Aldi ontkent boycot nederzettingen

Nog niet zo lang geleden was Aldi een bolwerk van geslotenheid. De van oorsprong Duitse discountsupermarkt had geen afdeling persvoorlichting; zwijgzaamheid was het devies. Maar eind mei kwam Aldi met groot nieuws: het had een pr-bureau ingeschakeld voor zijn woordvoering.

Maar helemaal gesmeerd loopt het nog niet met de nieuwe communicatielijn.

Dagblad Trouw opende gisteren zijn voorpagina met het nieuws dat drie Nederlandse supermarkten producten weren die afkomstig zijn uit illegale Israëlische nederzettingen op Palestijns gebied. Een van die drie is Aldi.

De discounter wil niet dat zijn producten „op enigerlei wijze ter discussie komen te staan”, zo tekende Trouw op. Het nieuws werd door verschillende media overgenomen.

Maar Aldi blijkt tóch geen nederzettingenproducten te weren. Pas gisteravond stuurde Aldi’s pr-bureau, Edelman, een verklaring rond: „Aldi betreurt dat in een artikel van Trouw gesproken wordt over het boycotten van producten uit de bezette gebieden. Aldi wil hierbij nadrukkelijk aangeven dat van een boycot van producten uit de bezette gebieden geen sprake is. Aldi houdt zich niet bezig met politieke en religieuze kwesties.”

Een fout in zo’n gevoelige kwestie, hoe kan dat verkeerd zijn gegaan? Voor een rapport van bureau Profundo over de Nederlandse economische banden met de Israëlische nederzettingen dat afgelopen maart verscheen, was Aldi ondervraagd. „In de beantwoording van de vragen zijn helaas onjuistheden geslopen, waardoor een verkeerde voorstelling van zaken is ontstaan”, zo luidt de, niet echt heldere, verklaring.