Groter risico op hartaanval door overslaan ontbijt

Mannen die regelmatig het ontbijt overslaan hebben naarmate ze ouder worden 27 procent meer kans op een hartaanval dan mannen die vaak ontbijten. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers vandaag in het medisch-wetenschappelijke blad Circulation.

Het onderzoek is alleen bij mannen gedaan; of de verhoogde hartaanvalkans ook voor niet-ontbijtende vrouwen geldt, is wetenschappelijk gezien nog onzeker. Wel is uit eerder onderzoek komen vast te staan dat vrouwen én mannen met een leefstijl waarin geen ontbijt past een grotere kans hebben op overgewicht, diabetes type 2 en het metabole syndroom.

De mannen bij wie nu onderzoek is gedaan doen mee aan een groot, langjarig onderzoek van Harvard University onder Amerikaanse medische professionals. Het zijn bijna 27.000 mannen die 16 jaar geleden 45 tot 82 jaar oud waren. Toen de studie begon waren alle deelnemers gezond.

Ieder half jaar kregen ze een vragenlijst voorgelegd over hun gezondheid en voedingsgewoontes. Een op de zes mannen sloeg regelmatig het ontbijt over. Zij bleken in de zestien jaar van de studie fors vaker een hartaanval gekregen te hebben. Onder de niet-ontbijters waren drie keer zoveel rokers, iets meer alleenstaanden en de alcoholconsumptie onder hen lag hoger. Maar als die invloeden werden wegberekend, bleef het hogere risico op hartziekte bestaan.

De mannen die niet ontbeten gingen later op de dag niet extra eten. Gemiddeld aten zij dagelijks minder calorieën. Het effect op de hartgezondheid moet daarom misschien verklaard worden uit ‘het tijdstip van eten’, schrijven de onderzoekers. Dat zou de stofwisseling kunnen ontregelen. Een andere mogelijkheid is dat de niet-ontbijters slechter af zijn doordat zij de voedingvezels mislopen die meestal in ontbijtgranen zitten.

Uit het onderzoek bleek ook dat mannen die ’s avonds laat of zelfs ’s nachts nog snacken hun risico op een hartaanval verder verhogen, met 55 procent. Maar de groep nachteters onder die Amerikaanse artsen was zo klein (313), dat de onderzoekers aan deze bevinding geen grote conclusies durven verbinden.