Een groene stad is een stuk koeler

Warme zomers zorgen voor hete steden. Parken kunnen helpen om de temperatuur omlaag te krijgen. Maar groen is vaak een sluitpost.

‘Hitte-eiland’ Tilburg, vanochtend. De stad onderzoekt hoe de temperatuur er omlaag kan door meer groen aan te leggen. Foto Merlin Daleman

Gebouwen die de hele dag in de stralende zon hebben gestaan, geven die warmte ’s avonds – als de lucht is afgekoeld – weer af. En diezelfde gebouwen zorgen ervoor dat er minder verkoelende wind door de stad waait.

Deze verschijnselen dragen bij aan het grote temperatuurverschil tussen sommige grote steden en het landelijke gebied eromheen. Door dit zogeheten hitte-eilandeffect kan een een stad met gemak twee graden warmer zijn dan het landelijk gebied. De gevoelstemperatuur kan zelfs negen graden hoger uitvallen.

Het extreem warme weer in Nederland, met temperaturen (ruim) boven de dertig graden, veroorzaakt gezondheidsproblemen. Gisteren werden acht passagiers van een intercitytrein bij Schiedam onwel, nadat de trein door een stroomstoring was stilgevallen. Hoge temperaturen zorgen standaard voor extra sterfgevallen, doordat ouderen de warmte slecht verdragen. Zo overleden tijdens de hittegolf van 2006 ongeveer 1.000 mensen meer dan normaal.

De verwachting is dat de zomers de komende jaren warmer zullen worden. Europese steden zoals Manchester en Dresden nemen daarom voorzorgsmaatregelen. Met de aanleg van parken en andere groenvoorziening proberen zij de hoge stadstemperaturen omlaag te krijgen. In Nederland doen steden als Rotterdam en Tilburg hier onderzoek naar.

Volgens Michiel Brink, landschapsarchitect van ingenieursbureau Royal HaskoningDHV, gebeurt dit in Nederland nog te weinig. In het kader van een Europees onderzoeksproject schreef hij het handboek Tegen de hitte, groen en de opwarming van de stad, met concrete tips om de hitte tegen te gaan. Zo kunnen gemeenten grasvelden aanleggen, hagen planten en ruimte maken voor allerlei soorten bomen.

Soms maken kleine ingrepen al een groot verschil. Parkeerplaatsen met betegeling waar gras tussendoor kan groeien – zogenoemde ‘halfverharding’ – zijn koeler dan parkeerplaatsen met alleen maar tegels. Een pad van planken is minder heet dan een tegelpad. Gebouwen kunnen worden voorzien van ‘gevelgroen’ in de vorm van hang- of klimplanten. „Dat is een goede manier om het gebouw te isoleren, zegt Brink. „En om ervoor te zorgen dat ze niet meer zoveel warmte uitstralen als opgewarmde kachels.”

Fotobewerkingen in het boek laten zien hoe een ‘koele’ binnenstad van Tilburg eruit zou kunnen zien. Verschillende appartementen zijn voorzien van ‘dakgroen’, beplanting op de daken. Zo wordt er veel minder warmte vastgehouden dan als het dak van steen was geweest. En er staan extra veel planten en bomen in de stad. Die zorgen voor verkoeling en extra schaduw.

Bij de bouw van een nieuwe woonwijk kun je volgens Brink „rekening houden met de dominante windrichting”. Namelijk door gebouwen zo te plaatsen dat de wind er gemakkelijk tussendoor kan waaien.

Brink hoopt dat gemeenten zijn tips zullen gebruiken om de temperatuur in hun stad te laten dalen. Volgens hem is de groenvoorziening een sluitpost: „Terwijl het juist als essentieel gezien moet worden. Het probleem is nog niet urgent, maar het is wel nodig om nu in te grijpen.”