Australië is voor vluchteling kust te ver

Asielzoekers op het eilandje Nauru zijn afgelopen weekeinde in opstand komen. Maar Australië wil het de bootvluchtelingen alleen maar moeilijker maken.

Demonstratie in Sydney tegen het verharde asielbeleid van de Australische premier Kevin Rudd. Foto AFP

Hoe gevoelig en ontvlambaar het Australische immigratiebeleid is, bleek afgelopen weekend in een Australisch detentiekamp op Nauru, een eiland in de Stille Oceaan op drieduizend kilometer afstand van de Australische kust. Zo’n 125 Palestijnse en Iraakse vluchtelingen waren zo kwaad over de jarenlange wachttijden voordat hun asielaanvraag wordt behandeld, dat ze de eetzaal, het ziekenhuis en hun leefvertrekken in brand staken.

De Australische immigratiepolitie die het detentiekamp bestiert, had steun nodig van duizend lokale bewoners die met kapmessen en stalen buizen voorkwamen dat de vluchtelingen uitbraken. In totaal richtten ze voor 40 miljoen euro schade aan. Ruim 400 vluchtelingen nu in een tentenkamp.

Het geweld lijkt geen direct verband te hebben met het nieuwe en strengere immigratiebeleid dat de Australische premier Kevin Rudd vorige week bekend maakte. Volgens een woordvoerder van de Australische ngo Refugee Action Coalition waren de vluchtelingen de uitbraakpoging al dagen aan het voorbereiden. Maar een slechtere samenloop van omstandigheden was voor de Laborpoliticus Rudd nauwelijks denkbaar. De brand op Nauru vestigde de aandacht op het lot van de duizenden vluchtelingen die zich diep in de schulden hebben gestoken en hun leven hebben gewaagd om veilig te zijn in Australië.

Als gevolg van het nieuwe immigratiebeleid dat Rudd vrijdag aankondigde, is het zo goed als zeker dat geen enkele bootvluchteling ooit meer voet aan land zal zetten in Australië. In plaats daarvan worden ze ondergebracht, in Papoea-Nieuw- Guinea, een arm ontwikkelingsland van zeven miljoen inwoners met schrikbarende criminaliteitscijfers.

Voor bootvluchtelingen is het nieuwe beleid spijkerhard. Zelfs als na onderzoek blijkt dat bootvluchtelingen in hun land van herkomst moeten vrezen voor hun leven en dus bescherming genieten onder het VN- vluchtelingenverdrag dat Australië geratificeerd heeft, krijgen ze geen toegang tot het land. De regel geldt voor mannen en vrouwen, voor volwassenen en kinderen, ongeacht of ze al familie hebben die wél met succes de tocht heeft gemaakt.

Het besluit van Rudd is een poging een einde te maken aan de constante stroom van gammele bootjes vol Pakistanen, Iraniërs en Afghanen die illegaal vanuit Indonesië de oversteek wagen naar Christmas Island, een piepklein eiland 350 kilometer ten zuiden van Indonesië dat toebehoort aan Australië. Dit jaar zijn er 16.186 bootvluchtelingen in Australië aangekomen. Twee jaar geleden waren dat er nog geen 5.000.

Eerdere ontmoedigingsmaatregelen, zoals het besluit dat alle bootvluchtelingen hangende hun aanvraag in de detentiekampen op Nauru en in Papoea-Nieuw-Guinea moeten doorbrengen, hebben weinig effect gehad. Met het strengere asielbeleid voor bootvluchtelingen schuift Laborpremier Rudd twee maanden voor de verkiezingen weer wat verder op naar rechts. De wekelijkse berichten over zinkende bootjes voor de Australische kust zijn uitgegroeid tot een belangrijk verkiezingsonderwerp. De afgelopen vijf jaar zijn voor de kust ruim duizend vluchtelingen verdronken.

Oppositieleider Tony Abbott pleit ervoor boten linea recta terug te sturen naar Indonesië. De nieuwe maatregel is voor Rudd een manier om Abbott de wind uit de zeilen te nemen. Australië stuurt al langer asielzoekers naar detentiecentra op Nauru en Papoea-Nieuw-Guinea. In ruil daarvoor krijgen de arme eilandnaties miljoenen aan Australisch ontwikkelingsgeld. Australië heeft ook nu toegezegd jaarlijks 500 miljoen Australische dollar te zullen investeren in ziekenhuizen en universiteiten in Papoea-Nieuw-Guinea.

Oppositieleider Abbott reageerde fel op de nieuwe plannen. Volgens de oppositieleider probeert Rudd Australische problemen uit te besteden aan onderaannemers. Zonder het te zeggen, wekte hij het beeld van een rijke en westerse bedrijf dat de productie uitbesteed aan een lagelonenland waar fabrieken het niet zo nauw nemen met mensenrechten en milieuwetgeving. Bij de presentatie van de plannen deed Rudd het afgelopen weekend zijn best om duidelijk te maken dat dit een eerlijk beleid is, gericht tegen mensensmokkelaars. Zij krijgen duizenden dollars per vluchteling betaald om vluchtelingen door Indonesië te loodsen en aan boord te brengen van schepen die niet zeewaardig zijn.

Juist vorige week, twee weken na Rudds zijn bezoek aan Jakarta, maakte Indonesië bekend dat Iraniërs niet meer op een toeristenvisum het land binnen kunnen. Zij moeten eerst in Iran een visum aanvragen dat pas na controle en op vertoon van een retourticket wordt verstrekt. Dat Rudd, in tegenstelling tot zijn voorgang Julia Gillard, Indonesië wel tot enige actie wist te bewegen, versterkt zijn imago als behendig onderhandelaar. Maar mensenrechtenorganisaties zeggen dat Australië met het nieuwe immigratiebeleid het VN-Vluchtelingenverdrag schendt.