakt je een week blij, maar daarna ben je weer net zo onzeker als altijd.

„Mijn boek is goed genoeg voor een debuut. Bij de laatste drukproef die ik moest verbeteren, heb ik de hele nacht doorgewerkt. Om drie uur ’s nachts schonk ik een whisky in en dacht: nu ga ik goddomme dat hele boek nog een keer lezen. Zodat ik zeker wist dat het goed was.

„Maar natuurlijk wil ik hierna graag een beter boek schrijven. Het zou vervelend zijn om zo’n schrijver te zijn van wie iedereen zegt: haar eerste boek was het beste.”

Je woont in Nijmegen, werkt veel samen met Nijmeegse schrijvers. Hoe is de Nijmeegse schrijversscene?

„Nijmegen is een heerlijke stad. Iedereen helpt elkaar. De schrijvers Dennis Gaens en Willem Claassen kwamen voorlezen op mijn boekpresentatie, Torre Florim van de band De Staat maakte de boektrailer. Het is hier áárdiger dan in de Randstad. Daar vind ik het soms wat navelstaarderig: schrijvers die schrijven over schrijven en daar dan weer over gaan schrijven.

„En op de dansvloer van het Boekenbal was toch weer dat populariteitsding gaande, net als op de middelbare school. Dan zit ik net zo lief in de kroeg in Nijmegen, waar alleen van je wordt verwacht dat je hard aan je boek werkt. Hoeveel boeken je verkoopt en in welke kranten je staat, dat doet er dan niet toe.”

Kun je al leven van het schrijven?

„Mijn generatie is, behalve schrijver, ook ondernemer. Ik werk zeven dagen per week, gemiddeld vijf uur per dag. In die tijd werk ik aan mijn tweede boek en aan broodschrijfklussen, zoals columns. Van zulks.

„Toen mijn boek uitkwam, stuurde ik elke dag een mail naar de pr van mijn uitgeverij. Gék werden ze van me. Je moet veel zelf doen, de tijd dat uitgevers omkwamen in het geld is voorbij.

„Het liefst blijf ik de rest van mijn leven schrijver en ondernemer. Maar ik ben niet te ijdel weer aan de slag te gaan in de kroeg. In oktober stop ik in café In de Blaauwe Hand, ik heb er dan 12,5 jaar gewerkt. Ik ontmoette er mijn vriend, m’n beste vrienden. ’t Is een mooi vak.”

En je schreef er je boek.

„Aan tafel 11. Ik heb bij mijn baas bedongen dat ik daar mag blijven schrijven. Een vriendin heeft er stiekem een messing plaatje onder geschroefd: ‘Hier schreef Hanneke Hendrix De verjaardagen.’ Soms, als het schrijven niet lukt, ga ik daar met mijn vinger overheen.”